Tienduizenden mensen leven in Nederland in onzekerheid of ze wel of niet uit hun vakantiehuis zullen worden gezet. De Tweede Kamer moet daar snel een einde aan maken.
Stel: je doorloopt het leven ‘zoals het hoort’. Je groeit op in een rijtjeshuis met twee ouders, gaat op kamers om te studeren, wordt verliefd op iemand met wie je eerst wat huurt voordat je samen een starterswoning koopt. Jullie carrières lopen lekker, jullie gaan trouwen en verkassen met wat overwaarde naar een groter stekje – net op tijd voor gezinsuitbreiding.
En dan strandt je huwelijk. Je wilt zo snel mogelijk van je ex, maar in de vrije huursector kun je niks vinden, want overal geldt een inkomenseis van drie à vier keer de maandhuur. In je eentje iets kopen lukt al helemaal niet, voor sociale huur verdien je dan weer te veel (nog afgezien van de jarenlange wachtlijst). Opeens ben je slachtoffer van de wooncrisis.
Vaak is er dan maar één toevluchtsoord: het vakantiepark. Vaarwel huisje-boompje-hypotheekje.
Over de auteur
Gijs Wortelboer is masterstudent sociale geografie aan de Radboud Universiteit en onderzoekt woonomstandigheden op vakantieparken.
Dit is een ingezonden bijdrage, die niet noodzakelijkerwijs het standpunt van de Volkskrant reflecteert. Lees hier meer over ons beleid aangaande opiniestukken.
Eerdere bijdragen in deze discussie vindt u onder aan dit artikel.
In Nederland staan zo’n 60 duizend mensen ingeschreven op een recreatieadres. Doordat veel vakantieparkbewoners elders ingeschreven staan, is het werkelijke aantal echter waarschijnlijk 2 tot 2,5 keer zo hoog. Op campings en bungalowparken wonen allerlei groepen: jonge stellen, gepensioneerden, arbeidsmigranten, mensen met schulden of chronische ziektes, en inderdaad, erg veel gescheiden mensen. Soms in een huurwoning van een parkeigenaar; vaak koop, al dan niet op pachtgrond.
Permanente bewoning wordt op veel plekken gedoogd, maar is in beginsel illegaal en in strijd met omgevingsplannen. Om de wooncrisis enigszins te verzachten en een einde te maken aan deze juridische onzekerheid heeft oud-woonminister Mona Keijzer in 2025 een instructieregel opgesteld, die het gemeenten tien jaar lang onder voorwaarden zou verbieden om bewoners het park af te zetten. Een broodnodige maatregel, waarvan ook kabinet-Jetten het belang onderschrijft.
Maar gemeentebesturen stribbelen tegen. Permanente bewoning zou een smet zijn op het blazoen van de gemeente, het ‘vakantiegevoel’ onder druk zetten en bovenal een bedreiging vormen voor lokaal toerisme en het mkb. Vaste bewoners geven immers minder uit aan de horeca of aan fietsverhuur. Minister Keijzer riep gemeenten op tot coulance, maar die blijven halsstarrig handhaven.
Worden bewoners betrapt, dan volgen dwangsommen en moeten ze eruit. Een flinke klap, zeker na bijvoorbeeld een echtscheiding – waarin één op de drie huwelijken in Nederland overigens eindigt.
Is het wenselijk dat mensen aangewezen zijn op vakantiewoningen? Natuurlijk niet. Van sommige vakantiewoningen – lang niet alle! – laten de bouwkwaliteit en het voorzieningenpeil te wensen over. Maar nog vele malen kwalijker is het als deze bewoners door gemeentelijke handhavingsdrang bij een familielid op de bank belanden, of nog erger, op straat.
De behandeling van Keijzers instructieregel loopt ondertussen flinke vertraging op – eerst zou de regel in 2025 ingaan, maar hij is inmiddels nog steeds niet door de Tweede Kamer – en daarmee duurt de onzekerheid voor bewoners voort. Gemeenten ruiken ondertussen hun (misschien wel laatste) kans om vakantieparken schoon te vegen.
Neem gemeente Berg en Dal, waar ik zelf woon, nabij Nijmegen. Vorig jaar heeft het college talloze gesprekken gevoerd met bewoners en parkeigenaren, om voor elk van de vijf parken gezamenlijk een toekomstvisie op te stellen. Bewoners waren optimistisch, voelden zich gehoord. Maar afgelopen januari meldde De Gelderlander plotseling dat het college maar liefst 2,3 miljoen euro uittrekt om op te treden tegen illegale bewoning, lees: om tientallen mensen thuisloos te maken. Na felle weerstand heeft de gemeente de besluitvorming ‘uitgesteld’. Een opluchting, maar hoeveel angst heeft dit gejojo bewoners wel niet opgeleverd? En wat volgt hierna: een nieuwe handhavingsronde, of is het nu klaar?
Huisuitzettingen zijn altijd wreed, en zo ook de ontruimingen van vakantieparken. Ten eerste: het gaat vaak om bijzonder kwetsbare mensen die door de wooncrisis geen kant op kunnen. Ten tweede: in wat voor land leven we als de omzet van een lokale horecabaas voorrang krijgt op de bestaanszekerheid van een gescheiden ouder? Ten slotte: de onvoorspelbaarheid. Ook als het niet gebeurt, hangt de mogelijkheid dat gemeenten ineens handhaven bewoners voortdurend boven het hoofd. Hoog tijd, dus, dat het Rijk ingrijpt.
Kamerleden, neem de instructieregel van Mona Keijzer met spoed aan en maak een einde aan de uitzettingsgolf. Bied bewoners zekerheid. Een vaste woning is een recht en een basisvoorwaarde om mee te draaien in de samenleving – of dat nou met een gelukkig gezinnetje in een rijtjeshuis is, of in een bungalow op een vakantiepark.
Wilt u reageren? Stuur dan een opiniebijdrage (max 700 woorden) naar opinie@volkskrant.nl of een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant