Home

Het .nl-domein viert een jubileum, maar is de laatste jaren minder in trek

nieuwsbriefBroncode

Broncode Veertig jaar geleden werd begonnen met de uitgifte van .nl-domeinnamen. Punt NL was het eerste actieve landendomein buiten de VS. Wie claimden de eerste .nl-domeinen, en wat is er over van deze nationale trots en erfenis?

Sommige weetjes hoor je als techverslaggever paraat te hebben, anders val je door de mand. Een daarvan is dat Piet Beertema (1943) van het Centrum Wiskunde en Informatica op het idee kwam om voor Nederland de .nl-domeinen te claimen. Hij deed een aanvraag voor het .nl-topleveldomein, zoals het deel achter de punt heet, en die werd (in de Verenigde Staten) op 25 april 1986 goedgekeurd.

Nieuwsbrief Broncode

Je leest hier een artikelversie van onze nieuwsbrief NRC Broncode. Wekelijks schrijven wij over technologische ontwikkelingen die op de redactievloer tot opwinding leiden. Inschrijven (voor Plus-abonnees) doe je hier:Inschrijven voor NRC Broncode

Daarmee was Nederland het eerste land buiten de VS met een eigen landencode op internet. Op 1 mei registreerde Beertema vervolgens cwi.nl. De eerste tien jaar beheerde hij de domeinregistraties voor Nederland zelf. Daarna werd de Stichting Internet Domeinregistratie Nederland (SIDN) opgericht, die het van hem overnam.

Voor dit jubileum vroeg hostingbedrijf Hostnet bij SIDN een lijstje met de eerste honderd domeinen op. Die stammen dus uit de tijd dat er wel internet was (een netwerk waarmee computers vanaf de jaren zestig wereldwijd verbonden werden), maar nog geen wereldwijd web. Op zijn website http://godfatherof.nl legt Beertema het verschil uit door te vergelijken met wegen (het internet, de infrastructuur) en auto’s die daar op rijden (de toepassingen, websites en applicaties).

Bij die stap van internet naar ‘www’ hoort een andere grote naam. Tim Berners-Lee wordt de (co-)uitvinder genoemd van de technologie en het protocol (de taal die computer gebruiken om met elkaar te communiceren) voor het wereldwijde web. Hij schreef de eerste webbrowser en opende de eerste website.

In het informatiecentrum van onderzoeksinstituut CERN in Geneva staat de zwarte pc waarop hij dat deed in een redelijk onopvallende vitrine met het bord ‘the world’s first web server / le premier serveur web’. Ik zou er niet voor omrijden, maar ik was daar in de buurt om een profiel te maken van het bedrijf Proton dat ook min of meer uit CERN is voortgekomen.

Berners-Lee bedacht het wereldwijde web omdat hij het gemakkelijk wilde maken voor de natuurkundigen waarmee hij werkte om documenten met collega’s te delen. Via het web kon je met de ene computer bij de documenten van een andere.

Dat wetenschappers de vroege gebruikers en bewoners van internet waren, blijkt ook uit de eerste honderd geregistreerde .nl-domeinen. Daarvan bestaat maar liefst twee derde uit universiteiten, hogescholen en onderzoeksinstituten. Op cwi.nl volgden onder meer Hogeschool Eindhoven, het Nationaal Lucht- en Ruimtevaartlaboratorium, de Haagse Sociale Academie, de Katholieke Universiteit Brabant en de Katholieke Universiteit Nijmegen. Nederland liep dus voor. Beertema was een pionier.

Een week na mijn selfie bij de computer van Berners-Lee kwam ik (bij Radio Kootwijk notabene) de directeur tegen van AMS-IX, oftewel het Nederlandse internetknooppunt. Ik sprak hem voor een ander artikel, waarvoor uitleg over IP-adressen, zeekabels en protocollen nodig was.

De behoefte van wetenschappers om contact te hebben legde de basis voor de eerste transatlantische internetverbinding, merkte directeur Peter van Burgel daarin ook op. Bij Nikhef (het instituut naast cwi in Amsterdam) werd veel interessant deeltjesonderzoek gedaan. Dat genereert veel data waar wereldwijd belangstelling voor was.

IP-adressen zijn georganiseerd in netwerken die een beetje doen denken aan postcode gebieden. En net zoals je aan het kengetal in een (vast) telefoonnummer kunt zien in welke regio iemand zit, verraden de codes van de (gebundelde) netwerken ook iets. Het Amsterdamse internetknooppunt AMS-IX heeft ANS-nummer 1.200. „Dat is laag en daaraan kun je zien dat Nederland al vroeg meedeed in de internetontwikkeling”, zei Van Burgel trots. 

Klaar met de zelffelicitaties

Hoe gaat het nu? Ik vroeg SIDN op 22 april naar de láátste 100 domeinregistraties. Het duurde jaren voor de eerste 100 er waren. Tegenwoordig gaat het met tientallen per dag. Wat ze stuurden is dus een momentopname. Die zal ik niet overanalyseren.

Toch een paar observaties: op basis van de namen lijkt het me sterk dat dit ook onderzoeksinstellingen zijn. Ik doe een greep: crystalstudio.nl, juuls-landje.nl, coachinginmalaga.nl, aangifteai.nl, ontsnaptaandedood.nl en natuurlijk de onvermijdelijke: hiergratissex.nl.

Het aantal registraties van .nl-domeinen loopt sinds 2023 terug. 2022 was een topjaar, omdat iedereen tijdens corona probeerde online zaken te doen. Veel van die domeinnamen werden daarna opgezegd, vertelt een woordvoerder van SIDN. Maarer lijkt meer aan de hand dan een corona-dip. Onder jongeren (18-29 jaar) daalt de intentie om een domeinnaam te registreren sterk, peilde SIDN. Vlak na de coronaperiode kon 55 procent zich voorstellen een domeinnaam te gaan registreren. Afgelopen najaar was dat minder dan 20 procent. Zeker weten ze het nog niet, maar het vermoeden is dat dit komt door AI. Een zoekmachine komt tegenwoordig met een antwoord, zonder dat je daadwerkelijk bij een website terecht komt.

Het zal in andere landen niet anders zijn. En al helemaal niet als ze net als wij – kuch – in de kopgroep zitten. Toch voelde ik lichte teleurstelling dat minder mensen een .nl domein willen.

Mogelijk kwam het doordat ik die dag ook een podcast over zeekabels luisterde. Bij BNR werd iemand van de Dutch Subsea Cable Coalition geïnterviewd. Vroeger legden nationale telecombedrijven gezamenlijk kabelsystemen aan. Tegenwoordig zijn dat in de regel grote techbedrijven zoals Google en Microsoft, waar anderen dan weer stukjes van huren. Zo’n 70 procent van de kabels door de Noordzee is inmiddels van de grote techspelers, leerde ik daar.

Bovendien komen de kabelbedrijven die een trans-Atlantische verbinding willen tegenwoordig liever in Frankrijk en Portugal aan land. Daar is meer ruimte en minder gezeur. De kabels door de Noordzee zijn bovendien aan het verouderen. Als ik het vriendelijk formuleer, hebben we last van de wet van de remmende voorsprong. Leuk om terug te kijken naar 1986, maar dat was veertig jaar geleden en die koppositie blijft niet vanzelf behouden.

Moet er een tandje bij?

Technologie

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next