Regionale luchthavens in Europa zijn kwetsbaar voor de gevolgen van de oorlog in het Midden-Oosten. Daarvoor waarschuwt koepelorganisatie ACI Europe tijdens een bijeenkomst in Turijn.
Volgens de Europese branchevereniging van luchthavenexploitanten leidt de forse stijging van de prijzen voor vliegtuigbrandstof in Europa tot hogere vliegtarieven en een krappe capaciteitsplanning. Dat leidt er uiteindelijk toe dat luchtvaartmaatschappijen minder gaan vliegen.
Regionale luchthavens zijn hiervoor het kwetsbaarst, doordat vliegen via deze routes vaak veel prijsgevoeliger en minder winstgevend is voor luchtvaartmaatschappijen. Dat betekent dat deze maatschappijen eerder vluchten van en naar kleinere luchthavens zullen schrappen.
Lufthansa liet eerder al weten tot aan oktober twintigduizend korteafstandsvluchten te schrappen om brandstof te besparen. Ook KLM schrapt 160 vluchten van en naar Schiphol, omdat bepaalde routes binnen Europa niet meer rendabel zijn door de stijgende kerosinekosten.
Olivier Jankovec, directeur-generaal van ACI, zegt dat er al sinds de coronapandemie sprake is van een duidelijke tweedeling tussen kleine regionale luchthavens, waar het passagiersverkeer nog steeds meer dan 30 procent lager ligt dan in 2019, en grotere luchthavens die hun verkeer met ruim 16 procent hebben zien toenemen.
Jankovec wijst erop dat de situatie in het Midden-Oosten ernstige gevolgen kan hebben voor kleinere, regionale luchthavens. Er zijn volgens ACI dan ook maatregelen nodig om de luchtvaart- en toerismesector te ontlasten, zoals het afschaffen van nationale luchtvaartbelastingen.
Source: Nu.nl economisch