Sommige huizen zijn te vochtig, andere weer te droog. In beide gevallen kun je er flink last van hebben. Wanneer heb je baat bij een luchtbevochtiger? En waar moet je op letten?
is wetenschapsjournalist en epidemioloog en schrijft voor de Volkskrant vooral over biomedische onderwerpen
Prikkende ogen, een droge huid: vooral in de winter kan het in huis nog wel eens droog aanvoelen. Een oplossing, volgens fabrikanten van luchtbevochtigers althans, is een luchtbevochtiger, die water vernevelt tot een fijne mist en daarmee de luchtvochtigheid binnenshuis omhoog brengt. Heeft dat zin?
Luchtvochtigheid wordt vaak uitgedrukt in relatieve luchtvochtigheid: een maat voor hoeveel waterdamp er in de lucht zit ten opzichte van hoeveel waterdamp er maximaal in de lucht kán zitten bij die temperatuur. In warme lucht ‘past’ meer waterdamp dan in koudere lucht, legt Marcel Loomans, universitair hoofddocent binnenmilieukwaliteit aan de TU Eindhoven uit.
Als je de lucht in huis verwarmt, daalt de relatieve luchtvochtigheid: de hoeveelheid vocht in de lucht blijft hetzelfde, maar wordt relatief kleiner ten opzichte van de maximale hoeveelheid waterdamp die in die warmere lucht kan zitten. Per graad temperatuurstijging daalt de relatieve luchtvochtigheid ongeveer met twee of drie procentpunt.
In de winter, bij lagere buitentemperaturen, is de hoeveelheid waterdamp in de lucht buiten lager dan in de zomer. Haal je die drogere lucht naar binnen en verwarm je die, dan resulteert dat in een lagere relatieve luchtvochtigheid in huis dan bijvoorbeeld in de lente. Sommige mensen krijgen dan last van prikkende ogen, jeuk of een droge neus. Dat is vervelend, maar het zijn klachten die vrij snel weer overgaan als de luchtvochtigheid weer hoger wordt, zegt Rob van Strien, adviseur milieu en gezondheid bij de GGD Amsterdam en expert binnenmilieu. Sterker nog, een droog huis is gunstiger voor de gezondheid dan een vochtig huis.
In een vochtig huis gedijen schimmels namelijk goed. Vooral badkamers zijn beruchte plekken voor schimmelvorming; 60 tot 80 procent van de Nederlandse woningen heeft in meer of mindere mate schimmel in de badkamer. Ongeveer een kwart van de huizen heeft last van vocht- en schimmelproblemen in de woon- of slaapkamer.
‘Wonen in een beschimmeld huis is ongezond’, zegt Van Strien. ‘Je hebt er een grotere kans op astma-achtige klachten.’ Of schimmel daarbij de boosdoener is of dat die vooral bestaande klachten verergert, is niet duidelijk. Bovendien kunnen astma-achtige klachten ook ontstaan door andere factoren. Maar misschien is het wel belangrijker om maatregelen te nemen in huizen met schimmelproblemen dan om die vraag te beantwoorden, vindt Van Strien.
Schimmelproblemen in huis kunnen namelijk ontstaan als een van de drie V’s in huis verandert: vochtproductie, ventileren en verwarmen. Bewoners (inclusief huisdieren en planten) produceren nogal wat vocht, vooral door te douchen, maar ook door de was op te hangen, te koken en adem te halen. Maar het kan ook komen door een lekkage.
Sommige huizen, vooral oudere woningen, zijn vochtgevoeliger dan andere. Dat betekent niet dat vochtproblemen onvermijdelijk zijn, benadrukt Van Strien. Als al dat vocht in huis weer kan opdrogen is dat niet zo’n probleem. Maar blijft het vochtig, dan zien schimmels hun kans schoon, vooral bij lagere temperaturen.
Toen een paar jaar geleden de energieprijzen door het dak gingen, zetten veel mensen de thermostaat een paar graden lager. Maar die koudere lucht kan minder waterdamp bevatten. Gevolg: condensvorming, en na een tijdje ook schimmel. ‘Als je de verwarming lager zet vanwege de hoge gasrekening, moet je iets doen aan een van de andere V’s: de vochtproductie en de ventilatie’, zegt Van Strien.
Goede afzuiging in de badkamer dus, of ervoor zorgen dat er een raampje open kan voor de ventilatie. De muren droog maken helpt ook. De deur van de badkamer openzetten naar de gang of de slaapkamer is dan juist minder verstandig, want dan kan de vochtige lucht zich door het huis verspreiden en elders zorgen voor condensvorming.
Woningen die gebouwd zijn na het jaar 2000 zijn wel een stuk droger. Vocht en schimmel in woon- of slaapkamers zijn in die huizen eigenlijk geen probleem meer, concludeerden onderzoekers, waaronder Rob van Strien, enkele jaren geleden. Droge huizen zijn wel vaak stoffiger, weet de GGD-adviseur. En het kan best zijn dat je ogen gaan prikken door de combinatie van droge lucht en stof. ‘Maar dan zou ik eerder het stofprobleem aanpakken dan een luchtbevochtiger aanschaffen’, zegt Van Strien.
Of een luchtbevochtiger de luchtvochtigheid daadwerkelijk omhoogbrengt, is volgens beide experts niet goed onderzocht. Datzelfde geldt voor de ‘ideale’ luchtvochtigheid. Op het internet circuleert 40-60 procent relatieve luchtvochtigheid als ideaal, maar dat is nergens op gebaseerd. ‘Er zijn geen grenzen bekend waarbij het ongezond wordt’, zegt Van Strien.
Het Programma van Eisen Gezonde Woningen, een lijst prestatie-eisen voor de bouwsector waaraan Loomansmeewerkte, bevat dan ook geen vereisten voor de relatieve luchtvochtigheid binnenshuis. Wel moeten badkamers ‘voorzien zijn van een effectieve regeling’ om de relatieve luchtvochtigheid na het douchen of badderen naar beneden te brengen, via ventilatie of afzuiging.
Los van of een luchtbevochtiger werkt, waarschuwt Marcel Loomans: je moet zo’n apparaat goed onderhouden, want anders breng je misschien schimmelsporen en bacteriën uit het apparaat in de lucht.
Een luchtbevochtiger kan een persoonlijke keuze zijn, benadrukken beide experts. Maar dan raden ze wel aan om de instructies van de fabrikant te volgen om problemen te voorkomen. Van Strien: ‘Als je het idee hebt dat het jou helpt, kun je er een nemen. Maar het is niet iets wat wij als GGD standaard aanraden in een droog huis.’
Beter Leven
In de rubriek Beter Leven beantwoordt de Volkskrant, samen met experts, praktische vragen op het terrein van onder meer gezondheid, geld en duurzaamheid. Zelf een vraag voor deze rubriek? beterleven@volkskrant.nl