Kunstmesttekort Door de sluiting van de Straat van Hormuz komen Australische boeren in de knel, net nu er gezaaid moet worden. Dat gaan Australiërs merken aan de prijzen in de supermarkt. „Veel boeren overwegen om dit seizoen over te slaan.”
Boer John Lowe op zijn boerderij.
Een slechtere timing was haast niet denkbaar, vertelt vee- en graanboer John Lowe (64). Hij houdt schapen en koeien in de buurt van Lithgow, zo’n honderdvijftig kilometer ten westen van Sydney, en is betrokken bij een lokale landbouworganisatie. De heuvels zijn groen, maar schijn bedriegt. „Het wordt een droog seizoen, niet goed voor de gewassen. Tel daar de hoge kosten voor diesel en een tekort aan kunstmest bij op, en veel boeren vragen zich af: is het wel de moeite waard om te zaaien?”
Lowe draagt een blauw overhemd en zwarte laarzen. Op zijn kleding en zijn gezicht zitten spetters modder. Hij heeft een boerderij van ruim achthonderd hectare in de hoogvlakten. In de uitgestrekte, glooiende heuvels staan zwarte koeien rustig te grazen. Nog zo’n driehonderd kilometer verderop heeft hij nog een stuk land van zo’n tweeduizend hectare waar hij tarwe, haver en gerst verbouwd. Hij staat op het punt om zijn akkers te zaaien voor het winterseizoen.
Maar dat staat nu op losse schroeven. Hij spreekt van een „triple whammy”, een driedubbele klap. „De grootste risicofactor is de prijs en beschikbaarheid van brandstof en kunstmest. Ten tweede is het weer een risico, daar hebben we ook geen invloed op. En daarbovenop is de prijs die we krijgen voor onze granen momenteel heel laag. Dus zelfs als we keihard werken en het een redelijke oogst oplevert, lopen we nog steeds het risico dat we daar niets dan een een zongebruinde huid aan overhouden.”
Land van John Lowe in New South Wales.
De onrust in het Midden-Oosten en de wekenlange sluiting van de Straat van Hormuz wordt in heel de wereld gevoeld. Ook Australië is afhankelijk van brandstof die door de zeestraat komt. Nog nijpender is de beschikbaarheid van kunstmest. Zo’n 20 procent van ureum, een basisstof voor kunstmest, wordt in de Golfregio geproduceerd.
In 2023 sloot de laatste kunstmestproducent in Australië de deuren. Sindsdien moet alle kunstmest uit het buitenland komen. Daarvan gaat 60 procent door de Straat van Hormuz. „Deze situatie heeft pijnlijk duidelijk gemaakt hoe kwetsbaar onze landbouwsystemen zijn. Het brengt ons in een heel benarde positie”, zegt Lowe.
Lowe hoopt op meer overheidssteun voor boeren. Die heeft al de accijns op brandstof verlaagd, en is haastig op zoek naar alternatieve bronnen van brandstof en kunstmest. Premier Anthony Albanese bracht hiervoor bliksembezoeken aan onder meer Singapore, Brunei en Maleisië. „Het conflict in het Midden-Oosten en de wereldwijde instabiliteit houden aan. We doen er alles aan om Australiërs te beschermen tegen de ergste gevolgen”, aldus Albanese in een verklaring.
Eerder deze maand sloot hij een deal met Indonesië, dat 250.000 ton ureum gaat leveren. Ook lukte het om zo’n vierhonderd miljoen liter extra diesel te vinden, die vooral naar het platteland gaat.
Lowe dringt aan op meer steun. De onzekere situatie leidt volgens hem tot een domino-effect. „Vrachtwagenchauffeurs, zaadhandelaren, kunstmesttransporteurs, monteurs van machines, al deze mensen worden getroffen. En dat gaan we over een half jaar tot een jaar merken, want dan is de oogst niet wat het zou moeten zijn. We gaan de gevolgen nog heel lang lang voelen.”
Australische consumenten merken het al in de supermarkt. Vooral de prijs van melkproducten stijgt flink. In de grote steden gaat men uit van een gemiddelde prijsstijging van zo’n 3 procent, op het platteland vreest men voor een toename van wel 10 procent.
John Lowe aan het werk op zijn boerderij.
De opbrengst van die prijsstijgingen komt niet bij de boeren terecht. Sterker nog, de prijs die zij krijgen voor hun gewassen – vooral graan – is erg laag. Daarom heeft Lowe besloten een groot deel van zijn graanvelden niet in te zaaien. „Onze marges zijn al klein. Nu de prijs van diesel en kunstmest zo hard stijgt, blijft er niets voor ons over.” Als veel boeren dezelfde keuze maken, heeft dat gevolgen voor de voedselvoorziening op de lange termijn.
Lowe woont al heel zijn leven in de hooglanden van New South Wales. Zijn familie begon de boerderij in 1923. „Sinds mijn voorouders begin negentiende eeuw vanuit Engeland naar Australië kwamen, hebben ze altijd geboerd. Het zit in mijn genen, denk ik.”
Hoewel hij grootgrondbezitter is, is het bedrijf klein gebleven. „Ik heb één fulltime werknemer, hij runt de graanboerderij. Als het zaai- of oogsttijd is, huren we lokale mensen.” Ook zijn zoon Charlie (25) helpt vaak mee, en hij heeft een zestienjarige stagiair.
Lowe trekt plastic handschoenen aan die tot zijn schouders reiken. Hij gaat controleren welke koeien zwanger zijn. Een voor een leidt hij ze een stalen kooi in, en voelt via de endeldarm of er een foetus in de baarmoeder zit. De koeien staan netjes in een rij te wachten op hun beurt en loeien soms luid tijdens het inwendige onderzoek. „Deze is drachtig”, zegt Lowe terwijl hij zijn arm uit de anus van een koe trekt.
Hij heeft er geen moeite mee om zijn handen vuil te maken. Het is de onzekerheid die hem opbreekt. „Niemand weet wanneer en of het opgelost wordt. Ik heb een Magic-8 bal, die de toekomst voorspelt. Ik denk dat die voorspellingen net zo goed zijn als die van de experts.”
„Sommige boeren zullen vanwege financiële of psychische redenen besluiten te stoppen”, verwacht hij. Hij houdt zijn collega-boeren goed in de gaten. „Ik bel ze regelmatig, vraag hoe het gaat. De mentale druk is enorm. Mijn advies aan hen? Vraag op tijd om hulp. Je terugtrekken en met niemand praten is niet gezond.”