Home

‘De handelsoorlog is vooral Trump-theater’, stelt handelseconoom Richard Baldwin. ‘Maar hij boekt geen enkele overwinning’

Handelsoorlog De mondiale handelsoorlog is niet zomaar begonnen, stelt econoom Richard Baldwin, die sluimerde al lang. En terwijl de Verenigde Staten zich in rap tempo isoleren, bouwen andere handelsblokken aan een alternatief systeem waar wetten en regels nog wel gelden.

Richard Baldwin, hoogleraar internationale economie aan de IMD Business School.

Wat doe je als handelsexpert als de president van de Verenigde Staten krap een jaar nadat hij een handelsoorlog heeft gestart ook ineens een échte oorlog begint? Richard Baldwin, verbonden aan de IMD Business School in het Zwitserse Lausanne, wacht de vraag niet eens af. „De overeenkomsten tussen de manier waarop president Trump zijn handelsoorlog voert en hoe hij nu in het Midden-Oosten te werk gaat zijn talrijk”, zegt hij.

Tijdens een videogesprek somt de handelseconoom enthousiast de redeneringen op, die hij later die dag zal opschrijven in zijn nieuwste post op LinkedIn. Daar publiceert hij wekelijks scherpe observaties over de handelsoorlog. Baldwin: „Eerst test Trump de temperatuur van het badwater met een kleine maar normdoorbrekende schok.” In de handelsoorlog waren dat de heffingen op Canada en Mexico in februari 2025, na de beschuldiging dat ze fentanyl naar de VS exporteren. In de ‘echte’ oorlog was het de kidnapping van Nicolás Maduro uit Venezuela.

Baldwin: „Als hij daarmee wegkomt, volgt een gigantische schok die wereldwijd het nieuws domineert.” In de handelsoorlog: 2 april 2025, ‘Liberation Day’ met hoge invoerheffingen op de hele wereld. In de echte oorlog: 28 februari 2026, de aanval op Iran. „Dit alles vanuit de premisse, of de hoogmoed, dat de tegenstander snel geïntimideerd en dus overwonnen zal zijn. Het is meer schok dan strategie, en hij heeft al helemaal geen plan B.”

En dat is niet het enige: „Voor beide oorlogen geldt ook: kom pas in beweging als je in je eigen land in de problemen komt.” Dat gebeurde met de oplopende prijzen als gevolg van de heffingen die al tot de betaalbaarheidscrisis leidde, en nu door hogere brandstofprijzen en daarmee oplopende inflatie in de Midden-Oostencrisis. Baldwin: „Waar deze president ook zeer bedreven in is: laat de wereld in het ongewisse over de doelen die je wilt bereiken met je beleid. Dat geeft je de mogelijkheid om te draaien, je terug te trekken of een overwinning te claimen ongeacht de uitkomst.”

Hetzelfde geldt voor de ‘spontane deals’ die te midden van de oorlog gesloten worden: hou ze zo vaag mogelijk, onderteken niets, hou alle opties open. En zodra er iets van een wapenstilstand is getekend (zoals nu in Iran, of in de handelsoorlog met de nondescripte ‘akkoorden’ met Europa, het VK en anderen), verleg je de aandacht naar een volgend thema. „Het zou mij niet verbazen als Trump het huidige staakt-het-vuren met Iran beschouwt als een eindpunt. Hij is er klaar mee, de ophef ebt weg. Het wordt tijd voor een nieuwe rel.” Alleen zal hij er niet zo snel mee wegkomen: „Uit een handelsoorlog kun je je terugtrekken, maar dat kun je niet zomaar uit een oorlog in het Midden Oosten.”

Baldwin beklemtoont zelf dat hij geen Midden-Oosten-expert is en ook geen militair strateeg. Wel een wetenschapper die al decennia over handelseconomie publiceert. Vorige maand publiceerde hij zijn nieuwe boek World War Trade, over de aanloop naar de wereldwijde handelsoorlog en de vraag hoe de wereld daar weer uit zal komen.

Gedurende de handelsoorlog was de leercurve voor de rest van de wereld steil, aldus Baldwin, en de chaos groot. Maar dát de handelsoorlog, die al lang voor de tweede termijn van Trump was ingezet, in de hoogste versnelling raakte, was te voorzien. „De escalatie was een schok, maar geen verrassing.”

Fundamenten onder de handelsoorlog

Om te snappen dat de handelsoorlog een lange historie heeft, moeten we ver terug in de tijd, legt Baldwin uit. „Begin jaren zestig zette Amerika de deur open voor meer vrijhandel. Stapsgewijs werden fabrieken verplaatst naar lagelonenlanden en Amerikaanse fabrieken kregen steeds meer moeite om te concurreren met fabrieken in lagelonenlanden. Sinds de ict-revolutie in de jaren negentig ging de technologie daar achteraan en verplaatste de productie zich nog verder. Er gingen veel banen verloren. Dat gold in meer westerse economieën, maar in de VS drukte dat extra zwaar, omdat arbeiders daar niet worden beschermd door sociale zekerheid. Zonder baan ben je nergens.

„Het gevoel dat er economische groei werd behaald over de ruggen van de arbeiders – de vergeten mannen en vrouwen, zoals Trump ze in navolging van crisis-president Franklin Roosevelt is gaan noemen – werd concreet in de Grote Financiële Crisis van 2007-2008. Banken werden met miljarden gered, de rekening was voor de maatschappij. Daar is de basis gelegd voor het idee dat de middenklasse uitgekleed werd door een corrupte elite. En vervolgens werd dat door zowel Democraten als Republikeinen om binnenlands politieke redenen verdraaid tot: de buitenlandse elite heeft ons in het pak genaaid. Daarmee lag er een politiek-economisch fundament onder een handelsoorlog.”

De ontwikkelingen in de VS kunnen volgens Baldwin niet los gezien worden van wat er tegelijkertijd aan de andere kant van de Stille Oceaan, in China gebeurde. Vooral recent, onder president Xi, veranderde ook daar de handelspolitiek. De agressievere opstelling van China werkte het ontstaan van de handelsoorlog ook in de hand.

Zeecontainers in de haven van Balboa in Panama-stad, op 8 april.

„Toen China zich in de jaren zeventig, tachtig en daarna meer ging ontwikkelen tot productiehuis van de wereld, zag je de economie jaarlijks met 10 procent gemiddeld groeien. Die welvaartsgroei legitimeerde het communistische regime. De Chinese Communistische Partij heeft de impliciete afspraak gemaakt met de bevolking dat het systeem onvrij mag zijn, zolang de belangen van de partij gelijk oplopen met de belangen van de bevolking”, aldus Baldwin.

„Maar door de Grote Financiële Crisis van 2008 stootte ook China zijn neus, toen de jaarlijkse groei daalde naar 4 tot 5 procent. De groei van binnenlandse consumptie stagneerde en een met goedkoop geld opgeblazen vastgoedzeepbel barstte.” Om de groei weer op te krikken richting de gewenste 10 procent, moest China de export wel verder aanjagen. „Productiehuis China ging nog harder draaien, waarbij het grote productie-overschotten zo goedkoop mogelijk op de wereldmarkt zette.” Daarbij kwamen industrietakken in de VS en Europa, die zich eerder niet bedreigd voelde, ineens ook onder druk te staan.

„China heeft altijd profijt gehad van de op regels gebaseerde wereldhandel en was extreem kwetsbaar geworden voor verstoringen daarin”, zegt Baldwin. ” Daarom ook hebben ze onder Trump-I hun bilaterale handelsconflict met hem snel beslecht met een deal. Maar onder Trump-II werd ineens alles anders.”

Vriend of vijand maakt niet meer uit

De schok van april 2025 week sterk af van alle eerdere handelsconflicten, stelt Baldwin. „In plaats van een bilateraal conflict aan te gaan met één land, legde Trump ineens de hele wereld invoerheffingen op. Het was voor hem en voor zijn achterban de vertaling van de ‘buitenlanders hebben Amerika genaaid’-doctrine. Vriend of vijand, het maakte hem niets meer uit.”

Zo kwam Trump zijn verkiezingsbeloften na door na 2 april een pandemonium los te laten barsten van heffingen: elk land kreeg van Trump een ‘op maat gemaakt’ wederkerig tarief. Baldwin: „De logica en de ratio ontbraken volledig, een plan was er niet, laat staan een strategie. Toen de financiële markten vlak na 2 april over de volle breedte in mineur gingen, moest Trump een terugtrekkende beweging inzetten. Noem het een staakt-het-vuren. Dat gebeurde al op 9 april, een grootscheepse terugtrekking was dat, maar het werd verkocht als een overwinning. De daaropvolgende negentig dagen zou Trump negentig handelsdeals gaan sluiten: dat had hij toch maar mooi voor elkaar met zijn dreiging met invoerheffingen.”

Bijna alle landen hadden na 2 april vol verbijstering gereageerd, maar geen vergelding afgekondigd. Behalve China. Waar China tot dan toe rustig had gereageerd, voelde het zich nu in zijn bestaansrecht aangetast. President Xi had van China weer een trots en patriottistisch land weten te maken, en door de actie van de VS werd China’s eer gekrenkt.

„Het herinnerde Chinezen aan de vernederingen in de Opiumoorlog van 1840 met de Britten, toen China gedwongen werd opium als betaalmiddel te accepteren”, zegt Baldwin. „Trumps hoog oplopende invoerheffingen richting China zorgden ervoor dat China zich niet alleen richting de VS, maar ook richting de rest van de wereld ging verweren. En dus verscherpten ze de exportbeperkingen van onder meer zeldzame aardmetalen naar alle landen.”

China koos als enige land voor een agressief antwoord op de hoge heffingen van Trump. Het verhoogde na 2 april fors de invoerheffingen op Amerikaanse goederen en dat leidde tot een dusdanige escalatie met de VS dat er de facto handelsembargo’s ontstonden omdat de heffingen tot 145 procent wederzijds waren opgelopen. Baldwin: „Wat iedereen van tevoren had kunnen zien aankomen gebeurde nu ook: China bleek de pijn van een conflict met de VS beter te kunnen verdragen dan de VS zelf. En dus moest Trump de Chinezen aan tafel krijgen om een deal te sluiten. Nog voordat de onderhandelingen begonnen waren, verlaagde Trump de invoerheffing naar 20 procent. En het wonderlijke is, China handhaaft nog steeds exportbeperkingen voor een aantal cruciale grondstoffen. Wat China echter goed begreep was: gun Trump een ogenschijnlijke overwinning door kleine concessies of vage beloften te doen, en zorg dat je zelf degene bent die materieel gezien het beste uit een deal komt.”

Trumps heffingentheater

Die les dat je Trump maar beter de mogelijkheid kunt bieden om met een overwinning te pronken, trokken andere landen ook. Maar zij kozen niet zoals China voor een tegenaanval, maar besloten om de narcistische Trump in te palmen. De handelsoorlog werd een staaltje Trump-theater, en dat is volgens Baldwin ook de enige manier waarop je ernaar kan kijken. Die andere landen vreesden dat het theater alleen maar groter wordt bij vergelding en dat zou alleen maar contraproductief werken.

Slijmen kan ook werken, leerden die andere regeringen. Al duurde het even voordat ze dat gingen inzien. Het kantelpunt was het bezoek van Trump aan het Midden-Oosten. „Iedereen zag hoe ze daar de rode lopers uitrolden voor Trump, hem cadeautjes gaven tot aan een Boeing-747 aan toe en hoe ze hem vleiden. Hij was er dol op en gaf ze allemaal veel vriendelijker akkoorden.”

Andere regeringen stuurden daarna niet meer hun handelsministers, maar hun koningen. Ze gaven hem ook cadeautjes, zag Baldwin. „Iedereen had uitgevogeld dat het met de heffingen niet echt om economisch beleid ging. Dat het helemaal niet over het handelstekort ging of over de de-industrialisatie. En ook niet om het helpen van de middenklasse. Ze doorzagen het theater: het was Trump alleen maar om de happy headlines te doen waarin hij tot winnaar werd uitgeroepen.”

Met vage beloften over investeringen en door het accepteren van heffingen die veel lager waren dan waar Trump mee had gedreigd, paaiden tal van landen de Amerikaanse president. Hij kon zo overwinningen claimen, waarmee hij zijn achterban tevreden kon stemmen. Maar niets is vastgelegd in handelsovereenkomsten, nergens zijn handtekeningen onder gezet. Illustratief daarvoor is volgens Baldwin het papiertje met wat krabbels over getallen dat Trump vasthield op zijn Schotse golfbaan Turnberry, toen hij samen met Ursula von der Leyen in de zomer het akkoord met de EU bekendmaakte.

Op de invoerheffingen zijn naarmate de prijzen in de VS voor consumenten stegen, steeds meer uitzonderingen gemaakt. Vooral voor voedingsmiddelen, zoals vlees of koffie. Ze zijn daardoor nog lager dan wat er in de deals is afgesproken. In zijn boek toont Baldwin een tabel met berekeningen waaruit blijkt dat de gemiddelde heffing voor Europese producten bijvoorbeeld slechts 8,6 procent is, in plaats van de 15 procent waar Trump mee pronkt.

Escalatie was tegen het eind van het jaar veranderd in de-escalatie, constateert Baldwin. Daarna kwam nog de uitspraak van het Hooggerechtshof, die de wettelijke basis aan veel van de door Trump ingestelde heffingen ontnam. De rest van de wereld wist dat de grootste bedreigingen van de wereldhandel voorlopig waren ingedamd, stelt hij.

Bunkers, bruggen en dominostenen

Een klassieke handelsoorlog is zo voorkomen, de rest van de wereld weet zich steeds beter te beschermen tegens Trumps willekeur. Met die bescherming zijn ze volgens Baldwin in de eerste termijn van Trump al begonnen, toen hij al met invoerheffingen begon te strooien. In die tijd begon China ook al een agressievere handelspolitiek te voeren.

„Uit zorg daarover gingen de EU-landen en ook andere landen bunkers bouwen”, zegt Baldwin. „Ze gingen zich zorgen maken over hun toeleveringsketen, voor bijvoorbeeld halfgeleiders of medicijnen. Ze vroegen zich af of het wereldhandelssysteem misschien niet meer zo veilig was. Ze bouwden een schild op, ter verdediging. Ze hebben nog geen zwaard gebruikt in hun afweer. Europa ontwikkelde bijvoorbeeld zijn anti-dwanginstrument.” Daarmee kan de EU tegenmaatregelen treffen tegen landen waardoor het zich in zijn handel beperkt ziet.

Sinds Liberation Day en de exportbeperkende maatregelen van China realiseren de EU-lidstaten zich ook dat ze meer bruggen moeten bouwen met gelijkgezinde landen. „Het is krankzinnig hoeveel handelsakkoorden er sindsdien zijn getroffen in de wereld.” Dat begon ermee dat de EU eindelijk met de Latijns-Amerikaanse landen het Mercosurverdrag sloot, waar meer dan twintig jaar over was onderhandeld. „Aan beide kanten zag men dat de wereld gek is geworden.”

Daarna trad een domino-effect op. „Als Brazilië zijn vlees goedkoper naar Europa kan exporteren, dan wil Australië dat ook. Allerlei gesprekken leidden plots tot akkoorden. Zelfs India, een land dat altijd wel hield van handel maar zeker niet van vrijhandel, sloot een akkoord met de EU. En daarna ook met het Verenigd Koninkrijk.”

Overlappende zonnestelsels

Baldwin ziet zo twee nieuwe „zonnestelsels” van handel ontstaan. Het ene met de EU als het middelpunt. „En bedenk wel dat de EU goed is voor een derde van de totale wereldhandel.” In het andere is de samenwerking van een aantal Aziatische landen onder leiding van Japan – in het Comprehensive and Progressive Agreement for Trans-Pacific Prosperity (CPTPP) – het epicentrum. Over afstemming wordt tussen die twee inmiddels ook gesproken, zodat er een soort wereldhandelsstelsel ontstaat naast de vastgelopen Wereldhandelsorganisatie (WTO).

Die ontwikkeling doet Baldwin terugdenken aan de jaren negentig van de vorige eeuw, toen hij al een domino-theorie van regionalisme ontwikkelde. „Destijds speelden de VS nog een belangrijke rol, het streven was destijds om de regels vast te stellen voordat China verder zou opkomen”, vertelt hij. „Daar kwam de Grote Financiële Crisis tussendoor, en daarna trok Obama zich terug uit pogingen om handelsakkoorden te sluiten. De VS keerden zich daarna tegen vrije handel. Wat zich nu ontwikkelt was dus al zonder die crisis tot stand gekomen en zien we nu gebeuren, maar dan zonder de VS in het centrum.”

Handel gebaseerd op internationale afspraken en regels is daarmee dus allerminst verdwenen, andere landen gaan door met liberalisering van de wereldhandel. Baldwin: „Trumps ideeën zijn gewoon waanzin, het is alleen maar populisme en heeft geen enkele economische betekenis. De rest van de wereld gaat gewoon door, en dat kan Trump niet schelen.”

Kunnen die zonnestelsels dan zonder de voorheen zo dominante en onmisbare VS? „De VS zijn slechts een kwart van de wereldeconomie en de Amerikaanse importen zijn slechts 15 procent van de wereldhandel. Dat de VS zich nu helemaal afsluiten is slecht, maar niet bepalend”, zegt Baldwin.

En zonder China? „China hoeft geen onderdeel te zijn van zo’n stelsel”, stelt Baldwin. Het land is groot en machtig genoeg om zelf handelsvoorwaarden af te dwingen. „China heeft zich niet afgesloten van de wereldhandel. Ze blijven de op een na grootste importeur van de wereld en dat blijft zo. Als je naar China wilt exporteren, dan heb je geen akkoord nodig. En ze zijn de grootste exporteur. China heeft geen problemen, omdat heel veel landen lage invoerheffingen hebben op Chinese producten. Ze hebben niet meer nodig.”

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next