Hans van Lingen (56) is de bekendste inwoner van Ommen. Of in elk geval een van de bekendste. Hij is uitbater van café De Herberg op het Kerkplein, een van de oudste cafés van het stadje. En sinds een aantal jaar ook van Herberg Music Hall, een zaal voor feesten en liveoptredens, naast z’n café.
Zit je met hem op zijn terras, dan zie je binnen vijf minuten hoe het is om bekend te zijn.
„Gerard, jongen, hoe gaat het?”
„Hé Ton, even niet gezien. Alles oké?”
„Meilinnetje! Werd het nog laat gister?”
Ommenaren kennen elkaar sowieso van de kleuterschool, fanfare, voetbal, paardrijden of het uitgaan. Hans van Lingen werkte altijd op plekken waar veel Ommenaren kwamen. En hij mocht graag ’n geintie uuthal’n.
In de bouwmarkt van zijn vader waar hij en z’n vrienden werkten als tieners, werd wat afgegrapt. Kwam er een mooie vrouw binnen, dan werd ‘code tien’ omgeroepen door de winkel. Dan moesten de jongens even opletten. Ze moesten zelf ook tegen een geintje kunnen; voor ze het wisten waren zíj het onderwerp van het omroepbericht: „Jan, afdeling lingerie alsjeblieft!” Het personeel in het magazijn lag dubbel.
Daarna had Hans een platenzaak samen met zijn broer. En hij werkte vanaf zijn zestiende als dj, in de jeugdsoos, De Tronk, De Gildekelder en in discotheek Zaal Dijk in Lemele. Met zijn lange blonde krullen stond hij achter de draaitafel, een generatie groeide met hem op.
Toen kwam De Herberg op zijn pad; een café zoals een café eruit hoort te zien. Tikje donker, veel hout, gezellig. Hij verbouwde het een en ander. Het biljart kon daarna in de vloer zakken, zodat er plaats kwam voor een podium. Vanaf het begin nodigt hij in de weekenden bandjes uit voor livemuziek, organiseert hij een pubquiz, darttoernooien en hangt hij een groot scherm op als Oranje speelt of Max racet.
Ook op gewone dagen is het gezellig. Het café is open van begin van de middag tot middernacht, en in het weekend nog wat later. Zeven dagen in de week. Altijd wel iemand om mee te kletsen. Hans is er altijd. Opgewekt, meeneuriënd met de muziek, een vriendelijk woord voor iedereen en nuchter, want tijdens het werk: geen alcohol.
Hans van Lingen met zijn barman voor café De Herberg.
Negen van de tien drankjes die in De Herberg worden geschonken, is bier. Een dame wil soms een wijntje, een toerist een speciaalbiertje of een cola. Dat kan natuurlijk. Maar het zijn de uitzonderingen.
Wat jíj tapt in een week, zei de bierleverancier tegen Hans. Met Koningsdag ging er zo’n vijfduizend liter doorheen, toen stonden er ook biertaps op het Kerkplein.
Het hoort erbij, zegt Hans. „Hier zeggen we: in het Westen ben je na zeven bier dronken, in Overijssel ben je na zeven bier de Bob.” Bij wijze van spreken dan, hij houdt zijn pappenheimers wel in de gaten. Voor er gedonder komt, zegt hij: ‘vriend, het lijkt me wel voldoende zo’.
Maar dan zegt hij dat het ook voor hem genoeg is. Dat werd hem een poosje geleden duidelijk: het was klaar. Nog voor hij ’s morgens zijn ogen opendoet, heeft hij al een paar gemiste oproepen en een trits appjes binnen. En dan begint het, en moet hij de hele dag aan staan en vrolijk zijn. Dat lukt niet meer. De Herberg en de feestzaal ernaast gaan in de verkoop.
Hij heeft het de vaste klanten al verteld. Een van hen moest huilen.
Sheila Kamerman doet wekelijks ergens vanuit Nederland verslag