Home

Wat leert ‘Hedge 2070’, de best onderzochte heg van de wereld, ons over biodiversiteit?

De interesse in heggen, extreem belangrijk voor de biodiversiteit, groeit en groeit. Twee jaar lang legde de Engelse ecoloog Robert Wolton alle 2.070 soorten beestjes, planten en insecten vast in één van de heggen rond zijn boerderij in Devon. Nu is er een boek.

schrijft voor de Volkskrant over natuur, biodiversiteit en landschap.

‘Eigenlijk is er niets speciaals aan’, zegt Robert Wolton als we voor een heg staan op de oprijlaan naar zijn boerderijwoning op Locks Park Farm, in de buurt van Hatherleigh, in het graafschap Devon in het zuidwesten van Engeland. ‘Heggen zoals deze staan overal in Devon. Een aarden wal met struiken, en verspreid ertussen een paar eiken. En een greppel ernaast, waaruit de grond komt waarmee de wal is opgehoogd.’

En toch zou je deze heg, met een lengte van 85 meter, de meest bijzondere van Engeland kunnen noemen. Het is in ieder geval de best onderzochte heg van Engeland, van Europa, van de wereld.

Daarvoor is Robert Wolton zelf verantwoordelijk: gedurende twee jaar inventariseerde de ecoloog nauwgezet alle met het blote oog waarneembare soorten dieren en planten in de heg. Die had hij vooral geselecteerd vanwege de nabijheid van zijn huis, op veertig meter afstand.

Hij inspecteerde op planten, korstmossen en schimmels, op vogels, hij gebruikte verschillende vangconstructies om motten, kleine zoogdieren, kevers en reptielen te ontdekken, bekeek intensief de bloemknoppen op foeragerende bestuivers, ving vliegen met een net. Met hulp van specialisten identificeerde hij de soorten; na precies twee jaar stopte hij. De teller stond toen op 2.070 soorten, waarvan 1.718 soorten insecten.

Wolton: ‘Ik was ongetwijfeld op drieduizend of meer uitgekomen als ik langer was doorgegaan. De beperking zat meer in de beschikbaarheid van deskundigen dan in de soorten. Er zijn alleen al zo’n zevenduizend soorten sluipwespen in Engeland, maar er zijn slechts een paar experts, en die hebben het erg druk. Het maakte ook niet uit: ik had allang aangetoond dat heggen extreem belangrijk zijn voor de biodiversiteit.

‘Het diende eigenlijk geen doel om nog meer soorten te ontdekken. Mensen vinden 2.070 soorten ‘wauw’, en drieduizend ook.’

Een hek door, het weiland in, naar de achterkant van de heg. Hier zien we dat deze heg toch wel iets afwijkt van al die andere: deze heg is breed, heeft uitstekende takken van meidoorns en braamstruiken, met daarnaast nog een brede rand met wilde bloemen. Wolton: ‘De heg gaat hier geleidelijk over in een bloemenrand tot aan de rand van het veld; van hoog naar laag. Dit is ideaal voor zo veel dieren.’

Zo veel ruimte krijgt een heg doorgaans niet. ‘Vaak worden heggen heel kort gesnoeid, neat and tidy, of het vee graast alles weg tot aan de heg. Dat is hier niet zo.’

Hij wijst op de resten van een oud nest van een hazelmuis. Zijn project begon eigenlijk met de hazelmuis, zegt hij. ‘Ik ben ooit afgestudeerd op kleine zoogdieren. Maar een hazelmuis, die heel zeldzaam is, had ik nog nooit gezien. Toen ik hier net woonde, zo’n dertig jaar geleden, zag ik op een gegeven moment nesten die ik niet kon thuisbrengen. En uiteindelijk zag ik een hazelmuis uit een van die in de heg verborgen nesten kruipen. Spectaculair.’

Robert Wolton werkte bij Natural England, een natuurorganisatie die onder meer de overheid adviseert. ‘Heggen waren toen nog nauwelijks in beeld bij natuurbeschermers, veel van mijn collega’s dachten bij heggen aan de smalle, kort gesnoeide strookjes met meidoorns, die in het midden van het land voorkwamen.

‘Die hebben zeker waarde, maar ze leken weinig op de geweldige, brede heggen op wallen in Devon. Ik kon ze ervan overtuigen om er toch aandacht aan te besteden. Ik kreeg toestemming om tien procent van mijn tijd te besteden aan het pleiten voor meer en betere heggen.’

De concrete aanleiding voor zijn project bij zijn huis was een autorit met een collega. ‘We vroegen ons af hoeveel soorten er eigenlijk in een heg leven. We kwamen tot de conclusie dat niemand het wist. Het was nooit onderzocht. En mijn collega zei: ‘Rob, ga het uitzoeken.’ Dat ben ik toen gaan doen.’

‘Hedge 2070’ is inmiddels een begrip in de wereld van de liefhebbers en onderzoekers. Wolton: ‘Ik zie de heg vaak opduiken in de wetenschappelijke literatuur.’

Heg 2070 kreeg ook een plek in zijn boek Hedges, in de reeks British Wildlife Collection. In dat boek bundelde hij alle kennis die hij in de loop der jaren had opgebouwd, ook op basis van internationaal onderzoek. Het is niet het enige boek over heggen dat in de laatste tien jaar verscheen, de aandacht past bij de herontdekking van het oude cultuurlandschap in Engeland. Maar Hedges onderscheidt zich door de wetenschappelijke onderbouwing.

Heggen bestaan in het Verenigd Koninkrijk al veel langer dan wordt aangenomen, zegt Wolton: ‘In Devon zijn wallen gevonden van 3.500 jaar oud, en zeker achthonderd jaar geleden waren er verspreid over het land al heggen.’

Wel kreeg het planten van heggen in delen van het land een impuls in de 18de en 19de eeuw. In die periode namen rijke Engelsen de voormalige, door boeren gedeelde landbouwgronden (the commons) in bezit en bakenden de voorheen open terreinen af.

In grote delen van het land stonden al langer heggen, om vee te keren; in Devon dienden ze om de stevige zuidwestenwinden te breken. In het glooiende landschap van Devon ontstonden ook holle wegen tussen die heggen, of hagen.

Tot na de Tweede Wereldoorlog waren heggen vanzelfsprekend aanwezig in een groot deel van Engeland, het hout werd gebruikt voor gereedschap en voor de kachel, maar met de mechanisatie (tractoren, de schaalvergroting, de uitvinding van het prikkeldraad en de opkomst van kolen, gas en elektriciteit, werden heggen in hoog tempo vernietigd. De heggen die overbleven werden (en worden) vaak slecht beheerd, waardoor ze geleidelijk ook verdwenen. Volgens het meest recente onderzoek is nog geen 17 procent van de heggen op het Engelse platteland in goede staat.

Maar Wolton ziet een kentering. ‘Gelukkig realiseren steeds meer mensen zich dat heggen belangrijk zijn voor veel meer dan alleen erfafscheiding of veekering.’ Die ‘moderne’ of herontdekte functies van heggen beschrijft hij uitgebreid in zijn boek. Hij komt tot zeker achttien functies, die variëren van ‘gezondheid en welbevinden’ en ‘cultureel erfgoed’ tot het voorkomen van overstromingen en erosie.

Om met die biodiversiteit te beginnen: heggen in het intensieve boerenland zijn vaak de enige verbinding voor dieren en planten, tussen hun verschillende leefgebieden. ‘Maar’, zegt Wolton, ‘de heggen zelf zijn ook leefgebied. Veel dieren zouden zonder die heg ook niet kunnen overleven op veel plekken in het land. Los van dekking en nestgelegenheid bieden heggen voedsel en verschillende microklimaatjes op een kleine oppervlakte. Het kan koud en vochtig zijn aan de ene kant en droog en warm aan de andere kant.’

Heggen kunnen ook de effecten van klimaatverandering verzachten. ‘Beschutting en schaduw voor vee en voor schapen leverden ze altijd al, maar we hebben nu steeds vaker te maken met stofstormen. In Oost-Engeland is door verdroging landbouwgrond gewoon weggeblazen. Daar worden nu overal weer heggen geplant om dat te voorkomen.’

Heggen houden daarnaast, net als bomen, veel koolstof vast. Wolton: ‘Niet alleen in de bomen en wortels, maar ook in de grond onder de heg. En dat laatste is blijvend.’ Zo voorkom je dus de vorming van CO2 en spelen heggen een rol in de vertraging van klimaatverandering.

We volgen de heggen, af en toe doorkruisen we een weiland. Het groeiseizoen is nog niet echt begonnen, de weilanden zijn zompig. We schrikken een houtsnip op en een haas. ‘In de heggen overwinteren enorm veel soorten, veel bestuivers ook, hommels en andere wilde bijen. Zeker in de grootschalige landbouwgebieden zijn het zowat de enige plekken waar bestuivers terechtkunnen. In het groeiseizoen zijn deze bijen op hun beurt belangrijk voor het bestuiven van gewassen. En sluipwespen, maar ook andere beestjes kunnen tot wel 200 meter van een heg een rol spelen bij bijvoorbeeld luizenbestrijding. Zo kun je het gebruik van pesticiden terugdringen.’

Hij is optimistisch. ‘Ook bij Engelse boeren bestaat verbondenheid met het landschap. Ik zie nu dat heel veel boeren meedoen met overheidsprogramma’s om heggen terug te brengen in het landschap.’

Zelf is hij lui geworden, zegt hij. Bewust. De koeien had zijn inmiddels overleden vrouw, die de boerderij runde, in 2012 al weggedaan. Hij deed het beheer van de heggen, het snoeien en het leggen. Die techniek, het heggen leggen – het aan de voet inhakken en daarna buigen van de stammen – om de heg dicht en langer gezond te houden, is bewerkelijk. ‘Ik ben nu overgestapt naar een soort hakhoutbeheer. Om de zoveel jaar hak ik op een paar bomen na mechanisch alles tot bijna aan de grond toe weg. Dat is goedkoper en efficiënter. En daarna komt alles weer op. Als er gaten vallen, leg ik af en toe een stukje, en ik kap of snoei af en toe wat. Op die manier beheerd kan een heg nog eeuwen mee.’

Terug naar de boerderij. ‘Straks, in mei, kleurt het hier wit van de meidoorns, bloeien de wilde hyacinten, fluitenkruid en nog veel meer bloemen.’ En dan gaat het in de heggen ook weer zoemen van de bijen en de zweefvliegen, klinkt de zang van tuinfluiters, de merels, de zwartkopjes, de fitissen en scheren vleermuizen en uilen eroverheen. ‘Tellen doe ik niet meer, maar kijken nog wel, puur voor mijn plezier.’

Robert Wolton: Hedges. Bloomsbury; 368 pagina’s; € 46.

Heggenvlechten

De Zuid-Engelse stijl van het heggen leggen (hedgelaying) krijgt navolging in Nederland. Hier wordt vaak de term heggenvlechten gebruikt. Al jaren doet een contingent Nederlanders mee met kampioenschappen in Engeland. Tijdens de South of England Hedgelaying Competition 2026, afgelopen februari, wonnen Nederlanders prijzen in verschillende categorieën. Ook in Nederland, waar al in de Romeinse tijd melding werd gemaakt van heggen, bestaan er inmiddels verschillende kampioenschappen heggenvlechten.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next