Edith Eger (1927-2026) Op haar zestiende werd ze gedeporteerd, net als 15.000 andere Joden uit de Hongaarse stad Kassa. Ze werd 98 jaar oud.
Edith Eger werd 98 jaar oud.
De Hongaars-Amerikaanse psychotherapeut Edith Eva Eger is op 98-jarige leeftijd overleden. Dat meldt haar familie dinsdag. Ze verwierf faam met De Keuze, haar memoires over de Holocaust. „Ze glipte weg met alle gratie waarmee ze leefde”, schrijft haar familie.
Eger groeide op in wat tegenwoordig het Slovaakse Kosice is, onder meer tussen 1939 en 1945 was de stad in Hongaarse handen en heette deze Kassa. Eger werd gezien als een getalenteerde ballerina en turnster, ze wilde naar de Olympische Spelen. Tot op hoge leeftijd bleef ze dansen.
Op haar zestiende, in het voorjaar van 1944, werd Eger met haar vader, moeder en oudere zus Magda gedeporteerd naar Auschwitz. Haar ouders werden direct vergast. Eger zelf werd bij aankomst in het massavernietigingskamp gevraagd om te dansen voor Jozef Mengele, een beruchte kamparts die mensen ‘selecteerde’ voor de gaskamers en ‘experimenten’ uitvoerde. Het gedwongen dansen zou Eger de bijnaam ‘de ballerina van Auschwitz’ opleveren.
Eger en haar zus werden overgeplaatst naar het Oostenrijkse concentratiekamp Gunskirchen. Toen Amerikaanse soldaten hen bevrijdden, dachten ze dat Eger dood was, zoals de medegevangenen onder wie ze laag. Eger woog slechts 32 kilo, haar rug was gebroken. Uit Kassa werden 15.000 Joden gedeporteerd, bij terugkomst in de stad bleken Eger en haar zus twee van de zeventig Joodse overlevenden uit Kassa te zijn.
Eger trouwde op haar achttiende met Béla Eger, ook een Joodse overlevende. Het stel bleek niet veilig in het naoorlogse Oost-Europa en emigreerde in 1949 naar de Verenigde Staten. Daar promoveerde Eger in de klinische psychologie – tot op hoge leeftijd bleef ze actief als psycholoog. Na haar negentigste schreef ze twee boeken, waarvan een ook de titel De ballerina van Auschwitz draagt. Eger woonde in San Diego, Californië.
„Telkens dacht ik, als ik vandaag overleef, zal ik morgen vrij zijn”, zei Eger in 2020 tegen NRC over haar gevangenschap in Auschwitz. „Ik heb nooit toegestaan dat de vijand mijn geest vermoordde. Je moet altijd hoop blijven zoeken in de hopeloosheid.”