Sophie Elpers | Raad voor Cultuur Nomineer juist nu Pride Amsterdam bij Unesco als immaterieel cultureel erfgoed, adviseert de Raad voor Cultuur. „Het is belangrijk om een erfgoedelement dat vrijheid van seksualiteit viert, internationaal zichtbaar te maken.”
Boot van Gay Swim Nederland tijdens een eerdere editie van de Canal Parade. De botenparade met tachtig vaartuigen is onderdeel van de jaarlijkse Amsterdam Pride.
Zelf had ze ook eens tussen de uitzinnige menigte langs de Amsterdamse grachten gestaan, om te zwaaien naar de minstens zo uitgelaten mensen op de langsvarende boten. Sophie Elpers was samen met een vriend naar de botenparade van de Amsterdamse Pride getrokken – het was jaren geleden, toch weet ze nog hoe ze zich verwonderde over de feestelijke sfeer. „Vrijheid en diversiteit vieren geeft lucht aan een samenleving als geheel, het raakt aan een universeel verlangen om jezelf te mogen zijn”, zegt Elpers. Inmiddels is ze hoofd etnologie en orale cultuur bij het Meertens Instituut en verbonden aan de Raad voor Cultuur.
Wordt Pride Amsterdam straks Werelderfgoed? Wel als het aan Nederland ligt. Cultuurminister Rianne Letschert (D66) nomineert het evenement voor de lijst van immaterieel cultureel erfgoed van VN-organisatie Unesco. Dat doet ze op advies van een commissie van de Raad voor Cultuur, voorgezeten door Sophie Elpers.
Op de Unesco-lijst staan 849 tradities en festiviteiten uit vele landen. Uit Nederland komen er tot nu toe vijf, waaronder het Rotterdamse zomercarnaval, het ambacht van molenaar en de traditie van bloemencorso’s. „Levend erfgoed verbindt mensen” en „versterkt” ze in hun culturele identiteit, zegt Unesco – en dat verdient bescherming.
Om de vier jaar mag Nederland erfgoed aandragen. Pride Amsterdam ‘won’ het bij de Raad voor Cultuur van vier andere erfgoedelementen; de woonwagencultuur, Leids Ontzet, fanfareorkesten en heggenvlechten. De Amsterdamse Pride trekt jaarlijks ruim driehonderdduizend mensen en bestaat deze zomer dertig jaar. Het evenement schippert tussen feestelijkheden en protest voor lhbti-rechten.
Boten tijdens de Canal Parade in 2025.
„We vinden het passend en logisch. Nederland heeft een voortrekkersrol vervuld op het terrein van queer-emancipatie, ons land was vijfentwintig jaar geleden wereldwijd het eerste dat het burgerlijk huwelijk openstelde voor paren van gelijk geslacht. In 2019 was Nederland bovendien het eerste land dat Pride heeft bijgeschreven op de eigen nationale inventarislijst [daarop staan ruim vierhonderd Nederlandse erfgoedelementen zonder Unesco-bescherming, zoals Koningsdag, Keti Koti en fierljeppen].”
„Juist in een tijd waarin mensenrechten, waaronder die van de lhbtqia+-gemeenschap, wereldwijd steeds meer onder druk staan, kan Nederland op een positieve manier aandacht vragen voor het recht op gelijke behandeling. In sommige landen zijn die rechten zelfs nooit erkend geweest. Mensen lopen dus meer en meer, of nog steeds gevaar om zichzelf te mogen zijn.”
„Op veel plekken leidt de geopolitieke situatie tot een verslechtering van de mensenrechtensituatie. We baseren ons onder meer op een rapport van belangenorganisatie ILGA, waaruit blijkt dat je in nog zeker zeven landen ter dood kunt worden veroordeeld wegens homoseksualiteit. En een rapport van Amnesty International stelt dat het recht op gelijke behandeling wordt bedreigd. Tegen deze achtergrond is het belangrijk om een erfgoedelement dat vrijheid en tolerantie ten aanzien van seksualiteit en genderdiversiteit viert en in bescherming neemt, internationaal zichtbaar te maken.”
„Nederland heeft een goed track record bij voordrachten ter nominatie, maar elke voordracht wordt door het intergouvernementeel comité van Unesco op zijn eigen merites beoordeeld. Dus ja: een voordracht leidt zeker niet automatisch tot een nominatie.”
Voordat Unesco, waarschijnlijk in 2028, beslist of Pride Amsterdam daadwerkelijk Werelderfgoed wordt, moeten Stichting Pride Amsterdam en het KIEN (Kenniscentrum Immaterieel Erfgoed Nederland) een dossier maken.
„Als raad adviseren we om ook andere organisaties die zich inzetten voor de queergemeenschap bij de nominatie te betrekken. Om dat makkelijker te maken, en om het draagvlak internationaal te vergroten, zouden ze het dossier gewoon ‘Pride’ kunnen noemen.”
„Waar ze ook op moeten letten, is dat Unesco bij de beoordeling streng let op erfgoedelementen waar een commercieel doel aan is gekoppeld. Als deelnemen aan de botenparade van Pride bijvoorbeeld te duur wordt voor kleine initiatieven, komt dat inclusiviteit niet ten goede.”