Home

Plezier versus prestatie: hoe het Nederlandse amateurvoetbal in hoog tempo individualiseerde

Jeugdvoetbal Veel meer jeugdspelers wisselden de afgelopen jaren van club. Experts wijten dat aan de „prestatiecultuur” en aan ouders die het hoogst haalbare eisen voor hun kinderen. „Kinderen zijn een beetje individuele bv’tjes binnen een teamsport geworden.”

Raymond Linger en zijn zoon Jayvian Linger bij AVV Zeeburgia in Amsterdam.

In Amsterdam-Oost staat de wedstrijd AVV Zeeburgia O13-1 tegen AZ O13 op het punt te beginnen. Langs de lijn staat de dertienjarige Bentley van den Uithoorn te kijken naar zijn toekomstige club. Hij voetbalt „sinds de bak” bij zijn lokale vereniging in Bussum, SDO. „Het is onze achtertuin”, zegt vader Roy (33). Bentley traint vier keer per week, ook bij een particuliere voetbalschool. „Hij staat ermee op en gaat ermee naar bed”, vertelt zijn vader. Op aanraden van de voetbalschool kozen Bentleys ouders ervoor om over te stappen naar Zeeburgia. Bij de Amsterdamse amateurclub, waar de selectieteams standaard op het hoogst mogelijke niveau spelen, worden talenten klaargestoomd voor een overstap naar het profvoetbal.

Volgend jaar zullen vader en zoon drie keer in de week per trein afreizen naar Amsterdam. „Wel een hele opgave, logistiek gezien”, zegt Van den Uithoorn. Volgens hem was zijn zoon, aanvoerder en rechtsbuiten bij zijn lokale club, „boven het team uitgegroeid”. Bij Zeeburgia verwacht zijn vader niet alleen een hoger niveau, maar ook gerichtere aandacht voor Bentleys talent. „Op de huidige club heeft hij er geen plezier meer in.” 

Cijfers KNVB: team of speler? 

De aanstaande ‘transfer’ van Bentley van den Uithoorn van SDO naar Zeeburgia past in een breder patroon in het jeugdvoetbal. De afgelopen jaren maken kinderen een stuk vaker de overstap naar een andere vereniging, blijkt uit cijfers van de KNVB. In 2025 wisselden bijna 55.000 jongens van club, ten opzichte van een kleine 40.000 in 2017 – het aantal leden was in die twee jaren even hoog. Ook toen het aantal actieve mannelijke KNVB-leden van 2017 tot en met de coronacrisis daalde – van ruim 850.000 naar minder dan 790.000 – nam het aantal overschrijvingen fors toe.  

In het meidenvoetbal was er in dezelfde periode zelfs sprake van bijna een verdubbeling van het aantal clubwisselingen. In 2025 waren er meer dan achtduizend overschrijvingen, ten opzichte van een kleine 4.800 in 2017. En dat terwijl het aantal actieve vrouwelijke leden van de KNVB niet enorm groeide: 126.000 in 2017, 140.000 dit jaar. 

De keuze om jeugdvoetballers naar een andere club te brengen komt voort, volgens Marco Neuvel, die coaches opleidt en voetbalclubs adviseert, uit een steeds individualistischere beleving van de sport. „Ouders gaan shoppen”, zegt hij. Als ze niet tevreden zijn met club A, gaan ze naar club B. Freek van der Maas, verenigingsmanager bij VV Zeelandia Middelburg, herkent dit gedrag. „Sommigen zeggen: als mijn kind niet in een bepaald team komt te spelen, vertrekken we.”

Verenigingen spelen zelf ook een actieve rol, zegt Neuvel. Vanaf een jaar of twaalf worden getalenteerde jongetjes geregeld persoonlijk geappt door trainers van andere verenigingen, of ze misschien over willen stappen. Op jongere leeftijd worden dan de ouders benaderd. „Eigenlijk is het heel raar dat een vreemde man jou op die leeftijd gaat appen”, zegt Neuvel. „Het brengt het hoofd van ouders en kinderen snel op hol. Terwijl het kind het misschien wel erg naar zijn zin heeft op zijn huidige club.” 

„Kinderen zijn een beetje individuele bv’tjes binnen een teamsport geworden, waar de ouders veel tijd en geld in hebben geïnvesteerd”, zegt Neuvel. „Hierdoor kan de waarde van het geheel en het collectieve plezier van het team wegvallen, wat niet bevorderlijk is voor de ontwikkeling van jonge kinderen.”  

Ook de clubs zelf worden erdoor geraakt. Doordat ouders amateurverenigingen meer zijn gaan zien als een vehikel om hun kind hogerop te brengen, ontbreekt er vaak loyaliteit aan de club. Amateurclubs in Nederland verliezen hierdoor vrijwilligers en hebben meer en meer moeite hun hoofd boven water te houden. 

Roy van den Uithoorn en zijn zoon Bentley van den Uithoorn bij SDO Bussum.

(Gezamenlijke) ambities

Bij Zeeburgia heeft de O12-1 met 7-1 gewonnen. De sfeer feestelijk; het team is periodekampioen geworden. De twaalfjarige Jenayro Keeldar springt in de armen van zijn vader Ricardo Randon (59). „Nu wil ik een wrap met kip!” zegt hij jubelend. Randon heeft een duidelijke droom voor zijn zoon: „Op mijn ouwe dag wil ik op de tribune zitten en jou als een profvoetballer zien. Dat mensen je naam scanderen. Dat heb ik hem gezegd.” Of de andere ouders van het team deze ambities delen? „Ik denk van wel, hoor… dat gevoel krijg ik wel”, zegt hij. „Voetbal is geen hype meer, het is een onderneming. Natuurlijk spelen er ook financiële belangen mee.”  

Vader Randon spreekt veel met Jenayro over voetbal. Net als Raymond Linger (50), wiens twaalfjarige zoontje Jayvian met Jenayro in het team speelt. „In samenspraak”, zegt Linger, werd vorig jaar de knoop doorgehakt: Jayvian stapte over van FC Abcoude naar Zeeburgia. Bij zijn vorige vereniging werd Jayvian in de ogen van zijn vader niet op de juiste positie gezet. Junior wil prof worden en daar wil senior hem graag mee helpen. Al benadrukt Linger wel dat die ambitie niet ten koste hoort te gaan van het spelplezier van Jayvian: „Ik push hem niet.” Voorafgaand aan elke wedstrijd en na afloop spreekt vader Raymond met zijn zoon over wat wel of niet beter had gekund. Zo evalueren ze ook soms trainingen. „Nu gaat hij daar beter mee om”, zegt Linger lachend. „Hij heeft wat temperament van zijn vader.” 

Roy van den Uithoorn heeft zelf geen voetbalachtergrond. Toch nam hij de passie voor Bentleys hobby over. Hoe vaak hij het met zijn zoon over voetbal heeft? „Elke dag, het hele jaar rond”, zegt Roy.

Voetbal-burn-outs

Tijdens het sporten hoort plezier op één te staan. Dat is al jaren – ook vanuit voetbalbond KNVB – het devies. Een gebrek aan plezier is namelijk vaak de reden dat kinderen stoppen met voetbal. Toch kunnen ouders dit soms vergeten, zegt opleidingsdeskundige Neuvel. „We hebben een systeem gecreëerd waarin het gaat om presteren. Ouders moeten weer leren om met een andere blik te kijken naar de sport: die van plezier en ontwikkeling. Veel van hen zijn nu onbewust onbekwaam.” Hierdoor hoort hij van ouders vaker verhalen van wat hij „voetbal-burn-outs” noemt. „Deze ouders durven – met terugwerkende kracht – toe te geven dat ze te veel druk op hun kind hebben gelegd, waardoor het kind het plezier is verloren en is gestopt met de sport.”

In 2023 publiceerde de Nederlandse Sportraad het Advies over het pedagogisch klimaat in de sport. Hierin wordt geconcludeerd dat presteren in sport „vaak nog voorop” staat in plaats van de „wensen en behoeften van kinderen”. Niet alleen ouders, ook verenigingen zijn te veel ingesteld op winnen en het succes van de selectie-elftallen, zegt Tessa van der Velden, een van de opstellers van het advies. „De meest pedagogisch onderlegde trainers gaan meestal naar de selectie-elftallen.”

De ‘recreatieve’ of niet-selectieteams worden door veel clubs, en daardoor ook door ouders en jeugdspelers, als minderwaardig gezien. Dat heeft vervolgens een negatief effect op het ledenaantal en daarmee op de financiële situatie van amateurclubs. 

Jenairo Keeldar

Klagen en agressie 

Bij ouders van kleinere amateurclubs komt de hang naar een profcarrière voor hun kinderen minder voor. Toch wordt er bij verenigingen in het hele land geklaagd – vooral over het niet deelnemen aan selectie-elftallen, blijkt uit gesprekken met voorzitters en hoofden jeugdopleiding van tien verschillende amateurclubs in Nederland.

„Ouders zeggen soms: ‘Ik heb aan mijn zoontje beloofd dat hij in de selectie komt.’ En dan worden ze boos op mij dat ik die belofte niet kan waarmaken”, vertelt Freek van der Maas, verenigingsmanager bij VV Zeelandia Middelburg. „Ik schrik van het gedrag van sommige ouders nadat ik de teamindeling voor het komende jaar bekendmaak. Als ze het er niet mee eens zijn, kunnen ze echt door het lint gaan. Ze vinden dat wij hun kind onrecht aandoen. Het gaat totaal niet meer om het plezier.”

Toen bij het Almeerse AS ’80 een achtjarig jongetje niet – zoals het grootste gedeelte van zijn team wel – in een hogere leeftijdscategorie werd geplaatst, mailde zijn moeder vorig seizoen: „AS ’80 gelooft niet meer in de carrière van ons kind”, zegt David Vecht, sportconsultant en hoofd jeugdontwikkeling bij de club uit Almere, een zogeheten ‘partnerclub’ van Ajax. „Hij speelde prima, maar keek steeds naar zijn ouders als hij iets verkeerd deed. Hij liep met zijn ziel onder zijn arm.” 

Op de website van AS ’80 prijkt onder het kopje ‘AFC Ajax TalentHub’ een ‘Hall of fame’-pagina, waarop foto’s staan van spelertjes die naar Ajax vertrokken. Toch is Vecht kritisch op de huidige „prestatiecultuur” – niet alleen in het voetbal, maar ook in het onderwijs. Ook fanatieke ouders, die erop gebrand zijn hun kind naar een profclub brengen, baren hem zorgen: „Ze zijn niet genoeg bezig met de mentale kant van het voetbal en wat voor littekens de kinderen kunnen overhouden aan afwijzingen en op de bank zitten.”

Op het hoogste niveau kan de boosheid over het al dan niet selecteren van spelertjes nog hoger oplopen. René Koster, voormalig hoofd jeugdopleiding van NEC en Almere City, vertelt telefonisch hoe hij fysiek werd aangevallen door een vader omdat diens zoon de opleiding moest verlaten. 

Marco Neuvel, die zelf ooit in de jeugdopleiding van Ajax zat, legt uit dat veel ouders zich onbewust kunnen verliezen in het voetbal van hun kind. Vooral tijdens wedstrijden komt dit tot uiting. Ze hebben dan niet door dat ze langs de lijn te veel aanwijzingen geven, veel schreeuwen en schelden. Dat werkt volgens Neuvel averechts voor de kinderen. „Je moet ze eigenlijk filmen en ze na de wedstrijd laten zien wat ze allemaal hebben geroepen”, zegt hij. „Dan pas beseffen ze het.” 

Voetbal

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next