Nine Kooiman | oud-voorzitter Nederlandse Politiebond Ze stond als eerste vrouw, zonder de traditionele ‘blauwe ervaring’, acht jaar aan het roer van de grootste politievakbond, NPB. Nu wordt ze vicevoorzitter bij FNV. „Vrouwen in de politieorganisatie moeten zich dubbel bewijzen.”
Miriam Barendse (voorzitter politie vakvereniging Equipe) en Nine Kooiman (rechts, destijds voorzitter van de Nederlandse Politiebond) tijdens een actie van de politie voor vroegpensioen.
Wie Nine Kooiman (45) tijdens de formatieperiode in Den Haag zag aanschuiven bij een talkshow, hoorde haar standvastig zeggen: „De politie heeft 850 miljoen euro nodig.” Ondertussen noemde de politieleiding een heel ander bedrag, namelijk 350 miljoen euro. „Maar ik ging voor de hele regenboog en een pot met goud”, vertelt de oud-voorzitter van de Nederlandse Politiebond (NPB) en voormalig SP-Kamerlid op een terras in de Utrechtse wijk Lombok, waar ze tot een paar jaar geleden nog woonde.
Kooiman heeft Lombok inmiddels verruild voor een wijk „over de gele brug”, onder Utrechters de benaming voor de Vinex-wijk Leidsche Rijn. Dat is dichter bij haar nieuwe werkgever, FNV, waar ze op 1 mei begint als vicevoorzitter, samen met oud-PvdA-voorzitter Hans Spekman (59), die voorzitter wordt. Alleen: het hoofdkantoor verhuist naar de andere kant van de stad.
Met haar aantreden bij FNV stopt Kooiman als voorzitter bij de Politiebond, waar ze eerder als secretaris ruim vijf jaar lang de rechterhand was van voormalig voorzitter Jan Struijs – nu fractieleider van de politieke partij 50Plus. Toen ze in 2023 begon als voorzitter, kampte de politie al met een zeer hoge werkdruk door personeelstekorten, vergrijzing en onrust in de samenleving, waaronder de gewelddadige boerenprotesten. Die problemen zijn niet verdwenen, maar Kooiman ziet wel dat er met het aantreden van kabinet-Jetten óók meer geld te besteden is.
Voordat het coalitieakkoord eind januari gepresenteerd werd, kreeg Kooiman een telefoontje van D66: „Ik kan niet zeggen hoeveel, maar je krijgt meer dan die 350.” Het werd ruim 500 miljoen euro, wat de werkdruk moet verminderen doordat het wordt geïnvesteerd in onder meer wijkagenten en het opleiden van cyber- en zedenrechercheurs.
„Ik denk dat het vooral is gelukt omdat het in een periode was waarin de politie erg onder vuur kwam te liggen. Je had de Malieveldrellen, de jaarwisseling met veel vuurwerkgeweld tegen de politie en de NAVO-top. Mensen dachten: we kunnen het niet maken om niet goed voor de politie te zorgen.”
„Als Tweede Kamerlid had ik de portefeuille politie, daar hield ik erg van. Maar op een gegeven moment zat ik ongeveer elke avond tot laat in de Kamer te debatteren. Thuis had ik een huilbaby en na het zoveelste late debat dacht ik: ik kan niet meer. Ook merkte ik dat mijn werk zich wel heel erg versmalde tot de Tweede Kamer. Sommige mensen vinden dat fantastisch, maar ik heb zuurstof nodig. Zuurstof zit in de samenleving, bij de mensen. Dus een vakbond, dat past gewoon beter.
„Ik vond de reacties die ik kreeg na het opzeggen van mijn Kamerlidmaatschap best pittig. Via sociale media zeiden mensen: ‘Jij bent de reden voor het glazen plafond’, omdat ik ervoor koos uit de Kamer te gaan, deels vanwege de zorg voor mijn kind. Maar ik werkte even hard bij de Politiebond. Ik kon mijn werk alleen beter inplannen en haalde er gewoon meer energie uit.”
„Binnen de Politiebond niet, dat ervoer ik als een warm bad. Maar ik merkte wel dat vrouwen in de politieorganisatie zich dubbel moeten bewijzen. De eerste vraag die ik van iemand uit het publiek kreeg tijdens mijn eerste grote bijeenkomst met de politietop was: ‘Hoe ga je dit combineren met thuis?’ Ik weet zeker dat die vraag niet aan een man gesteld zou zijn.
„Ik denk dat ik heb laten zien dat ik aan de ene kant heel verbindend ben en aan de andere kant niet bang ben om de barricades op te gaan en mijn tanden te laten zien.”
„Ik heb volgens mij twee dagen gewacht om te reageren nadat Van Weel die uitspraak had gedaan. Ik voelde juist dat ik móést reageren, omdat deze politiemedewerkers al werden veroordeeld. Ze ontvingen een brief van de korpsleiding waarin stond dat ze onterecht in het dossier hadden gekeken. Maar dat klopte niet. Ze hebben alleen de dadersignalementen kunnen lezen. Dus politiemedewerkers konden destijds denken: hé, wij hebben een vergelijkbaar onderzoek lopen, misschien kan ik meedenken. En dat is gewoon goed politiewerk.”
„Ja, dat begrijp ik ook. Ik vind het ook terecht dat dit grondig wordt onderzocht, maar je kunt ook weer niet een groep politiemedewerkers in een keer op deze manier wegzetten, dan word ik fel.
„Het gebeurde overigens in de week dat ik hoorde dat ik naar de FNV ging, dus ik dacht wel: moet ik dit doen, wetende dat ik mogelijk een rel veroorzaak binnen de politieorganisatie? Maar de minister heeft hierna zijn excuses aangeboden. Toen we elkaar achteraf belden, concludeerden we dat we het beter met elkaar hadden kunnen afstemmen.”
„De druk op politiemedewerkers is zó immens. Dat zag ik met mijn eigen ogen tijdens de jaarwisseling. Ik liep toen een dienst mee, in Amsterdam-West, en werd drie keer bekogeld met illegaal vuurwerk. Ik ben dan ook blij dat het verbod op vuurwerk is doorgevoerd. Maar de polarisatie en toenemende druk op de samenleving, die nemen niet af.”
„Zoveel potentieel binnen de politieorganisatie wordt niet gebruikt. Als je bijvoorbeeld bent opgeleid om de opsporing in te gaan, kun je niet worden ingezet als politieagent ‘op straat’. Daar heb je een gigantisch lange opleiding voor nodig, van vier jaar. Zonde, vooral nu de werkdruk zo hoog is. Het zou mooi zijn als je de vakken die je eerder tijdens de opleiding al hebt gedaan, niet nog een keer hoeft te doen, zodat je tijd wint.”
„Het irriteert me wanneer Kamerleden het hebben over het politieoptreden, want daar gaan ze niet over in Den Haag. Dat is aan het lokaal gezag, het Openbaar Ministerie, de burgemeester en de politie. Als Kamerlid heb ik altijd geprobeerd mij daar verre van te houden. Politiemedewerkers liggen al onder een vergrootglas en doen het eigenlijk nooit goed, dus ze vinden kritiek uit Den Haag extra vervelend.
„Je ziet, bovendien, de gevolgen van een verhard debat in de Tweede Kamer direct terug bij demonstraties. De politieagent is vaak het eerste aanspreekpunt, in plaats van een politicus. De Malieveldrellen zijn hier een goed voorbeeld van: het debat over asiel in de Tweede Kamer werd steeds feller, waardoor het escaleerde. Nu zijn we nog steeds bezig met de anti-azc-demonstraties.”
„Ik werd al een paar keer gebeld met de vraag of ik toch niet op gesprek wilde komen. Ik was nog maar een paar jaar voorzitter, en vond dat ik nog lang niet klaar was. Ik voel echt liefde voor de politiebond. Die verlaat je niet zomaar. Maar bij het laatste telefoontje besloot ik dat een gesprek geen kwaad kon. Achteraf wist ik: ik zou gek zijn om dit niet te doen.
„De bezuinigingen op de politie had ik dan wel van tafel, maar ik zie aan de andere kant dat de sociale zekerheid compleet wordt uitgekleed, zoals de verkorting van de WW- en WIA-uitkering. Dat voelde super onmachtig. Nu heb ik voor zoveel meer mensen een strijd te voeren.”