Home

Rodante van der Waal haalt in haar poëzie de ingesleten moederverheerlijking onderuit

Poëzie In haar debuutbundel schrijft Rodante van der Waal, die ook filosoof en vroedvrouw is, over een diffuus gebied rond het klassieke moederbeeld, waarin geboorte, leven en dood geen vaste contouren hebben.

Wie denkt te weten wat een ware moeder is, zou de lijvige debuutbundel van Rodante van der Waal (1992) moeten lezen. De dichter, die ook filosoof en vroedvrouw is, opent een diffuus gebied rond het klassieke moederbeeld, waarin geboorte, leven en dood geen vaste contouren hebben.

Rodante van der Waal: Op navelhoogte de kans. Nijgh & Van Ditmar, 192 blz. € 20,99

In de intrigerende gedichtencyclus de keuze, een fabel herneemt Van der Waal het Salomon-verhaal waarin twee vrouwen één kind opeisen. De koning stelt voor om het kind doormidden te klieven; de vrouw die het leven wil sparen, krijgt het moederschap toegewezen. Jaaa, zo herken je een ware moeder, dacht ik even – tot Van der Waals vervolg die ingesleten moederverheerlijking onderuithaalt.

Doordat Van der Waal de moederrol in de gedichten telkens anders invult, verliest het oorspronkelijke verhaal zijn morele helderheid. Het wordt minder duidelijk wie spreekt, wie gelijk heeft, of wat zorg precies betekent. Het archetype zelf lijkt daardoor te worden bewerkt, alsof het langzaam afslijt en plaatsmaakt voor een moederschap dat sterker afhankelijk is van context, lichaam en situatie.

Die kritische houding sluit aan bij Van der Waals eerdere werk. In haar essay over reproductieve rechtvaardigheid Baas in eigen buik (2025) wijst ze op het verbijsterende feit dat abortus in Nederland nog altijd in een juridisch niemandsland verkeert: toegestaan, maar niet erkend als recht, en nog steeds opgenomen in het Wetboek van Strafrecht. Die urgentie werkt door in deze bundel.

Aantekeningen van de verloskundige worden afgewisseld met herinneringen, observaties en indrukken. Dat levert een meervoudige stem op die soms aftastend is en soms nadrukkelijk uitlegt. De verschillende registers zitten elkaar soms in de weg – wellicht zoals ook ervaringen en wetten kunnen botsen. Maar juist wanneer de dichter minder wil verklaren, ontstaan er meerduidige beelden waarin de poëzie kan ademen. Dan kan bijvoorbeeld het mooie beeld van een zon die op navelhoogte gloeit in een lichaam zowel duiden op zwangerschap als op het verlangen ernaar.

Indrukwekkend is de cyclus abortuspastellen, die het hart van de bundel vormt. Hier spreken vrouwen over hun ervaringen met abortus, waarin strijdlust samengaat met twijfel, verdriet en schaamte:

met elke ongesteldheid verlies ik het kindalsof ik het steeds weer zelf gedood hebalsof ik het, omdat ik het toen niet heb gehoudennu niet meer mag.

Ondanks de door de buitenwereld opgelegde schaamte die met abortus gepaard gaat, laat Van der Waal er geen misverstand over bestaan: het recht om te beschikken over het eigen lichaam – en dus ook over zwangerschappen van dat lichaam – is niet onderhandelbaar: „het is aan ons, mensen met baarmoeders/ mensen met voorraden rijpende eieren/ in de schaal van ons bekken, hoe groot/ we het wel willen ten opzichte van het niet willen/ laten worden in ons lijf”.

Een vrouw is geen gemankeerd mens, maar een mens – toevallig met een baarmoeder, suggereert Van der Waal, door naar vrouwen te verwijzen als „mensen met baarmoeders”. Wat deze bundel belangwekkend maakt, is de ruimte die wordt opgeëist voor „mensen met baarmoeders” vanuit hun eigen perspectief.

Het doorleefde perspectief vanuit de verloskundige verlenen de beschrijvingen daarbij niet alleen geloofwaardigheid, maar bovenal een sensitiviteit voor wat misschien niet logisch of duidelijk is, maar wel gezien en ervaren wordt:

alsof die weeën blijven bestaanin een buik voor mijn buikin benen die groeien uit mijn handenin een rug onder mijn palmenin een fantoom dat één pas voor meblijft vragen om beroering

In deze beschrijving van een bevalling, die ook een abortus zou kunnen zijn, vervaagt de grens tussen moeder, kind en verloskundige. Het resultaat is een beweging tussen dood en leven, leven en dood.

De kracht van Op navelhoogte de kans schuilt niet alleen in wat er over moederschap wordt gesteld, maar vooral in wat er met het begrip gebeurt wanneer het poëtisch wordt benaderd: hoe het uit elkaar valt, zich hergroepeert en zichtbaar wordt als iets lichamelijks, voortdurend in transformatie.

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next