Home

Bezuinigen op de WIA? Doe meer om te voorkómen dat werkenden ziek uitvallen, zeggen bedrijfsartsen

Sociale zekerheid Het kabinet wil de maximale WIA-uitkering verlagen omdat het aantal langdurig zieke werknemers toeneemt. Steeds vaker ook vallen mensen uit met mentale klachten. Bedrijfsartsen bepleiten meer aandacht voor preventie. „Je maakt zieke mensen niet beter door hun uitkering te verlagen.”

Bedrijfsarts Madelijn de Kleine schat dat grofweg driekwart van de WIA-instroom door psychische problemen te voorkomen is.

De verbazing is groot, bij veel bedrijfsartsen. Eindelijk is er politieke aandacht voor het snel stijgende aantal werkenden dat langdurig ziek wordt en een beroep moet doen op de WIA-uitkering voor arbeidsongeschikten. Maar waarom, vragen deze artsen zich af, gebeurt er zo weinig om dit probleem bij de bron aan te pakken? Om te voorkómen dat mensen ziek uitvallen?

Het kabinet-Jetten gebruikt de snelle stijging, die minister Hans Vijlbrief (Sociale Zaken, D66) onlangs „alarmerend” noemde, vooral als argument om te bezuinigen. „Het wordt te duur”, volgens Vijlbrief. Het kabinet wil onder meer de maximale uitkeringen verlagen.

„Op de korte termijn kan het kabinet zo geld besparen”, zegt Frederieke Schaafsma, bedrijfsarts en bijzonder hoogleraar arbeids- en bedrijfsgeneeskunde (Amsterdam UMC). Maar uiteindelijk, zegt zij, maak je zieke mensen niet beter door hun uitkering te verlagen. „Ze kunnen er juist stress van krijgen en een groter beroep gaan doen op de zorg.”

De bezuinigen wringen vooral, zegt Madelijn de Kleine, bedrijfsarts en vicevoorzitter van beroepsvereniging NVAB, omdat er in Nederland zo weinig gebeurt om te voorkomen dat werknemers ziek uitvallen. „En dan wordt nu opeens gezegd: o, de instroom wordt zo groot, we kunnen het niet meer betalen. Ja, gek hè?”

Het aantal langdurig zieken dat in de WIA komt, na twee jaar ziekte, groeit opvallend hard. De jaarlijkse kans dat een werknemer in de WIA belandt, is de laatste twintig jaar verdubbeld naar ruim 0,8 procent. Dat zijn zo’n zeventigduizend nieuwe uitkeringen per jaar.

Aan de hoofdoorzaak, die ruim een derde van de stijging verklaart, is relatief weinig te doen: er zijn steeds meer oudere werknemers, die ook steeds langer doorwerken. Zij hebben een grotere kans langdurig ziek uit te vallen.

Aan de tweede belangrijke oorzaak is veel meer te doen, zeggen bedrijfsartsen: psychische problemen. Die verklaren een kwart van de extra WIA-instroom. Onder jonge vrouwen is de toename het sterkst. Mensen met mentale problemen blijven bovendien langer in de WIA dan mensen met lichamelijke aandoeningen.

Betere preventie op de werkvloer

De Kleine vindt het „bizar” dat zóveel mensen langdurig ziek uitvallen door psychische problemen. „Dat is gewoon écht niet nodig.” Grofweg driekwart van deze instroom in de WIA kan voorkomen worden, is haar inschatting, met betere preventie op de werkvloer en snellere psychische hulp.

Bedrijfsarts Marieke van Hoffen promoveerde op hoe werkgevers beginnende stress-signalen bij personeel kunnen herkennen en welke werkfactoren bijdragen aan die stress. Er zijn werkgevers die dat wél goed doen, zegt zij, en die hebben ook veel minder uitval.

Deze werkgevers behoren over het algemeen tot de minderheid die zich voorbeeldig aan de Arbowet houdt. Bijvoorbeeld doordat ze alle risico’s voor de gezondheid, ook de mentale gezondheid, van hun personeel in kaart brengen.

Bij een op de drie werkgevers ontbreekt deze verplichte ‘risico-inventarisatie en -evaluatie’. Bij nog eens 20 procent van hen is dit document van onvoldoende kwaliteit, maakte de Arbeidsinspectie vorige week bekend. Kortom: iets meer dan de helft van de werkgevers voldoet niet aan de Arbowet. Slechts 8 procent heeft een risico-document dat de inspectie als ‘goed’ beoordeelt, de rest (bijna 40 procent) heeft een document van ‘voldoende’ kwaliteit.

Madelijn de Kleine

Om psychische risico’s in kaart te brengen, laten werkgevers hun personeel vaak een vragenlijst invullen, zegt bedrijfsarts en hoogleraar Schaafsma. „Maar dat heeft zijn beperkingen, en niet alle vragenlijsten zijn even goed.”

Als je dit goed wilt doen, zegt bedrijfsarts Van Hoffen, moet je het anders aanpakken. Als werkgever moet je dan alle mogelijke energievreters, ‘stressoren’, op de werkvloer in kaart laten brengen: de hoeveelheid werk, het werktempo, slechte omgangsvormen, gevoelens van onrechtvaardigheid. Maar ook alle positieve factoren, de ‘energiebronnen’: autonomie in het werk, afwisseling, sociale steun van collega’s. Van Hoffen: „Die vormen een buffer om de stressoren vol te houden.”

Zodra deze informatie verzameld is, zegt Schaafsma, kun je een plan van aanpak bedenken, „waarmee je aantoonbare resultaten kunt bereiken”. Die kun je na een tijdje weer evalueren, zodat een cyclus ontstaat van evaluatie en verbetering.

Dat doen werkgevers over het algemeen „heel slecht”, zegt Schaafsma. Vooral kleine ondernemers zien dit volgens haar vaak „als een lastige administratieve verplichting”. Bovendien is er weinig handhaving, constateerde een recent ambtelijk rapport over de WIA.

Dat frustreert arbodiensten en bedrijfsartsen. „Wij vragen al jaren om strengere handhaving”, zegt Iris Homeijer, medisch directeur van arbodienst HumanCapitalCare. Bedrijfsartsen willen er niet alleen zijn om werknemers te begeleiden die ziek zijn uitgevallen, zegt zij. „Als vijf mensen dezelfde burn-outklachten krijgen, wil je ook met de werkgever kijken hoe je dat kunt ondervangen.”

Veel uitval onder jonge vrouwen

Volgens de arboregels is het de bedoeling dat bedrijfsartsen ook adviseren over preventie, maar Homeijer ziet dat werkgevers daar vaak weinig behoefte aan hebben. „Het zou helpen als hier vanuit de overheid een sterkere verplichting voor komt.”

Zodra iemand ziek uitvalt, zegt hoogleraar Schaafsma, focussen werkgevers en sommige arbodiensten nog te veel op dat individu. „We bieden zo iemand psychologische begeleiding, proberen werkzaamheden aan te passen. Maar wil je niet ook voorkomen dat collega’s uitvallen?”

Wat niet helpt, is dat uitval wegens psychische problemen vaak meer dan één oorzaak heeft, soms ook in de privésfeer. Schaafsma: „Als ondernemer kun je dan al snel denken dat een verzuimgeval aan die individuele omstandigheden ligt.”

Madelijn de Kleine.

Soms speelt de ongelijke verdeling van taken thuis een rol, zoals zorg voor het huishouden, kinderen of ouders. Relatief veel jonge vrouwen vallen uit, zegt Van Hoffen: „Zij zijn meer uren gaan werken, terwijl er maar heel weinig zorg vanaf is gegaan.”

Maar dan nog, zegt Schaafsma, kun je als werkgever „planmatig kijken of je zelf de juiste dingen doet”. Van al het psychischeziekteverzuim komt driekwart in ieder geval deels door werkfactoren, volgens het ambtelijke rapport over de WIA.

Beïnvloeden privéomstandigheden het werk, zegt Van Hoffen, dan is het goed als leidinggevenden en werknemers daarover in gesprek gaan. „Zij kunnen bespreken of het werk en de persoonlijke situatie nog bij elkaar passen.”

Soms lijkt het alsof het altijd maar hoger en beter moet op het werk, zegt De Kleine. „Maar als je bijvoorbeeld met jonge kinderen zit en nauwelijks slaapt, moet je misschien even niet willen pieken.”

‘Niet als besparing maar omdat het goed is’

Voor het terugdringen van mentale problemen is meer nodig dan alleen verbeteringen op de werkvloer, benadrukken hoogleraar Schaafsma en de bedrijfsartsen. Zij zien dat deze toename ook andere westerse landen teistert. „Mensen hebben te maken met een informatie-overload”, zegt Schaafsma. „En met vervagende grenzen tussen werk en vrije tijd.” Eenvoudige, routinematige werktaken zijn de laatste jaren geleidelijk weggeautomatiseerd, waardoor mentaal zwaardere taken overblijven.

Het ambtelijke WIA-rapport constateerde dat „veel mensen ervaren dat ze voortdurend moeten presteren”, in een samenleving waarin „steeds meer nadruk ligt op persoonlijke verantwoordelijkheid en zelfsturing”.

En dan zijn er de lange wachtlijsten in de geestelijke gezondheidszorg. Wie psychische hulp nodig heeft, moet vaak maanden, soms meer dan een jaar wachten op een behandelplek. Schaafsma: „Daar word je over het algemeen niet beter van.”

Toch is op de werkvloer veel winst te halen, zegt Schaafsma. „Ik zou van dit kabinet een langetermijnvisie willen zien om die preventie op de werkvloer echt goed te waarborgen.”

Maar zelfs als het kabinet volop inzet op strengere regels en handhaving om dit soort uitval terug te dringen: het kan niet als alternatief dienen voor al ingeboekte bezuinigingen.

Het lijkt misschien vanzelfsprekend dat dit soort preventie uiteindelijk geld oplevert, door minder uitkeringen, minder vraag naar psychische hulp en langer inzetbare werknemers. Maar zulke opbrengsten kun je niet zomaar inboeken op de begroting, zegt econoom Jasper Lukkezen, directeur van de opleiding voor financieel-economische ambtenaren op ministeries. „Daarvoor zijn de baten te onzeker”, zegt hij. „Je moet allerlei aannames doen. Als je preventieregels strenger handhaaft, hoeveel beter gaan werkgevers die dan naleven? En tot hoeveel minder uitkeringen leidt dat?” Uitkeringen verlagen is makkelijker, zegt hij. „Je kunt direct uitrekenen wat dat oplevert.”

Dat neemt volgens Lukkezen niet weg dat het verstandig is om meer te doen aan preventie. „Niet als besparing, maar omdat je gelooft dat het goed is. Het is ook niet duur om strengere regels te maken of extra controleambtenaren in te zetten.”

En als dat uiteindelijk geld oplevert? Dan is dat mooi meegenomen.

Sociale zekerheid

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next