Dat mag jij vinden Thomas Hogeling beschouwt wekelijks de publieke opinie. Wat wordt er gezegd en vooral niet gezegd? Deze week: de reacties op de schutter bij het diner.
Als er een groep mensen bestaat die het recht niet heeft te stellen dat ‘geweld nooit de oplossing is’, dan zijn het wel de wereldleiders. Hemeltjelief, wat lost dat volk graag dingen op met geweld. Ze formuleren het vaak handig; dan smijten ze een bom op een ander land ‘om erger geweld te voorkomen’, maar wie hou je daar nou helemaal mee voor de gek? Zoals veruit de meeste kopstoten niet deëscalerend bedoeld zijn, zijn bommen dat ook niet. Het heeft dan ook op z’n minst iets schijnheiligs als uitgerekend wereldleiders pacifisme gaan lopen prediken op het moment dat iemand anders een keertje geweld gebruikt.
En toch doen ze het keer op keer. Ook afgelopen zondag weer, na de mislukte aanslag op Donald Trump tijdens het Correspondents’ Dinner. Of het nou president Claudia Sheinbaum van Mexico, buitenlandchef Kaja Kallas van de Europese Unie of onze eigen premier Rob Jetten was, ze zeiden allemaal hetzelfde. De Speld vatte het kernachtig samen: „‘Geweld is nooit de oplossing’, aldus wereldleiders die ‘begrip’ hadden voor platbombarderen van Iran.” Jetten voegde aan zijn reactie toe dat je in een democratie „een verschil van mening oplost met woorden”. Dat klopt maar tot op zekere hoogte. Als het systeem functioneert voeren we met woorden een debat over welke normen en waarden we handhaven, zo nodig met grof geweld.
Volgens de NOS reageerden wereldleiders ‘geschokt’ en ‘met afschuw’, maar dat geloof ik niet. In een land waar wapens overal te koop zijn wil een man met een wapen de president doodschieten, maar voordat hij de ruimte met de president heeft bereikt, is hij al overmeesterd. Ik denk dat wereldleiders het vanuit het diepst van hun hart ter kennisgeving hebben aangenomen.
Ik begrijp dat je in zo’n positie het best toch maar iets gratuits kunt roepen, iets dat niet uit de toon valt bij de reacties van je collega-wereldleiders, iets dat geen internationale rel veroorzaakt, maar mag het misschien ietsje minder infantiel, ietsje beter passend bij de situatie? NAVO-baas Rutte – we zijn het inmiddels van hem gewend – maakte het ‘t bontst door de mislukte aanslag een „aanval op onze vrije en open samenlevingen” te noemen.
Dan denk ik aan de roemruchte bijdrage van Susan Sontag in The New Yorker in 2001, een paar dagen na de aanslagen van 11 september. Ze hekelt daarin de „zelfingenomen onzin” en de „regelrechte misleiding” als reactie op de aanslag. Ze wijst erop dat het geen aanval op ‘beschaving’, ‘menselijkheid’ of ‘de vrije wereld’ was, maar een aanval op een zelfverklaarde supermacht, als reactie op specifieke acties van die supermacht, zoals het bombarderen van Irak. Ook schrijft ze dat je – hoewel het voortdurend gebeurt – de aanslagplegers moeilijk laf kunt noemen, zo’n term zou „beter passen bij degenen die doden vanuit een positie buiten het bereik van vergelding, hoog in de lucht, dan bij degenen die bereid zijn zelf te sterven om anderen te doden”.
Een dappere bijdrage in een week waarin iedereen over elkaar heen buitelde met superlatieven over de betekenis van de aanslag. Ik moet er altijd aan denken als ik de hysterische reacties zie op veel kleinere incidenten, zoals afgelopen zondag. Het is volgens mij goed om te onthouden dat een aanslag per definitie wordt gepleegd vanuit een positie van onmacht. Anders zou het wel een militaire operatie of precisiebombardement heten. Het is gevaarlijk om zoiets groter te maken dan het is. Grootschalige moordpartijen worden zo gerechtvaardigd, uitgevoerd door professionele legers, aangestuurd door leiders die zeggen dat geweld nooit de oplossing is.