Terwijl Colombia en Nederland een alternatieve klimaattop leiden, worstelt Colombia met zijn eigen energietransitie. De inheemse Wayuu verzetten zich tegen de komst van windmolens. ‘Onze voorouders waarschuwden ons al voor de alijuna, de buitenstaanders met kwade bedoelingen.’
is correspondent Latijns-Amerika van de Volkskrant. Hij woont in Mexico-Stad.
In het windrijke noorden van Colombia wil het grootste energiebedrijf van het Zuid-Amerikaanse land een windpark met 41 turbines bouwen. Het is een cruciaal project voor een land dat hard van zijn kolenverslaving probeert af te komen. Maar tussen plan en uitvoering staan een kleine truck, een partytent en een handvol inheemse activisten.
Het inheemse protest is klein maar effectief. Hier in het onherbergzame, gortdroge landschap van La Guajira, de woestijnachtige punt van Colombia, zijn de wegen schaars. Naar de afgelegen plek waar windpark Windpeshi moet verrijzen, loopt slechts één onverharde weg, dwars door inheems gebied.
Ecopetrol, de Colombiaanse oliegigant die voor 88 procent in staatshanden is en net als zijn eigenaar wil vergroenen, staat voor een loeizware klus. Het bedrijf is niet het eerste dat zich waagt aan dit windmolenproject. De Italiaanse multinational Enel gooide in 2023 na meerdere moeizame jaren de handdoek in de ring. ‘Het werk lag de helft van de tijd stil’, verzuchtten de moegestreden Italianen toen ze aankondigden de bouw van het project op te schorten.
De 1,7 miljoen euro die Enel had gestoken in water- en onderwijsprojecten en de lokale economie, had niets uitgehaald. De stugge Wayuu van La Guajira, met zo’n 400 duizend mensen het grootste inheemse volk van Colombia, bleven windmolenpark Windpeshi dwarsbomen.
‘We hebben geleerd van de afgelopen jaren’, zegt Marixa Pushaina (59). De leider van het protest tegen Ecopetrol en matriarch van de lokale gemeenschap gaat gekleed in een traditioneel zwart-wit gewaad. Haar stenen huis staat niet ver van de wegblokkade. Achter een groot schoolgebouw staan de lemen huisjes van haar dorpsgenoten. Een varken en haar jong scharrelen tussen plastic watertonnen.
‘We willen geen kruimels meer’, zegt ze in het Wayuunaiki. ‘We willen een gelijkwaardige relatie met het bedrijf.’ Het protest mag er klein uitzien, maar de wegblokkade vertegenwoordigt meerdere gemeenschappen langs de weg richting het windmolenproject, vertelt Pushaina. Als Ecopetrol wil profiteren van de stevige wind boven het uitgestrekte inheemse land, stelt ze, dan moeten de Wayuu meeprofiteren.
Het lokale verzet speelt niet alleen het project Windpeshi parten. La Guajira geldt in Colombia als het beloofde land voor windenergie, jaarrond blaast de wind met gemiddeld 20 knopen over de laagvlakte. Op papier kan het departement, een regio half zo groot als Nederland, heel Colombia van schone energie voorzien, maar van de bijna zestig geplande windparken werd er pas één gebouwd.
Meerdere energiebedrijven liepen de afgelopen jaren vast in het ruige gebied waar de arme Wayuu leven in honderden kleine gemeenschappen tussen de hoge cactussen en het gele zand. De vergeten uithoek van Colombia is tegelijkertijd een uitvalsbasis voor gewapende groepen die hier in het oosten met groot gemak de poreuze grens met Venezuela oversteken. Ook die criminaliteit heeft een impact op de windprojecten.
Terwijl de nationale groene revolutie tegen lokale obstakels aanloopt, is Colombia deze week gastheer van een alternatieve klimaattop in kuststad Santa Marta in het departement Magdalena, buurregio van La Guajira. De conferentie, getiteld ‘Transition away from fossil fuels’, is geheel gericht op het afkicken van fossiel en wordt medegeorganiseerd door een ander land met veel wind: Nederland.
De twee organisatoren gaan dinsdag en woensdag in Santa Marta om tafel met delegaties van 55 landen. Het gezelschap is goed voor 30 procent van de wereldwijde fossiele vraag en 20 procent van de productie, zo stellen de organisatoren.
Niet aanwezig in Colombia: Donald Trump en Xi Jinping, noch de leiders van bijvoorbeeld de Verenigde Arabische Emiraten en Azerbeidzjan, de oliestaten die de VN-klimaattoppen voorzaten in 2023 en 2024. Tijdens de laatste klimaatconferentie in november in het Braziliaanse Belém schaarden meer dan tachtig landen zich achter een ‘roadmap’ richting het uitfaseren van fossiele brandstoffen, maar het initiatief botste op verzet van de grote olieproducenten en sneuvelde in de eindtekst.
Santa Marta is het antwoord van Colombia op de steeds wateriger slotakkoorden van de VN-klimaattoppen: een poging om stappen te zetten met landen die wél willen. De regering van de linkse Gustavo Petro, die een stevig activistisch geluid laat horen in Latijns-Amerika en het mondiale zuiden, vroeg het noordelijke (en minder klimaatactivistische) Nederland als co-host om de top extra gewicht te geven.
Vooraf aan het landenoverleg dat het slot van de top vormt, kwamen de afgelopen dagen in Santa Marta honderden wetenschappers, klimaatactivisten en inheemse vertegenwoordigers bijeen om hun input te geven. Toch hebben in het hart van La Guajira, zo’n 200 kilometer naar het noordwesten, de meeste Wayuu geen idee van het hoge klimaatberaad.
Voor de inwoners van Wimpeshi, het stuk land waarnaar windpark Windpeshi is vernoemd, betekent de komst van een volgend energiebedrijf niet zozeer een groene transitie, maar vooral meer stof op hun gedroogde geitenvlees. De 34-jarige Nelselia González, docent op de lokale kostschool, haalt een vinger langs een geitenpoot en toont het zand op haar vingertop.
Het lijkt te horen bij het leven in een woestijngebied, maar González en haar dorpsgenoten wijten het zand in hun sobere houten keukens aan de passerende voertuigen van Ecopetrol die de lokale weg doen veranderen in een grote stofwolk. Aan de andere kant was González over de aanwezigheid van het Italiaanse Enel in het inheemse gebied niet ontevreden. ‘Ze doneerden schoolspullen aan mijn leerlingen.’
Ook haar man René is te spreken over het verjaagde energiebedrijf. Hij werkte meerdere jaren aan de bouw van de platformen voor de windturbines. Deze dagen is hij namens zijn gemeenschap een van de bewakers van de wegblokkade. Toch zegt hij: ‘Ik hoop dat Ecopetrol straks ook een baan voor me heeft.’
Vlak bij de grens met Venezuela liet Enel aan Ecopetrol een sliert platformen achter, witte ronde stippen verzonken in de grond, wachtend op turbines. Ook een elektriciteitsstation is er al, een eenzaam blok tussen taaie bomen en ranke cactussen. Boven het groengele landschap steken stalen torens uit, de hoogspanning ontbreekt nog. In de verte wordt de horizon onderbroken door de berg La Teta, de enige ‘tiet’ in de wijde omgeving.
Voor de Wayuu lijken de nieuwe groene energieprojecten verdacht veel op de oudere fossiele energieprojecten in hun territorium: in beide gevallen komen grote bedrijven vooral halen en weinig brengen. De inheemse bevolking heeft eeuwen ervaring met de alijuna, de gevaarlijke buitenstaanders, zegt veertiger Griselda Polanco Jusayu, die op een omheind terrein woont net buiten het stadje Uribia, niet ver van het inheemse protest.
Polanco studeerde rechten buiten La Guajira, werd advocaat en kwam als volwassen vrouw terug naar haar geboortegrond om de belangen van haar volk te behartigen. Over haar erf rent een kudde geiten blatend heen en weer. ‘Onze voorouders waarschuwden ons dat de alijuna nooit met goede bedoelingen komen.’ De term laat zich vertalen als ‘wapen dat pijn doet’, vertelt ze, en verwijst naar het geweld van de Spaanse kolonisten. ‘Maar de Wayuu hebben zich nooit laten onderdrukken.’
Eind vorige eeuw rukten de alijuna opnieuw op in La Guajira. Sinds de jaren tachtig produceert de regio enorme hoeveelheden steenkool. In het zuiden van de provincie baat het Canadese Glencore de mijn Cerrejón uit, de grootste open steenkoolmijn van Latijns-Amerika. Jaarlijkse productie: bijna 20 miljard kilo. Dagelijks vervoeren honderden gitzwarte wagons de kolen over een spoorlijn van 150 kilometer naar de noordelijke Bolívar-haven. Vanaf daar vertrekken de steenkolen richting Europa en Azië.
Colombia groeide uit tot een van ’s werelds grootste kolenexporteurs, maar de regio die de kolen voortbracht bleef onverminderd arm. Ook nu nog hebben de meeste Wayuu-gemeenschappen geen toegang tot elektriciteit en kampen ze met grote tekorten aan water. De toenemende droogte door klimaatverandering maakt de problemen enkel groter.
‘We hebben een watersysteem nodig van Ecopetrol’, zegt Polanco. De jurist is niet blij met het lokale protest tegen het windpark. Ze ziet juist kansen en kijkt uit naar een gesprek met het bedrijf. ‘De Wayuu zijn wél in staat tot dialoog’, stelt ze.
Maar juist daar loopt het in de praktijk vaak spaak. De complexe Wayuu-samenleving valt uiteen in honderden familieclans met elk hun eigen belangen. De Colombiaanse wet schrijft voor dat ondernemingen inheemse groepen moeten raadplegen voordat ze in inheems gebied een project mogen starten, maar eenmaal in La Guajira ontdekken de Colombiaanse, Europese en Amerikaanse energiebedrijven dat telkens nieuwe Wayuu hun voorouderlijke landrechten claimen.
Nu ook staatsbedrijf Ecopetrol een poging waagt om de wind op te vangen in La Guajira, belooft het in een persbericht een ‘interculturele dialoog met Wayuu-leiders’ aan te gaan. Op het bedrijfsaccount op Instagram presenteert Ecopetrol het project Windpeshi als eerbetoon aan de Wayuu. ‘De ruisende wind die al eeuwen een metgezel is voor het Wayuu-volk, stuwt het land vandaag richting duurzame energie.’ Op vragen van de Volkskrant aan het bedrijf komt voor publicatie geen antwoord.
Tijdens de slotdagen van de Colombiaanse groene energietop gaat het staatsoliebedrijf om tafel met verschillende Wayuu-groepen. Niet alleen jurist Polanco, ook lokale leider Pushaina is uitgenodigd. Zij wil naast water ook geld voor een restaurant en een winkel, zodat de vrouwen uit haar gemeenschap hun souvenirs kunnen verkopen aan toeristen.
Hoog in La Guajira, niet ver van de steenkolenhaven van Cerrejón, staan veertien windturbines die het wel hebben gered. Een stevige wind vanuit de Caribische Zee blaast de wieken suizend de hoogte in. In de buiken van de turbines klinkt gezoem dat af en toe wordt onderbroken door een klung en een klang.
De 60-jarige Elva Velázquez woont met haar familie in een nieuw stenen huis op een paar honderd meter van een windmolen. ‘Aanvankelijk was ik tegen het project’, zegt ze. ‘We dachten dat het een valstrik was.’ Het kleine windpark is eigendom van energiebedrijf Isagen, een voormalig Colombiaans staatsbedrijf dat nu eigendom is van een Canadese investeerder.
Maar sinds de oplevering in 2022 is haar leven ten goede gekeerd, zegt Velázquez. ‘We hebben een huis waar we nooit van konden dromen.’ Op het dak liggen zonnepanelen. Om de twee weken vult het bedrijf de watertonnen bij. Dochter Carolai kan met hulp van het bedrijf een opleiding volgen en zoon Ernesto werkt voor Isagen als lokale bemiddelaar. Met veel praten slaagt hij erin om de drie Wayuu-gemeenschappen in de slagschaduw van de windmolens verenigd te houden.
In het begin boezemden de suizende wieken haar ’s nachts angst in, vertelt Velázquez. Het geluid verstoorde haar dromen, die belangrijke boodschappen herbergen voor de Wayuu. ‘Nu slaap ik erdoorheen.’ Ze is eraan gewend, zegt ze. ‘Zelfs onze geiten zijn niet meer bang voor de windmolens.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant