Home

Vertrouwen in koningshuis stijgt weer, maar wat zegt zo'n peiling echt?

Het vertrouwen in koning Willem-Alexander en koningin Máxima zit weer in de lift. Dat blijkt uit de jaarlijkse koningsdagpeiling van EenVandaag, die breed in de media is besproken. Maar wat zegt zo'n peiling níét?

Tussen 2019 en 2024 nam het vertrouwen in het koningshuis af. Nu is er voor het tweede jaar op rij sprake van een stijging. 63 procent heeft nu vertrouwen in de koning. Dat was in 2024 nog maar 53 procent. Maar kun je een abstract begrip als vertrouwen wel meten?

"Dat is lastig", zegt Casper Albers, hoogleraar toegepaste statistiek aan de Rijksuniversiteit Groningen. "Mensen kunnen dat begrip verschillend interpreteren. Daarnaast weten we dat de definitie van een term als vertrouwen in de loop der jaren langzaam kan veranderen."

"Een extra complicerende factor is dat het koningshuis vaak wordt gezien als uithangbord van de overheid", stelt Albers. Minder vertrouwen in de overheid of de samenleving vertaalt zich dan al snel in minder vertrouwen in het koningshuis. "Tijdens de coronaperiode zagen we zo'n dip", zegt Albers. "Dat kan deels te maken hebben met specifieke gebeurtenissen, zoals de onhandige vakantie naar Griekenland, maar ook met een algemeen gevoel dat de overheid de situatie niet volledig onder controle had."

Volgens Albers zou het daarom zinvoller zijn om vertrouwen breder te onderzoeken, bijvoorbeeld door ook te kijken naar vertrouwen in wetenschappers, artsen en de rechtspraak. "Als alles stijgt behalve het vertrouwen in het koningshuis, dan weet je dat het te maken heeft met de koninklijke familie zelf."

Jeroen Kester van het EenVandaag Opiniepanel ziet vertrouwen niet als een abstract begrip. "Het is een gangbare manier om imago te meten", zegt hij. "Wij vragen bovendien niet naar het koningshuis als geheel, maar naar individuele leden. Dat maakt een vertrouwensvraag beter te beantwoorden."

Of het koningshuis echt als verlengstuk van de overheid wordt gezien, kan Kester niet met een directe uitslag staven. "Het heeft ongetwijfeld met meer factoren te maken, zoals de reis naar Griekenland tijdens een lockdown, maar de daling in vertrouwen in het kabinet en het koningshuis in coronatijd liep opvallend gelijk."

Dat het gedrag van de koninklijke familie bepalend is voor hun reputatie, bevestigt Willem van Lynden, adviseur op het gebied van reputatie en communicatiestrategieën. "De afgelopen jaren vielen ze vooral op door rust, degelijkheid en het vermijden van schandalen", zegt hij. "Gewoon hun werk doen en Nederland vertegenwoordigen. Het uitblijven van negatieve publiciteit speelt daarin een grote rol."

Internationale context helpt daarbij ook. "Andere Europese koningshuizen raken geregeld in opspraak, terwijl het in Nederland relatief rustig blijft. Denk aan de Britse voormalige prins Andrew of de Noorse kroonprinses Mette-Marit, die beiden banden onderhielden met de veroordeelde zedendelinquent Jeffrey Epstein. Dat contrast werkt in hun voordeel", zegt Van Lynden. "Tegelijkertijd groeit de waardering voor stabiliteit in een steeds onzekerdere wereld. Het koningshuis fungeert daarin als een constante factor."

Maar wat betekent die recente stijging in vertrouwen nu precies? Volgens Albers is het niet verrassend dat het vertrouwen nu twee jaar op rij stijgt. "Een daling houdt op een gegeven moment op en slaat dan weer om. Zie het als een achtbaan." Toch vindt hij het te vroeg om te concluderen dat het vertrouwen "blijft stijgen", zoals de kop van EenVandaag stelt. "Dat kun je na twee jaar simpelweg nog niet zeggen."

"Daarnaast is het zo dat je geen causale conclusies kunt trekken", benadrukt Albers. "We weten simpelweg niet waarom het vertrouwen is toegenomen."

Op basis van de open antwoorden van respondenten en gesloten vragen naar deze factoren stelt EenVandaag dat de internationale chaos, de werkbezoeken die de koning doet én de inzet voor defensie redenen zijn voor het stijgende vertrouwen. Volgens Kester geven die reacties inzicht in terugkerende argumenten en die zijn duidelijk terug te zien in de cijfers.

"De militaire opleiding van Máxima en Amalia kreeg veel aandacht", zegt Albers. "Dan is het verleidelijk om daar een verband mee te zien, maar statistisch kun je dat niet makkelijk hardmaken."

Hetzelfde geldt voor bredere internationale ontwikkelingen. "Misschien vergelijken mensen ons staatshoofd met dat van de Verenigde Staten en denken ze: zo slecht hebben wij het niet", zegt Albers. "Maar het kan net zo goed komen door iets ogenschijnlijk kleins, zoals hun aanwezigheid bij de Olympische Spelen."

Source: Nu.nl algemeen

Previous

Next