Het Ierse raptrio Kneecap werd meermaals wereldnieuws door hun aanhoudende protest tegen het regime in Israël, en kampt met bedreigingen en een rechtszaak. Er is dus wel méér om over te praten dan alleen een nieuw album.
is popredacteur van de Volkskrant.
In de gezellig stinkende Hawthorn Bar in West-Belfast heerst opwinding onder de drinkers, want het Ierse raptrio Kneecap is zojuist over de smalle trap naar het rommelzoldertje gelopen. Voor de Ierse pubgasten met glazen Guinness en flessen witte wijn voor zich op de houten tafeltjes zijn Móglaí Bap (de artiestennaam van Naoise Ó Cairealláin, 33), Mo Chara (Liam Óg Ó hAnnaidh, 28) en DJ Próvai (J. J. Ó Dochartaigh, 36) herkenbare helden.
Daarom wordt hun Guinness boven bezorgd door de mede-eigenaar van de bar, een hartelijke dame op leeftijd. De mannen bedanken haar uitgebreid, en wuiven iedere twijfel van de Nederlandse interviewer over de mogelijk cliché-toeristische bijsmaak van Guinness meteen weg.
‘O God, nee’, zegt Mo Chara. ‘Guinness is de ruggengraat van onze samenleving. De Guinness hier is ook goed.’ Móglaí Bap stemt na een grote slok tevreden in: ‘Het is een heel fijne Guinness. Buiten Ierland smaakt hij niet zo goed. Guinness kan niet reizen, weet je.’ (De geëngageerde bandleden spreken tijdens het gesprek consequent over Ierland, ook als ze Noord-Ierland bedoelen, waarvan Belfast de hoofdstad is. )
Ze nemen het drankje serieus, blijkt. ‘Weet je wat het is met Guinness, je kunt er niet van nippen’, wijst Mo Chara de interviewer vriendelijk terecht. ‘Je moet een grote slok nemen, want als je nipt krijg je alleen het dikke schuim.’
Het trio werd de afgelopen jaren meermaals wereldnieuws door hun aanhoudende verzet tegen de gruwelijke daden van het Israëlische regime, maar Kneecap is in de basis een rapgroep. Twee jaar geleden waren ze op Down The Rabbit Hole de ontdekking van het weekend, toen ze voor het eerst in Nederland hun bizar energieke liveshow lieten zien.
De stampende beats van Kneecap zijn weinig verfijnd (de albumtitel van hun vorige album Fine Art is ironisch bedoeld), de teksten zijn veelal woest, vaak ook grappig en grotendeels in het Iers. Vrijdag verschijnt hun derde album, Fenian.
Fenian is eigenlijk de tweede poging tot het derde album, vertelt Mo Chara op de helverlichte zolder. ‘We hadden al een album gemaakt, maar toen dat bijna af was, dachten we ineens: dit is niet wat we willen’, zegt hij. ‘Dus zijn we helemaal opnieuw begonnen met producer Dan Carey.’
Ze gooiden alles weg wat ze geschreven hadden, behalve de tekst van één liedje. ‘Dat is het met muziek: de bevlieging van het moment van schrijven gaat voorbij’, zegt Mo Chara. ‘Iets proberen te herschrijven wat ik zeven of acht maanden geleden heb geschreven, dat lukt gewoon niet meer. Terwijl veel van die liedjes wel goed waren.’
Ze schreven en maakten een heel nieuw album in zes weken, in Careys studio in Londen. Aan nieuwe inspiratie in elk geval geen gebrek in die periode. ‘In die weken hadden we ook ons eerste stadionconcert, in Londen, en Mo Chara’s rechtszaak. Die dingen hebben onze teksten beïnvloed, maar ook de muziek. Die wilden we geschikter maken voor in grote arena’s. En we worden tekstueel luider, dan moet dat sonisch ook aansluiten.’
In augustus stond Mo Chara terecht op verdenking van het verheerlijken van een terreurorganisatie. Tijdens een concert in Londen zou hij een Hezbollah-vlag omhoog hebben gehouden op het podium, en zijn steun voor de organisatie hebben betuigd. Hezbollah is door de Europese Unie en het Verenigd Koninkrijk bestempeld als terroristische organisatie.
‘Over die hele rechtszaak: het is jammer dat we tegen onze zin in onderdeel zijn geworden van het carnaval van de afleiding’, zegt Mo Chara. ‘Elke minuut dat het nieuws over mijn rechtszaak gaat, over die belachelijke heksenjacht, is een minuut dat het minder over Palestina gaat en over wat er echt aan de hand is.’ Ze schreven er een nummer over voor hun nieuwe album: Carnival.
De rechtszaak is niet de eerste keer dat Kneecap een geliefd media-onderwerp werd door hun activisme. Bij iedere show van de band verschijnen cijfers en statements op het scherm over Israël, en niet ieder publiek is daar even ontvankelijk voor. Toen het publiek op het Amerikaanse festival Coachella vorig jaar de teksten ‘Israël pleegt genocide op het Palestijnse volk’ en ‘Dat wordt mogelijk gemaakt door de Amerikaanse overheid, die Israël bewapent en financiert ondanks zijn oorlogsmisdaden’ voorgeschoteld kreeg, leverde dat Kneecap doodsbedreigingen op. Het kostte ze ook hun kans op een Amerikaanse tour.
‘Op een of andere manier is het controversiëler geworden om tekst op de schermen bij je show te hebben over wat er gebeurt in Gaza dan om wapens te geven aan een regering die genocide pleegt’, zegt Móglaí Bap.
‘Dat is de ironie van alle nepverontwaardiging rond Coachella’, zegt Mo Chara. ‘De tent liep trouwens niet leeg toen die teksten op de schermen verschenen. Dit was aan het begin van de show, toen was de tent helemaal vol, en toen we eindigden was hij dat nog steeds.’
‘Niet iedereen is zo pro-Israël als de Amerikaanse media doen vermoeden’, zegt Móglaí Bap. ‘De jonge mensen zijn vaak pro-Palestina, omdat ze op hun telefoons in real time kunnen zien wat er gebeurt. Dat is ook waarom Israël zoveel journalisten vermoordt. Ze proberen te bewerkstelligen dat de waarheid niet naar buiten komt.’ Mo Chara: ‘Er is maar één reden waarom je journalisten zou vermoorden: als je wil verbergen wat er echt gebeurt in Gaza.’
‘De publieke opinie over Israël is drastisch veranderd’, zegt Móglaí Bap. ‘Er zijn historische voorbeelden van gewone mensen die met protest echte verandering teweegbrachten. Bijvoorbeeld de Ierse Mary Manning, die tijdens de Zuid-Afrikaboycots een driejarige staking bij haar werkgever, winkelketen Dunnes Stores, in gang zette. Dat had zo veel effect dat Desmond Tutu later deze Ierse arbeiders uitnodigde voor een ontmoeting. Dus ja, het kan hopeloos voelen als er mensen als Netanyahu en Trump aan de top van de wereldpolitiek staan. Maar er zijn dingen die gewone mensen kunnen doen.’
‘Zolang de Palestijnen nog hoop hebben, is er voor ons geen reden om de hoop te verliezen’, zegt Móglaí Bap. ‘Zolang zij nog hoop hebben op het recht om daar te mogen bestaan, te mogen wonen, gezinnen te mogen stichten en een leven te hebben, moeten wij moed houden en het voor ze blijven opnemen.’
‘Zolang je weet dat je gelijk hebt, zul je hoop hebben. Bobby Sands, uit zijn gedicht The Rhythm of Time’, zegt Mo Chara. ‘Dat gedicht moet je lezen, het is fantastisch. Het gaat over hoe mensen de zwaarste beproevingen kunnen volhouden, zoals hongerstakingen. De enige manier om nog licht aan het einde van de tunnel te zien, is door te weten dat je gelijk hebt.’
‘Zo is Nelson Mandela al die jaren in de gevangenis doorgekomen’, zegt Móglaí Bap. ‘Hij hield hoop en werd niet bitter. Zo word je de baas over kwaadwillenden.’
De barvrouw komt boven met een bord vol gloeiend hete tosti’s. Nog voor het bord de tafel raakt, pakken Móglaí Bap en Mo Chara er een. DJ Próvai wacht even, hij zegt een stuk minder dan de andere twee en houdt zich voornamelijk op de achtergrond. De bivakmuts met Ierse vlag waarmee hij vaak in het openbaar verschijnt, draagt hij ook uit verlegenheid.
Het gesprek is ongemerkt snel van muziek naar politiek verschoven. Dat gebeurt wel vaker met Kneecap. ‘Politieke gesprekken zijn hier in Ierland een stuk vanzelfsprekender, vanwege onze geschiedenis’, zegt Mo Chara. ‘In andere landen verandert de toon misschien als je over politiek begint te praten, maar hier in Ierland is het zo goed als smalltalk. Politiek is verweven met wie we zijn.’
‘Het is ook gek voor ons om te bedenken waar politiek begint’, zegt Móglaí Bap. ‘Volgens sommigen is Iers spreken in Ierland politiek, maar dat zou het niet moeten zijn. Nederlands spreken in Nederland is toch ook niet politiek?’
Als het gaat over de Ierse taal begint eindelijk ook DJ Próvai te praten. Hij komt uit Derry, in het noorden van Noord-Ierland. Daar speelt de taal een grote rol, in de Gaeltacht-gebieden is de taal nooit verloren gegaan.
‘Aan het begin van de 19de eeuw hadden we in ons nationale schoolsysteem bata scóir, kerfstokken’, zegt DJ Próvai. ‘De Ieren spraken nog geen Engels, maar moesten dat leren als onderdeel van de kolonisatie, of het ‘moordmachine-project’, zoals schrijver en politiek activist Patrick Pearse het noemde. Elke keer dat de Ierse kinderen Iers spraken, werd er een inkeping in hun kerfstok gekrast. Aan het einde van de dag kregen ze zoveel slagen als er inkepingen in hun stok stonden. Onze taal werd dus letterlijk uit de kinderen geslagen.’
‘Dat deden de Britten in al hun koloniën, in Wales, Kenia, Nigeria, India’, zegt Mo Chara. ‘Het is een erg effectieve methode.’
‘Daarom is het herleren van de taal zo’n belangrijk aspect van dekolonisatie’, zegt Móglaí Bap. ‘We hebben het nodig om ons weer zelfverzekerd te voelen over onze identiteit. Er is een reden dat de eerste stap van kolonisatie is om een volk zijn taal te ontnemen, daarmee wis je de identiteit uit.’
‘Ierse plaatsnamen zijn geangliseerd. Zoals Belfast: dat heet eigenlijk Béal Feirste, wat riviermond betekent. ‘Belfast’ is gewoon een klank, het is geen woord. Ze hebben de betekenis weggenomen van alle plaatsnamen, om ons los te koppelen van ons land en onze cultuur.’
‘Toen onze ouders hier opgroeiden, waren er geen scholen waar in het Iers les werd gegeven. Het waren mensen uit de gemeenschap zelf die die scholen en culturele centra hebben opgericht, veertien jaar lang zonder overheidsgeld. De ouders maakten schoon en haalden geld op, de leraren werkten gratis. Dat is de Ierse doe-het-zelfmentaliteit, die wij ook hebben. Je kunt zelf dingen veranderen. Als je weet dat je gelijk hebt, geef je niet om consequenties of offers. Dat is sowieso een groot ding in de Ierse cultuur: zelfopoffering, voor het algemeen belang van je gemeenschap.’
DJ Próvai: ‘Wij hebben de kans om te doen wat we doen dankzij de offers die mensen voor ons hebben gebracht. Dat het Iers weer tot leven is gebracht vanaf het randje van de dood en dat het nu weer opbloeit, is te danken aan de mensen die voor ons kwamen.’
‘De laatste jaren zie je bekende mensen steeds vaker Iers praten’, zegt Móglaí Bap. ‘De Ierse taal is altijd cool geweest, wij hebben het niet cool gemaakt. Er wordt al vijftienhonderd jaar Iers gesproken, we hebben het niet uitgevonden of zo. Maar er is iets aan het verschuiven, en hopelijk gaan mensen daardoor weer daadwerkelijk Iers spreken. Want de enige manier voor de taal om te overleven is als mensen Iers praten en baby’s krijgen tegen wie ze Iers praten.’
Toch zijn de teksten van Kneecap ook deels Engels. ‘Als je een minderheidstaal spreekt, ga je ‘code mixen’: je eigen taal met de dominante taal vermengen’, zegt Mo Chara. ‘Dat gebeurt in onze teksten omdat we niet alleen maar Iers om ons heen horen. Móglaí Bap ouders spreken bijvoorbeeld geen Iers, hun ouders ook amper.’
‘We hebben ook vrienden die geen Iers spreken, dus als je met een groep vrienden bent, spring je van de ene taal naar de andere. We willen dat niemand zich ongemakkelijk voelt. Tenzij je over ze wil roddelen, natuurlijk.’
‘Dat is de laatste tijd echt moeilijker’, zegt Móglaí Bap. ‘Vroeger kon je in de bus gewoon roddelen in het Iers, maar nu is dat te riskant. We zijn met te veel!’
Het album heet Fenian, naar een oorlogsbende uit de Ierse folklore. De naam is een ode aan de Ierse identiteit, zegt Móglaí Bap: ‘In de 19de eeuw was Fenian een naam voor mensen die in opstand kwamen tegen de Britse regering, en de laatste tijd wordt het als scheldwoord gebruikt voor Ierse nationalisten. De Britten gebruiken de term om ons naar beneden te halen, om Ieren af te schilderen als barbaars en achterlijk. Zo krijgt Israël zijn soldaten ook zover om gruwelijke dingen te doen: door ze wijs te maken dat de Palestijnen menselijke beesten zijn. Je kunt mensen niet onderdrukken als je ze als je gelijke ziet. Dus wij eigenen ons dat woord weer toe, wij herclaimen onze identiteit.’
‘Onze muziek is deels protest, maar ook deels viering dat we bestaan’, zegt Mo Chara. ‘Het doel van de kolonisatie van Ierland was dat Ieren niet meer zouden bestaan. We hadden hier niet meer moeten zijn, we hadden geen band moeten vormen, we hadden geen Iers moeten spreken. Dat is waarom muziek en politiek altijd samengaan voor ons, omdat mensen recht hebben om te bestaan waar ze vandaan komen, of dat nou Ierland of Palestina is, en cultuur en muziek zijn onderdeel van dat bestaan. We zijn niet een politieke band geworden om op het nieuws te komen. Het zit hier in de samenleving, kijk naar de muren om je heen. Overal zie je Nelson Mandela en de Black Panthers. Internationale politiek en solidariteit zijn een onderdeel van de Ierse cultuur.’
Fenian dus, en dat album klinkt gelaagder en rustiger dan Kneecaps eerdere muziek. ‘We wilden iets volwasseners maken’, zegt Mo Chara. ‘Veel van onze muziek tot nu toe was behoorlijk simplistisch. Producer Dan Carey is muzikaal heel slim, hij is een beetje excentriek. Zijn excentriciteit en onze simpliciteit vormen samen de perfecte cocktail.’
Kneecap schreef de teksten in de studio bij Carey, terwijl die ondertussen de beats maakte. ‘Dat was een fijn proces en waarschijnlijk anders dan dat van bands die alles al hebben geschreven voor ze de studio ingaan’, zegt Móglaí Bap. ‘Wij kunnen daar pas schrijven.’
Mo Chara: ‘Dat is niet lui, dat is artistiek.’ Móglaí Bap: ‘We hebben het ook druk, we zijn veel onderweg naar rechtszaken en zo.’
De barvrouw komt een tweede ronde tosti’s brengen, en een derde ronde Guinness. Het aantal lege glazen doet niets af aan het verlangen van de band om over politiek en activisme te praten. Ook na anderhalve liter per bandlid gaat er geen scherpte verloren.
‘Zo’n beetje elke Ierse band heeft zich uitgesproken voor Palestina, en heel veel Engelse’, zegt Móglaí Bap. ‘Kameraadschap en solidariteit zijn heel belangrijk, want zo ben je moeilijker te isoleren.’
DJ Próvai: ‘Zeker van grote bands.’
‘Het is moeilijker voor bands die nog klein zijn en het geld nodig hebben om te overleven’, zegt Móglaí Bap. ‘Die wil ik niet bekritiseren. Ik weet dat iedereen z’n best doet.’
Mo Chara: ‘Ik vind dat als je een platform hebt, en een telefoon waarop je kunt zien dat een bepaalde overheid een volk bombardeert en uithongert... De geschiedenis zal onthouden wie er niet zijn mond opentrok. Je hoeft niet eens politiek actief te zijn, je hoeft alleen maar menselijk te zijn om hier niet zomaar bij te staan kijken. Je zou de drang in je moeten hebben om mensen zonder stem te steunen, wat voor muziek je ook maakt.’
‘Zelfs als wat je op het podium zegt geen verschil maakt, is het voor mensen in Gaza alsnog hoopvol om op die manier te merken dat ze wel gezien worden. Dus iedereen met een publiek moet praten over wat er gebeurt, honderd procent.’
‘Onze kinderen en kleinkinderen zullen hierover leren, ze gaan erachter komen dat er een genocide in Palestina was. Ik vind het belangrijk om tegen ze te kunnen zeggen dat je op z’n minst iets gedaan hebt, als ze je vragen of je dit hebt laten gebeuren.’
Hoe zwaar de onderwerpen ook zijn en hoe stellig de meningen, de stemming lijdt er niet onder. Dat komt door de ijzersterke hoop en eigenwijze vastberadenheid van de mannen, maar ook door hun humor. Er gaan geen vijf minuten voorbij zonder een lach.
‘Over ernstige zaken grappen maken is heel Iers’, zegt Mo Chara. ‘Dat krijg je met achthonderd jaar kolonialisme. Dit is hoe wij omgaan met trauma, dit is hoe we overleven.’ ‘Dat deden onze ouders ook bij de Troubles, wij zetten het voort met onze muziek’, zegt Móglaí Bap.
Naast de humor is er ook altijd nog de vriendschap om alles vol te blijven houden. ‘We zorgen ervoor dat we elkaar goed in de gaten houden’, zegt Móglaí Bap. ‘We hebben onze Guinness, we hebben een goed sociaal vangnet, we hebben goede managers.’
Mo Chara: ‘Een van de managers is goed, de andere zit hier.’
Met z’n allen delen de leden van team-Kneecap de mentale lasten van een rechtszaak, een mediacircus en talloze bedreigingen. ‘Het helpt dat we vrienden zijn’, zegt Mo Chara. ‘We waren allemaal al lang voor we samenwerkten elkaars vrienden, ook onze managers. Veel bands zien elkaar misschien alleen bij repetities en tijdens de tour, maar als wij gaan drinken, zijn dit de mensen met wie we drinken.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant