Home

Opvallende trend op de voetbalvelden: kleine tot zeer kleine scheenbeschermers. Wat zit daarachter?

Voetballers, zowel profs als amateurs, dragen tegenwoordig vaak kleine tot soms zeer kleine scheenbeschermers. Waar zijn de forse exemplaren gebleven en waarom dragen voetballers die niet meer?

is voetbalverslaggever van de Volkskrant.

FC Utrecht-speler Souffian El Karouani voelt zich gewoon ‘niet vrij’ als hij moet voetballen met scheenbeschermers die langer zijn dan 8 centimeter en breder dan 4 centimeter. Daarom draagt hij beschermertjes van het formaat telefoonhoes.

Dat oogt als iets onreglementairs, want iedereen die begint met voetbal krijgt, naar verhouding, veel grotere beschermers. Toch gaan steeds meer spelers – profs en amateurs – over op mini-scheenbeschermers, waarvan sommige zo klein zijn als een luciferdoosje. In de sportwinkel zijn ze gewoon te koop.

Opmerkelijk genoeg zegt de regelgeving niets over afmetingen. Nationale voetbalbond KNVB heeft op de website bij ‘regels en bepalingen’ onder de subkop ‘wedstrijdkleding’ slechts 21 woorden ingeruimd voor scheenbeschermers: ‘Het dragen van scheenbeschermers tijdens een wedstrijd is verplicht. Een speler die geen scheenbeschermers draagt, mag niet aan een wedstrijd deelnemen.’

Daaronder zijn 105 woorden aan de regels voor rugnummers gewijd en 469 aan reclame-uitingen op wedstrijdkleding.

Verantwoordelijkheid van de speler

Tweeënhalve week geleden ging het mis met een speler die dergelijke mini-scheenbeschermers droeg. NAC-middenvelder Lewis Holtby liep in de eredivisiewedstrijd tegen Fortuna Sittard een wond op aan zijn scheenbeen die zelfs van afstand te zien was. Het leidde tot een schrikreactie bij hem en andere spelers.

Oud-prof en amateurscheidsrechter Danny Koevermans was erbij als analist van ESPN. ‘Heel lullig voor Holtby, maar met normale scheenbeschermers was dit niet gebeurd. Een beenbreuk ga je niet met scheenbeschermers voorkomen, maar dergelijke wonden wel. De huid is daar heel dun.’

De Volkskrant vroeg de KNVB waarom er geen minimale afmetingen voor scheenbeschermers zijn; of het de KNVB zorgen baart dat spelers (ook) in het profvoetbal ultrakleine scheenbeschermers dragen; en of er onderzoek is gedaan naar blessureleed onder spelers die zulke kleine scheenbeschermers dragen.

Het antwoord was summier. ‘We verplichten het dragen van scheenbeschermers tijdens een wedstrijd, maar er zijn geen minimale afmetingen meegenomen in de regelgeving. Het is natuurlijk vanzelfsprekend dat de kans groter is op blessures als je jezelf minder beschermt, en dat daarom ons advies altijd is om normale scheenbeschermers te dragen. Maar het is dus alsnog de verantwoordelijkheid van de speler zelf.’

KNVB-bondsarts Edwin Goedhart gaf in het AD aan dat scheenbeschermers van normaal formaat (25 tot 30 centimeter voor volwassenen) de kans op botbreuken en wonden rond het scheenbeen verkleinen. Wonden bij het scheenbeen herstellen vaak minder snel. Regels over een minimaal formaat moet de Europese voetbalbond Uefa vastleggen, niet de KNVB, vindt hij. Goedhart bracht het onderwerp in het verleden al eens ter sprake bij de Uefa, maar constateerde er weinig bereidwilligheid.

Gevaarlijk kopieergedrag

Waarom beschermen spelers hun benen niet beter? Koevermans: ‘Ik denk dat het een modetrend is. Net als die gaten die in sokken worden geknipt of die neuspleisters. Het is fancy geworden. Spelers willen anders zijn, een eigen merk creëren. Bij de profs zie je niet vaak blessures ontstaan. Maar bij amateurspelers en jeugdspelers die het overnemen wel.’

In dat kopieergedrag schuilt volgens een andere oud-profspeler en amateurscheidsrechter Geert den Ouden het grootste gevaar. ‘Bij de profs heb je zo veel camera’s dat spelers geen enorme schop meer uitdelen. Maar bij de amateurs gebeurt het, al dan niet door onbeholpenheid, nog wel. Ik denk dat mijn scheenbeschermers me als amateurvoetballer al vaak gered hebben. Mijn zoontje moet ze ook aantrekken van mij. Gelukkig wil hij dat nu nog wel. Maar je kunt daar een discussie over krijgen als hij ziet dat profs van die kleintjes dragen.’

Als scheidsrechter controleren ze of alle spelers bescherming dragen onder hun sokken. Den Ouden: ‘Maar van de afmetingen kun je niets zeggen. Tuurlijk zeg je weleens als er iemand ligt te kermen omdat hij geraakt is op zijn schenen: ‘Joh dit had je kunnen voorkomen met normale scheenbeschermers.’’

Modegril

Tijdens de training worden scheenbeschermers sowieso weinig gedragen. Koevermans geeft toe dat zelf ook niet altijd te hebben gedaan. ‘Gemakzucht; op een training kun je ook opspringen in een duel. Soms trok je ze pas aan als er een partijtje werd gespeeld. Gek eigenlijk, want ik vond ze helemaal niet vervelend zitten en voelde me ook beter beschermd.’

El Karouani wilde niet reageren op vragen van de Volkskrant over zijn kleine scheenbeschermers, maar deed dat eerder bij het RTV Utrecht-programma Een berg sport wel uitgebreid. Hij had zelfs, op verzoek, zijn minidekkertjes meegenomen.

De verdediger van FC Utrecht bestreed dat hij ten prooi was gevallen aan een modegril. Als jeugdspeler begon hij met normale scheenbeschermers. Toen hij die een keer vergat, stopte hij verknipte voetzooltjes onder zijn sokken en mocht hij gewoon meespelen. Hij vond het ‘superfijn’. Tamelijk onnavolgbaar is zijn duiding van het comfort dat de kleine scheenbeschermers hem bieden: ‘Het is alsof ze er niet zijn, maar ze zijn er wel. Niet zijn, wel zijn. Een ander vindt dit fijn, een ander vindt weer dat fijn. Dat verschilt per persoon.’

In het programma werden beelden getoond waarbij zijn scheenbeschermertje uit zijn sok vloog, wat geregeld gebeurt.

Thomas Verhaar, oud-prof en assistent-trainer bij Excelsior, denkt dat de kleine scheenbeschermers niet snel zullen verdwijnen. ‘Iedereen bij ons heeft die dingen. Ik vind het verstandig om scheenbeschermers te dragen, maar begrijp niet goed dat het verplicht is. Bij ons trainen spelers al jaren zonder scheenbeschermers en we hebben nooit scheenblessures. Eerlijk gezegd vind ik de discussie erover bizar. Alleen omdat Holtby toevallig een wond op zijn scheen had. Dan zouden ze beter kunnen overwegen om met helmen te spelen, gezien het aantal hoofdblessures ten opzichte van het aantal scheenbeenblessures.’

Andere trainers, zoals Ron Jans (FC Utrecht) en Danny Buijs (Fortuna Sittard), hameren er bij hun spelers wel op om te allen tijde scheenbeschermers te dragen. Buijs zag eind vorig seizoen zijn sterspeler Alen Halilovic uitvallen na een schop tegen zijn scheen. Hij zei na afloop zich erover te verwonderen dat profs die tegenwoordig alles voor hun sport doen en laten zonder scheenbeschermers trainen en tijdens de wedstrijden exemplaren dragen die zo groot zijn als een pakje sigaretten. Toch vindt hij het lastig om spelers te verplichten met scheenbeschermers te trainen. Moet hij dat dan elke training ‘als een politieagent’ controleren?

Koevermans’ opmerking dat het een modegril betreft, wordt gestut door de levendige handel in gepersonaliseerde mini-scheenbeschermers. Volgens Giel Steffens, die scheenbeschermers ontwerpt voor onder anderen Memphis Depay, Virgil van Dijk en Georginio Wijnaldum, gaat het vooral om comfort, zo zei hij in Trouw. ‘Ze zijn zo licht dat je bijna niet voelt dat je ze aan hebt. Het is een sport die draait om snelheid en innovatie. Grote scheenbeschermers voelen voor de spelers als ondingen.’

Om de wond van Lewis Holtby te dichten, waren acht hechtingen nodig. Die mochten er na een kleine twee weken al uit, zodat hij afgelopen zaterdag tegen Ajax kon meedoen. Veel pijn had het niet gedaan, zei hij. Het was meer de schok: ‘Hechtingen zijn niet het einde van de wereld.’

Het was al de derde of vierde keer dat hij een wond aan zijn scheenbeen opliep. Maar volgens hem beschermen ook normale scheenbeschermers niet afdoende. ‘Als we nergens pijn willen hebben, moeten we ijshockeyscheenbeschermers gaan dragen. En dan nog iets rond de voet. En een helm.’

Wat Holtby zeggen wil: het is een eindeloze discussie.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next