Home

Het kan wel, zegt deze wetenschapper: goed boeren én het milieu beschermen

Boeren die in gebiedsverband werken aan minder stikstofuitstoot én natuurbeheerders die met schelpengruis de verzuurde bodem herstellen. De Wageningse onderzoeker Gerard Ros schetst met zeven collega’s een weg uit het stikstofprobleem. ‘Niet meedoen? Dat kan niet.’

is economieredacteur van de Volkskrant. Hij schrijft onder meer over landbouw en voedsel.

Vrijwel nergens is de verhouding tussen woorden op papier en concrete resultaten de afgelopen jaren zo scheef geweest als bij het stikstofdossier. De constante stroom aan rapporten, adviezen, beweringen en rechterlijke uitspraken heeft nauwelijks tot effectief beleid geleid. De gewenste halvering van de uitstoot blijft ver uit zicht. Papier is geduldig, zoveel is gebleken. Wie anno 2026 zegt de oplossing te hebben gevonden, moet in eerste instantie vooral op scepsis rekenen.

Des te opvallender was het daarom dat een nieuw stikstofrapport vorige maand in brede kring enthousiaste reacties uitlokte. Tweede Kamerlid Jan Arie Koorevaar (CDA) noemde het een ‘cadeau voor Nederland’, zijn ChristenUnie-collega Pieter Grinwis sprak van ‘de uitweg uit de stikstofcrisis’ en de BBB zag er haar eigen gelijk in. De auteurs mochten op bezoek bij minister van Landbouw Jaimi van Essen (D66), die beloofde het advies in zijn plannen te betrekken.

De Nederlandse stikstofcrisis: van verwarring naar verbinding is de eerste praktische uitwerking van een term die al langer in de stikstofdiscussie rondzingt: doelsturing. Het idee erachter is simpel: geef de boer een uitstootdoel, en laat hem zelf bepalen welke maatregelen hij neemt om daar te komen. Lang was onduidelijk of zo’n stelsel mogelijk is binnen de huidige wet en hoe dat in de praktijk zou werken.

De auteurs van het rapport pleiten voor regionale uitstootplafonds, die verdeeld worden onder bedrijven. Rond natuurgebieden stellen ze voor hard in te grijpen, daarbuiten zijn de normen ruimer. Belangrijk punt is dat stikstofreductie alleen niet genoeg is om de natuur te verbeteren en te beschermen; ook natuurbeheerders moeten aan de bak om de historische schade te herstellen. Het vergunningstelsel moet daarvoor op de schop om de noodzakelijke aanpassingen in bedrijfsvoering mogelijk te maken.

Het advies was onopzettelijk goed getimed, zegt auteur Gerard Ros in zijn werkkamer op de Wageningse campus. Juist op het moment dat het nieuwe kabinet werk wil maken van het stikstofprobleem. ‘Na zes jaar biedt dit perspectief: we zitten niet aan een dood paard te trekken, maar kunnen weer in beweging komen.’

Opvallend is de brede waaier aan auteurs: Ros en zijn kamergenoot, hoogleraar Wim de Vries, zijn autoriteiten op het gebied van stikstof. De derde mede-auteur, voedseltechnoloog Wouter de Heij, heeft als zelfopgeleid deskundige de afgelopen jaren een volgersschare opgebouwd onder boeren die stikstof niet zo’n probleem vinden. Twee juristen dachten mee hoe dit concreet in de wet vorm kan worden gegeven en drie anderen brachten hoopgevende voorbeelden uit de praktijk mee.

Ros ontmoette De Heij bij een project voor de zuivelsector. ‘De organisatoren wilden een gedragen wetenschappelijk standpunt van een trekker van doelsturing, ikzelf, en de grootste criticus, Wouter. We waren blij verrast dat we inhoudelijk eigenlijk hetzelfde zeiden, al zat er verschil in de wijze van communiceren.’ Ze besloten hun ideeën samen op papier te zetten.

Jullie voornaamste punt is dat uitstootreductie, natuurbeheer en vergunningverlening verknoopt zijn geraakt en uit elkaar moeten worden getrokken. Maar het is toch logisch dat die met elkaar verbonden zijn?

‘Klopt. Vergunningen zijn nodig omdat de natuurkwaliteit achteruitgaat. Heel kort door de bocht: we hebben afgesproken dat we in Nederland daar wat aan gaan doen door de stikstofneerslag te verlagen. Dat is onvoldoende gelukt, dus concludeert de rechter dat we ons niet aan onze eigen afspraken houden.’

Wie nu een omgevingsvergunning aanvraagt, moet bewijzen dat zijn plan niet leidt tot te veel stikstofneerslag in kwetsbare natuur. De maatstaf daarvoor is de zogeheten kritische depositiewaarde (KDW). Omdat de stikstofemmer in de meeste natuurgebieden al overloopt vanwege stikstofneerslag in het verleden, is elke druppel erbij te veel en ligt de vergunningverlening vrijwel stil.

Dat betekent ook dat boeren die willen verduurzamen niet zomaar een vergunning krijgen. De resterende uitstoot is immers nog steeds te veel. Zo kan geen boer vooruit en blijft de stikstofuitstoot te hoog.

‘Wij zeggen nu: je kan in plaats van sturen op stikstofdepositie ook sturen op de uitstoot van stikstof, want dat is iets waarop boeren direct invloed kunnen uitoefenen. Zodra deze uitstoot onder een acceptabele grens valt, het gebiedsplafond, zijn vergunningen voor activiteiten weer mogelijk.’

Waarom een gebiedsplafond en niet een plafond per boer?

‘In het ene gebied is de opgave groter dan in het andere. Voor elk bedrijf een aparte norm opstellen is niet handig, maar op gebiedsniveau is het goed uitlegbaar en handhaafbaar. Bovendien maak je dan uitruil tussen verschillende doelen mogelijk: het ene bedrijf doet meer voor klimaat, het andere voor stikstof.

‘Uiteindelijk kan alleen een bedrijf juridisch aanspreekbaar zijn, daarom verdelen we het gebiedsplafond onder bedrijven. Hoe? Dat is een afweging die de ondernemers en overheden in elk gebied afzonderlijk kunnen maken.

‘De hoogte van het plafond bepalen we op basis van de KDW. Dat is een van de beste indicatoren. Ze is alleen niet geschikt om op individueel bedrijfsniveau toe te passen.’

In zones van 500 meter rond natuurgebieden moet de stikstofuitstoot 80 procent omlaag, stellen jullie. Waarom?

‘Uit meetgegevens blijkt dat je daar de grootste effecten ziet. Dus als je snel impact wil maken in de natuur, dan moet je daar iets doen. Zeker in kleinere natuurgebieden heeft dat effect.

‘Die 80 procent is overigens een indicatie van wat mogelijk is. Het betekent niet dat je in die gebieden geen landbouw kan bedrijven. Elk gebied kan zijn eigen keuzen maken: minder dierlijke mest gebruiken bijvoorbeeld, meer beweiden, minder dieren of stallen verplaatsen.’

Kan het ook met technologische oplossingen?

‘In theorie wel. Dat is een politieke afweging in het gebied. Maar vanwege de verschillende opgaven die direct rondom natuurgebieden spelen – naast stikstof gaat het dan ook om verdroging, versnippering of verontreiniging – is het zinvol om in die gebieden te extensiveren.

‘Bovendien steken we er als samenleving geld in. Je wil het meest effectieve resultaat per geïnvesteerde euro plus een leefbare omgeving, dan ligt het niet voor de hand om de meest productieve landbouw in die zones te doen.’

Dat is een lastige boodschap voor veehouders rond de Veluwe.

‘Ik was op een avond waar boeren uit de Gelderse Vallei een plan presenteerden om 60 tot 70 procent te reduceren, zonder wens van de overheid. Dit soort initiatieven moet je met beide handen aangrijpen.

‘Het voordeel van de Gelderse Vallei is dat veel uitstoot uit gesloten varkens- en pluimveestallen komt. Daar kan je technologisch veel afvangen. Bij de open stallen van de melkveehouderij is sturen veel lastiger. Daar moet je meer letten op management en diervoeding.’

Wat als een boer in zo’n zone zegt: ik doe niet mee?

‘Dat kan niet. We hebben het over een transitie in de landbouw, dat betekent dat we niet op de huidige manier verder kunnen. Als een deel van de sector toch op de huidige manier verder wil, dan loop je vanzelf tegen je eigen grenzen aan. Dan word je uiteindelijk juridisch gedwongen.

‘Als de wettelijke kaders duidelijk zijn, denk ik dat er in de landbouw genoeg inventiviteit is om daarbinnen goed te boeren én het milieu te beschermen. Er zullen altijd individuen zijn die pijn lijden. Dat is vervelend, maar het hoort ook bij een transitie.’

Hoewel de Nederlandse landbouw zijn uitstoot kan verminderen, kan die volgens Ros niet verantwoordelijk zijn voor het verbeteren van natuurkwaliteit. Stikstof komt immers ook uit andere bronnen, en de natuur lijdt ook onder andere zaken. Maar, zegt hij, ‘als de Nederlandse landbouw zijn emissies halveert, heb je in ieder geval een goed verhaal richting Europa: wij hebben maximaal ons best gedaan.’

En zelfs als de stikstofuitstoot plotseling naar nul zou dalen, waarschuwt Ros, kan het tien jaar duren voordat het effect daarvan in de natuur merkbaar wordt. ‘Het kost tijd voordat schade optreedt en het kost ook tijd voordat die zich herstelt. Je hebt altijd te maken met het effect van het verleden.’

De auteurs pleiten daarom voor actiever natuurbeheer, bijvoorbeeld door op grote schaal steenmeel of schelpengruis over natuurgrond te strooien. Dat kan de door stikstof verzuurde bodem beter in balans brengen en zo de natuurschade beperken.

Volgens natuurbeheerders kan dat zeker in bossen ook nadelige effecten hebben. Er zitten ongewenste stoffen in en het kan bodemprocessen verstoren.

‘Ja en nee. Je moet nadenken over hoeveel je toevoegt. Wij zeggen weleens gekscherend: ecologen denken niet in massabalansen en rekenen niet, ze observeren. Maar je kan op basis van bodemeigenschappen berekenen hoeveel je moet toevoegen.’

Als dat werkt, waarom gebeurt het dan nog zo weinig?

‘Geld. We hebben veel natuur, en altijd geld tekort. Daarom heeft het nieuwe kabinet geld gereserveerd om in de natuur meer maatregelen te nemen. Daarbij moeten we ook meer gaan meten, om het effect van maatregelen te zien.’

Jullie willen een halvering van de stikstofuitstoot in 2035. In het vonnis in de Greenpeace-zaak hield de rechter vast aan 2030. Volstaat dit plan om aan dat vonnis te voldoen?

‘Daarmee raak je een praktisch punt. Er is veel mogelijk met stimulerende maatregelen, maar een geborgde reductie realiseren in drie jaar tijd, dat lukt niet. Dus als je sec vraagt of we die reductie halen in 2030, dat denk ik niet.

‘Maar waarom tikte de rechter Nederland daar op de vingers? Omdat we helemaal niks, of heel weinig, deden. Alleen uitkopen.

‘Op het moment dat je laat zien dat je iets in gang hebt gezet – en nu ga ik een beetje filosoferen – kan de rechter een oordeel vellen op basis van ingezet beleid. Bijvoorbeeld dat de uitstoot met 20 procent omlaag is en dat de doelen voor 2035 binnen bereik zijn.

‘Als we serieus laten zien dat we werk maken van uitstootreductie en natuurherstel, dan voldoen we aan de onderliggende doelen van de wetgeving. Uiteindelijk gaat het om een goede natuurkwaliteit. Misschien moet de staat die dwangsom van 10 miljoen euro betalen. Dat zij dan maar zo. Maar ik denk dat we zo wel de juiste stappen zetten voor zowel een toekomstbestendige landbouw als een mooie natuur in Nederland.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next