Mijnwerkersprotest Twee weken geleden begonnen ruim honderd mijnwerkers aan een mars naar de Turkse hoofdstad Ankara om achterstallig salaris op te eisen. Sinds hun aankomst zijn ze begonnen aan een hongerstaking, maandag kwam het tot confrontaties met de oproerpolitie. Onder de bevolking kunnen de mijnwerkers rekenen op sympathie.
Demonstranten botsen met agenten van de oproerpolitie tijdens een protestmars naar het Turkse ministerie van Energie, maandag in Ankara.
Mannen met knalgele helmen en hesjes staan op een zonnige lentedag bij het Kurtuluspark in het hart van de Turkse hoofdstad Ankara, omgeven door politiebarricades. De betogers – werknemers van het mijnbedrijf Doruk Madencilik – protesteren om hun achterstallige lonen en vergoedingen op te eisen. Ze willen ook dat hun cao-rechten worden gerespecteerd.
Op zondagmiddag is de sfeer rond de trappen van het park opvallend ontspannen, al blijft de boodschap van de demonstranten strijdbaar. Maandag wordt de stemming grimmiger.
Sinan Kocak (43) is een van de demonstranten. Hij woont met zijn gezin in Beypazari, nabij Ankara, en werkt al zestien jaar ondergronds. Negentien dagen voordat hij met pensioen zou gaan, werd hij ontslagen. Daardoor verviel ook zijn recht op pensioen. „Als ik nu stop, waar zijn mijn versleten longen en mijn kapotte lichaam dan voor geweest?” vraagt hij zich hardop af, terwijl hij op een trap zit.
Twee weken geleden begonnen 110 mijnwerkers vanuit de provincie Eskisehir aan een mars naar Ankara om hun eisen rechtstreeks bij de overheid neer te leggen. Over de tocht van ruim tweehonderd kilometer deden ze acht dagen. Sinds hun aankomst zijn ze in hongerstaking gegaan. Foto’s en video’s van de actie worden veel gedeeld op sociale media. Daarop zijn mijnwerkers te zien met ontblote bovenlichamen waarop met stift leuzen zijn geschreven, zoals „Artik daha ac ve ciplagiz” („We zijn nu nog hongeriger en nog naakter”).
Mijnwerkers betogen maandag bij het ministerie van Energie in de Turkse hoofdstad Ankara.
Hoewel sommige mijnwerkers de hongerstaking om gezondheidsredenen inmiddels hebben beëindigd, houden veertig mannen vol. „Overdag protesteren we hier, ’s nachts slapen we op verschillende plekken die door sympathisanten of gemeenten beschikbaar worden gesteld, omdat we hier niet mogen blijven”, zegt Kocak.
Turkse mijnen hebben al langer de reputatie onveiliger te zijn dan die in veel andere landen. In 2014 kwamen 301 mijnwerkers om bij een ramp in een kolenmijn in Soma, in het westen van het land. Het was de dodelijkste mijnramp in de moderne Turkse geschiedenis en staat in het collectieve geheugen gegrift. In 2022 kwamen 41 mensen om bij een gasexplosie in een kolenmijn in Amasra.
Hoewel de mijnbouw maar een klein deel van de Turkse economie uitmaakt, speelt steenkool nog altijd een belangrijke rol in de energievoorziening. Kolen leveren ongeveer een derde van de Turkse elektriciteitsproductie en zijn daarmee de belangrijkste energiebron voor stroom.
Mijnwerkers in hongerstaking worden maandag tegengehouden door de oproerpolitie tijdens een mars naar het Ministerie van Energie in Ankara.
In 2022 kwam de mijnen van de nu stakende arbeiders in handen van Yildizlar SSS Holding. „Toen begon onze ellende pas echt”, zegt Kocak. „De eerste maand betaalde het bedrijf ons loon nog op tijd. Maar daarna nooit meer.” Volgens hem hebben veel mijnwerkers zich in schulden gestoken om hun gezin te onderhouden, waardoor sommigen er langzaam onderdoor gaan.
Oppositiepartijen en vakbonden plaatsen de kwestie in een breder patroon. Volgens hen zijn grote Turkse holdings, waaronder Yildizlar SSS Holding, de afgelopen jaren sterk gegroeid door privatiseringen en opdrachten van de staat. Daardoor kregen ze een belangrijke positie in sectoren als energie en mijnbouw. Ook de overdracht van deze mijnen aan Yildizlar in 2022 zien zij in dat licht. Daarom eisen de vakbonden onder meer dat Turkse mijnen weer genationaliseerd worden, zoals voor 2022 het geval was.
Onder de bevolking is er sympathie voor de mijnwerkers. In Turkije staan zij symbool voor de arbeidersklasse die zwaar en gevaarlijk werk verricht tegen relatief lage lonen. Velen herinneren zich dat mijnwerkers na de verwoestende aardbeving in Oost-Turkije in 2023, waarbij meer dan 50.000 mensen omkwamen, meteen te hulp schoten, getraind om mensen uit benarde situaties te redden. Dat verklaart ook waarom ze gesteund werden tijdens hun tocht naar het ministerie.
Het ministerie van Arbeid en Sociale Zekerheid liet zondag weten dat een deel van de achterstallige lonen was uitbetaald en dat de rest in de week erna zou volgen. Voor de mijnwerkers was dat echter niet voldoende. Op maandagmiddag waagden ze een nieuwe poging om naar het Ministerie van Energie en Natuurlijke Hulpbronnen. Daar wilden ze in gesprek gaan met de minister.
Op maandag riep de vakbondsleider voor aanwezige camera’s het Turkse volk op om samen met de mijnwerkers bij het kantoor van Yildizlar SSS Holding te protesteren, omdat de holdingeigenaren volgens de vakbond meer bescherming van de staat genieten dan de mijnwerkers. De vakbondsleider werd gearresteerd en meegenomen, maar voor de aanwezige mijnwerkers veranderde dat weinig. Hoewel een grote politiemacht ze tegenhield en van dichtbij pepperspray inzette, hielden ze vast aan het protest. Enkele mijnwerkers spraken de agenten emotioneel aan. Ook Kocak blijft ondanks het ingrijpen van de politie staan: „Pas als onze rechten volledig zijn betaald, vertrekken we hier.”
Protest van mijnwerkers bij het Turkse ministerie van Energie in Ankara op maandag.