Internetoplichting Jaarlijks krijgt het Landelijk Meldpunt Internetoplichting van de politie zo’n 50.000 aangiftes van aankoopfraude. In veel gevallen overkomt dat consumenten via een advertentie op sociale media. Bedrijven als Meta verdienen er goed aan.
Het Landelijk Meldpunt Internetoplichting van de politie.
Zo’n beetje iedere truc uit het handboek hoe-zet-je-consumenten-onder-druk is toegepast op webshop TicketBewust.nl. Het scherm toont aftelklokken, zinnen als „bijna uitverkocht!” en „laatste kans” springen met rode letters in beeld, de site schermt met „veilig betalen” via iDeal en creditcards. Op de homepage staan vijf groene sterren van beoordelingsplatform Trustpilot en de uitbaters beroepen zich er op hun „betrouwbare service”.
Maar betrouwbaar is TicketBewust niet, het is een nepshop. Of eigenlijk een nep-nepshop. Van de politie, die consumenten er alert mee wil maken op online oplichting. Wie probeert een ticket te kopen, krijgt een voorlichtingspagina te zien, met tips om oplichting te voorkomen.
De oplettende shopper kan er eerder hints vinden. De ‘over ons’-pagina van de webwinkel bevat vreemde teksten als „ons hoofdkantoor is flexibel en wisselt per kwartaal. We geloven in een vrije markt en minimale controle.” Wie het KVK-nummer natrekt, ziet dat dit van de politie is. En wie op de Trustpilot-beoordeling klikt, merkt dat het op de echte beoordelingspagina éénsterreviews regent.
Jaarlijks krijgt de politie zo’n 50.000 aangiftes van aankoopfraude: mensen die online iets hebben gekocht en dat niet hebben ontvangen. Bij ongeveer 10 procent gaat het om ticketfraude. En dat is maar een klein deel van de werkelijke omvang van het probleem, zegt Gijs van der Linden van de politie. „We weten dat ongeveer een op de vijf slachtoffers aangifte doet.” Zeker wanneer de schade betrekkelijk klein is, neemt lang niet iedereen die moeite. Bij zaken waarvan wel aangifte wordt gedaan, is het schadebedrag gemiddeld 300 euro.
Van der Linden geeft leiding aan het Landelijk Meldpunt Internetoplichting (LMIO). En hoewel die naam anders doet vermoeden, waarschuwt hij bij binnenkomst gelijk dat het geen groots opgezet commandocentrum is. Op een soort zolderkamerkantoor bovenin een politiebureau in Heemskerk worden aangiftes over online oplichting uit heel het land verzameld. Een dozijn agenten analyseert ze: is inderdaad sprake van oplichting? Hoe zit de gemelde fraudesite technisch in elkaar, welke dienstverleners worden gebruikt voor de hosting en de verwerking van betalingen? Valt daar meer informatie op te vragen? Hoe groot is de kans dat de schade verhaald kan worden?
Het aantal mensen dat opgelicht wordt via aankoopfraude stijgt al jaren. Vorig jaar werd 7,9 procent van de Nederlanders van 15 jaar en ouder er slachtoffer van, blijkt uit onderzoek van het CBS. Aankoopfraude is de meest voorkomende vorm van online criminaliteit, en treft meer mensen dan phishing, hacks en online stalking.
Het in 2010 opgerichte LMIO zag de afgelopen jaren een verschuiving in de plek waar die fraude plaatsvindt. Waar eerder vooral aangiftes binnenkwamen van oplichting via tweedehandsplatforms als Marktplaats en Facebook-groepen, gaat inmiddels de helft over aankoopfraude via nepshops. De groei van webwinkelen tijdens corona speelde daarin een rol, zegt Van der Linden. „Het slachtoffer heeft toen online shoppen ontdekt en de fraudeur heeft die fraudevorm ontdekt.”
Slachtoffers zijn in alle leeftijdsgroepen te vinden. Dat ziet Van der Linden terug in de cijfers van een andere politienepwebshop, PakJeDealsNu. Daarop wordt geadverteerd met heel hoge kortingen op elektronica. „Dan zie je dat de stofzuigers en koffiemachines de oudere generaties trekken, tussen de 40 en de 70. Spelcomputers gaan naar de jongere generatie.”
Criminelen gebruiken allerlei soorten producten als lokkertje, zien ze bij het meldpunt. Bij dure producten zetten ze vooral lage prijzen en extreme kortingen in, bij zaken als concertkaartjes speelt schaarste een rol. „Het is heel seizoensgebonden”, zegt Johan Melet, die bij het LMIO de onderzoeken naar webwinkels coördineert. „Nu gaan de barbecues hard, en als het weer een beetje meezit komen straks de zwembaden. Kleding gaat het hele jaar door, fatbikes zijn altijd hot. Volgens mij worden er meer fatbikes verkocht dan gemaakt.”
Met de komst van AI-tools is een website in een mum van tijd gebouwd en valt de huisstijl van een bekende winkel simpel te kopiëren. „Een nepwebshop in het leven roepen kan vrij makkelijk”, zegt Roland Kortenhof van branchevereniging Thuiswinkel.org. „Maar als je nu een nieuwe domeinnaam registreert, weet niemand die te vinden. Je moet je boefjessite adverteren, en dat gebeurt op social media.”
Deze week riep de Nederlandse Vereniging van Banken socialemediabedrijven op advertenties van fraudeurs intensiever tegen te gaan. Thuiswinkel.org sluit zich bij die oproep aan. „Platforms hebben de plicht te controleren wie bij hen adverteert. We zien allemaal advertenties voorbijkomen die overduidelijk een scam zijn. Dat zouden de techbedrijven toch makkelijk moeten kunnen herkennen.” Vorige week spande een Amerikaanse consumentenorganisatie om vergelijkbare redenen een rechtszaak aan tegen techconcern Meta.
Ook Melet van het LMIO hekelt het gebrek aan doortastendheid van socialemediabedrijven. „Wij informeren Meta, zij doen onderzoek naar de advertentie, zien dat die fout is, en halen hem weg. Maar het account waarmee geadverteerd wordt laten ze staan.”
Meta verdient goed aan advertenties van oplichters op zijn platforms Facebook en Instagram. Eind vorig jaar meldde persbureau Reuters op basis van interne documenten van het techbedrijf dat zo’n 10 procent van de advertentieomzet van malafide reclame kwam – in 2024 was dat circa 16 miljard dollar. Meta noemde die schattingen destijds „ruw en te breed”.
Volgens Reuters werden alleen advertenties tegengehouden waarbij Meta ervan was overtuigd dat het oplichting betrof. Voor reclame waarbij Meta een vermoeden had, maar niet voor minstens 95 procent zekerheid, werd simpelweg een hoger tarief voor plaatsing gerekend.
De schaal van het probleem maakt het ondoenlijk bij iedere zaak een verdachte op te sporen. „Daar zijn wij niet op ingericht, daar is het Openbaar Ministerie niet op ingericht, en daar is de rechtspraak niet op ingericht”, zegt Van der Linden.
Het LMIO zet ook „verstorende maatregelen” in. Bijvoorbeeld door bij rekeningnummers waarover meermaals aangifte is gedaan, een seintje te sturen naar de bank met een oproep maatregelen te nemen. Of door bij betalingsdienstverleners te melden dat iemand misbruik maakt van hun afrekenmethode. „Het is steeds maar frustreren en barrières opwerpen en daarmee proberen het de boef zo moeilijk mogelijk te maken”, zegt Van der Linden.
Die hindernissen moeten internetoplichting minder lucratief maken – want dat kan het zeker zijn. „Dit is geen kleine criminaliteit meer”, zegt Van der Linden. „Afhankelijk van welke producten je aanbiedt, kun je in een à twee weken zó 100.000, 150.000 euro verdienen. Zeker als je mensen aan het lijntje houdt.” Hij ziet dat daar ook weer trucs voor zijn. „Niet zeggen dat het morgen geleverd wordt, want dan gaan mensen gelijk klagen. Maar als je op donderdag of vrijdag een webwinkel in het leven roept en zegt dat het pas op maandag of dinsdag wordt geleverd, staat je website veel langer online.”
Waarom blijkt het toch zo makkelijk met een nepwebshop mensen op te lichten? Online betalingen aannemen gaat immers gepaard met strenge regels en identificatieplicht.
„Betalingsdienstverleners kijken echt wel wie ze binnenhalen”, zegt Van der Linden. „Maar op het moment dat iemand een zakelijke rekening heeft en een KVK-inschrijving, is het voor hen lastig om te herkennen dat die persoon slechte bedoelingen heeft.”
In ieder geval ontstaat een ‘papierspoor’. „Je kunt niet anoniem zijn, dus wij komen altijd bij een verdachte uit. Maar is dat ook de intellectuele dader? Of zit daar nog iemand achter?” Vaak blijkt het een katvanger.
Bij veel verstorende maatregelen werkt de politie samen met Nederlandse banken en dienstverleners. Maar ook oplichters in het buitenland kunnen Nederlandse slachtoffers maken. „Daar hebben wij geen opsporingsbevoegdheid”, zegt Van der Linden. „Dus dan moet het altijd via een rechtshulpverzoek en dat vertraagt.” Soms duurt het dagen of zelfs weken voor de politie de informatie krijgt die ze opvraagt.
„Wij hebben een cluster gevonden met honderden webwinkels waarbij de hosting en betaling via China verloopt”, zegt Van der Linden. „Daar gaan wij geen informatie van krijgen.”
Het maakt de poortwachtersrol van sociale media bij bestrijding van fraudeurs in het buitenland extra belangrijk. De Europese Commissie onderzoekt al sinds april 2024 of Meta genoeg doet om misleidende advertenties tegen te gaan. Als blijkt dat dit niet zo is, zou dat een inbreuk op de Europese digitaledienstenverordening DSA zijn. Dat kan een boete opleveren van maximaal 6 procent van de wereldwijde omzet van het bedrijf.
Oplichting is strafrechtelijk lastig hard te maken. Er moet sprake zijn van „listige kunstgrepen” of een „samenweefsel van verdichtsels” – complexe formuleringen die erop neerkomen dat één leugen niet genoeg is voor een veroordeling. Ook niet als die leugen is: in ruil voor een betaling lever ik een product, terwijl dat product er helemaal niet is.
In 2018 werd de wet uitgebreid om ook online verkoop van spullen zonder de intentie die te leveren strafbaar te stellen. Daarvoor moet wel bewezen worden dat een verdachte er „een beroep of gewoonte” van heeft gemaakt en het dus meer dan één keer heeft gedaan.
Dropshipping is ook niet zomaar strafbaar. Daarbij verkoopt iemand een product zonder dat zelf in handen te hebben en laat het vervolgens vanaf een leverancier naar de consument sturen. In de praktijk gaat het vaak om goedkope producten van matige kwaliteit, die consumenten ook zelf bij webshops als Temu en AliExpress hadden kunnen kopen voor een fractie van de prijs. „Daarbij kan sprake zijn van misleiding”, zegt Van der Linden. „Maar dan heb je een civielrechtelijke koopovereenkomst waarbij je zelf de verkoper aansprakelijk kunt stellen.”