Het aantal ernstige fietsongevallen stijgt. Kun je elektrische fietsen slimmer en veiliger maken, vroeg Mario Boot zich af. „Fietsen is mij met de paplepel ingegeven.”
Het zal toch niet!? Ik had me hier zo op verheugd, een proefritje met een prototype intelligente elektrische fiets, die ingrijpt op gevaarlijke punten in het verkeer. Valt dat nu op het allerlaatste moment toch in het water? Mario Boot (34), die de fiets heeft geprepareerd, kijkt niet begrijpend. „Hè, de accu leeg?”, zegt hij terwijl hij een schakelaar op en neer beweegt. „Vanochtend was-ie nog 68 procent!”
Na nog wat vergeefse pogingen stelt hij teleurgesteld voor terug naar binnen te gaan, naar zijn voormalige werkkamer. Om de e-bike daar aan de oplader te leggen. En om wat meer te vertellen over zichzelf en over zijn onderzoek.
Boot heeft bij e-bikers de fietsbeleving van enkele slimme technologieën, bedoeld om het fietsen veiliger te maken, onderzocht. Hij is er eind vorige maand op gepromoveerd aan de Universiteit Twente in Enschede – de eerste stad in Nederland waar in het centrum sinds kort een verbod geldt voor fatbikes.
Bij een kop koffie vertelt Boot dat hij is opgegroeid in Zoutelande, onderdeel van de Biblebelt. „Mijn ouders waren progressief, maar de omgeving was er een van: niet klagen, maar dragen.” Mede door de vele gesprekken met zijn moeder raakte hij gefascineerd in de werking van de menselijke geest, van emoties, gedrag, en het beïnvloeden daarvan. „Mijn moeder was haar tijd ver vooruit. Ze startte een Wereldwinkel, en leidde die succesvol ondanks een zware bipolaire stoornis. Ik heb lange gesprekken met haar gevoerd over hoe ze bijvoorbeeld een manische episode beleefde, en wat er allemaal in haar hoofd omging.” Daarnaast, vertelt Boot, experimenteerde hij als student met psychedelica. „Er ging een wereld voor me open.”
Er kwam nog een andere fascinatie bij toen Boot voor zijn master human-centered media aan de Universiteit van Amsterdam een onderzoeksstage deed bij Exertion Games Lab, onderdeel van Monash University in Melbourne, Australië. Dat probeert de menselijke beleving tijdens interactieve spellen te verbeteren. Hij raakte geboeid door het transhumanisme, dat hij omschrijft als „het versterken van menselijke vaardigheden via geavanceerde technologie”. „Veel mensen vinden cyborgs eng, maar pacemakers niet.”
Boot zegt bijzonder geïnteresseerd te zijn in de vraag hoe fietstechnologie de mensheid kan verbeteren. „Fietsen is mij met de paplepel ingegeven. Lange tijd legden mijn ouders jaarlijks meer kilometers af per fiets dan met de auto.”
Boot vertelt dat hij één van de zes promovendi was binnen het project smart connected bicycles. Naast de universiteiten van Twente en Delft namen TNO, Saxion Hogeschool en fietsfabrikant Accell (bekend van merken als Batavus, Sparta en Koga) eraan deel. Binnen het project is een serie technologieën onderzocht rond de vraag: hoe maak je het fietsen op een e-bike veiliger? Kun je er bijvoorbeeld voor zorgen dat mobiele telefoons van e-bikers onderling informatie uitwisselen over actuele (gevaarlijke) verkeerssituaties, zonder de privacy te schenden? Kun je de fiets snelheidsadviezen laten geven zodat de fietser bij verkeerslichten steeds gladjes, zonder plotselinge manoeuvres, door groen licht kan?
Meer veiligheid is nodig, zegt Boot, want voor fietsers is het verkeer de laatste decennia complexer en gevaarlijker geworden. Cijfers van het CBS laten zien dat het totaal aantal verkeersdoden de laatste 50 jaar weliswaar is afgenomen van zo’n 3.000 tot circa 700, maar de laatste tien jaar is er onder fietsers juist een stijging van het aantal dodelijke ongevallen. „Het verkeer is drukker geworden”, zegt Boot. Er zijn allerlei nieuwe typen voertuigen, die je slecht hoort. Ze gaan met allerlei snelheden. „Mensen fietsen op e-bikes gemiddeld 0 tot 5 km/h sneller dan op reguliere fietsen.”
Dan heb je ook nog de veel snellere speedpedelecs, flitsbezorgers, opgevoerde fatbikes. Daarnaast is het door de komst van elektrische fietsen voor oudere mensen makkelijker geworden om op de fiets te stappen. Het zijn vooral mensen boven de 70, en dan met name mannen, die betrokken zijn bij dodelijke fietsongevallen. Boot vindt trouwens dat de autolobby veel te weinig verantwoordelijkheid neemt voor verkeersongevallen. Boot noemt zichzelf fietsactivist, en vindt dat de hardnekkige dominantie van de auto in het verkeer moet worden doorbroken. „Zelfs voor ritjes tot 5 kilometer wordt de auto wereldwijd ontzettend vaak gebruikt. Voor de fiets is er een enorm potentieel.”
Voor het onderzoek dat hij heeft gedaan – de beleving van nieuwe technologie bij fietsers evalueren – is doorgaans weinig aandacht, zegt Boot. „In verkeerskundige theorieën en modellen wordt onderschat wat voor een sterke lichamelijke en emotionele beleving fietsen is. Denk aan het genot van een toevallige ontmoeting onderweg, of een prachtig doorkijkje, de zon op je gezicht, geuren en kleuren.”
Boot onderzocht bijvoorbeeld hoe e-bikers het ervaren als ze een signaal krijgen bij het naderen van een bekend gevaarlijk of druk punt. En wat doen ze dan? Minderen ze snelheid? Hij onderzocht drie soorten signalen: een trilling via een handschoen, een piepje via een hoofdtelefoon en informatie via een beeldscherm. Ook onderzocht hij hoe mensen het vinden als de e-bike bij het naderen van zo’n punt de trapondersteuning stopzet. Of, nog ingrijpender: afremt op de motor. „In het sporadische geval dat die beleving in het verleden al werd onderzocht, gebeurde dat met vragenlijsten vóór en na het fietsen”, zegt Boot. Maar herinneren mensen zich dan wel precies wat ze beleefden?
Hij ontwikkelde een systeem waarbij mensen tijdens het fietsen op de mobiele telefoon aan het stuur konden aangeven hoe prettig of onprettig ze momenten tijdens het fietsen vonden. Ook werd hartslag en huidgeleiding geregistreerd, via respectievelijk een meetband om de borst en de pols. Zulke data zeggen iets over emoties, en kunnen inzichten uit vragenlijsten en interviews aanvullen, zegt Boot. „Uit mijn experimenten blijkt dat hoe intenser de ingreep is, hoe onprettiger mensen dat vinden.” Een geluid op de hoofdtelefoon werd als minder onprettig ervaren dan een trilling in de handschoen. Het afremmen door de e-bikemotor werd als het meest onprettig ervaren. Sommigen voelden zich aangetast in hun autonomie. Maar de snelheidsreductie was in dat geval wel hoog, 3 km/h in 15 seconden. Boot vindt dat „bijzonder interessant”, zeker als je denkt aan gevaarlijke kruisingen of drukke stadscentra.
Ondanks de nadelen van de interventies zagen sommige deelnemers wel degelijk waarde. „Als ingrepen ongelukken besparen, zullen mensen de toepassingen wellicht sneller accepteren.” Zijn experimenten waren nog te klein van opzet – hij voerde er drie uit, met steeds zo’n twintig tot dertig personen, van verschillende leeftijden – om algemene uitspraken te doen voor de hele Nederlandse e-bikepopulatie. In zijn proefschrift beveelt hij aan de experimenten op grotere schaal te herhalen.
Boot checkt de accu, en de rest van de apparatuur die in een houten bakje op de drager van de e-bike staat. „Alles doet het weer.” Gelukkig! We gaan naar beneden, en even later stap ik op de prototype e-bike. „Je moet boven de 20 km/u uitkomen, pas dan werkt de afremming”, geeft Boot me nog mee. Ik zet de vaart er goed in, en met de trapondersteuning op niveau 2 (van de 5) fiets ik de campus af, om dezelfde voorgeprogrammeerde route van zo’n 4 kilometer te fietsen die proefpersonen eerder hebben afgelegd. De drukke Hengelosestraat nadert. Veel eerder dan verwacht remt de fiets plotseling af. Het is echt een schok. Ik schrik me rot! De rest van de route grijpt de fiets nog drie keer in, onder andere bij een winkelcentrum. Het blijft schrikken, en vervelend.
„Dat afremmen kan nog wel wat geleidelijker”, geeft Boot naderhand toe. Er is meer dat beter kan. Nu remde de fiets automatisch af bij een aantal voorgeprogrammeerde, doorgaans drukke punten. „Maar vaak genoeg is het verkeer daar ook heel rustig.” Bij voorkeur stemt de e-bike real time af op de verkeerssituatie. En ook op de gemoedstoestand van de fietser. „Iemand die net slecht nieuws heeft gekregen reageert anders dan iemand die blij en energiek is.”
Vier dagen later stuur ik Boot nog een e-mail. Ik ben helemaal vergeten te vragen wat hij eigenlijk van het fatbikeverbod vindt dat in Enschede is ingevoerd. „Ik zie de problemen met mensen op fatbikes, maar een lokaal verbod vind ik geen duurzame oplossing. Het wordt een warboel en een kat-en-muisspel, want je ziet nu alweer skinny bikes verschijnen die niet onder het verbod vallen. Liever zou ik wereldwijd veel meer wederzijdse liefde zien.”
Op de hoogte van kleine ontdekkingen, wilde theorieën, onverwachte inzichten en alles daar tussenin