Home

Is dit hout illegaal gekapt? Wageningse wetenschappers achterhalen dat met forensische technieken

Wageningse onderzoekers kunnen de herkomst van blokjes tropisch hardhout opsporen. De forensische techniek helpt in de strijd tegen illegale houthandel en komt precies op tijd voor de handhaving van een strengere Europese ontbossingwet.

De geur in de nauwe opslagkelder is onmiskenbaar: hout. In het donker doet het aan de zaagafdeling van een bouwmarkt denken, maar verlicht ziet dat er anders uit. Stellingkasten vol plastic en kartonnen dozen met gekrabbelde labels bedekken de muren tot aan het plafond. Hier, onder het groene campusgebouw Lumen van de Wageningen Universiteit (WUR), staan honderden blokken en snippers hout opgeslagen van over de hele wereld.

Onderzoeker Barbara Rocha Venancio Meyer-Sand pakt wat houtmonsters uit een van de dozen. ‘Dit blok is Europees hout uit West-Duitsland, en deze snippers zijn tropisch hout.’ Ze wijst een ander stuk aan. ‘Van dit blok weten we het nog niet. Dat achterhalen we binnenkort.’ Boomonderzoek wordt veelvuldig gedaan in Wageningen, maar het project waarvoor Rocha Venancio Meyer-Sand werkt, is anders. Hier is geen sprake van ecologisch of biologisch onderzoek: er wordt forensisch werk verricht.

CSI voor bomen. Dat lijkt vrij willekeurig, maar dient een belangrijk doel. Naar schatting is 8 tot 29 procent van het wereldwijd verhandelde hout illegaal gekapt. Dat maakt het de op twee na grootste criminele handel ter wereld, na vervalste producten en drugs. De wetgeving tegen foute houthandel in Europese havens wordt eind dit jaar aangescherpt. Deze strengere ontbossingwet vereist dat handelaars een geolocatie van het gekapte hout doorgeven. De handhaving daarvan is een uitdaging: fraudeurs vermengen onderweg legaal met illegaal hout, of sjoemelen met papierwerk. Probeer dan nog maar te achterhalen waar een partij geïmporteerd hout nou echt vandaan komt.

Straal van 100 km

Hier komt het forensische bomenwerk in Wageningen te pas. Onderzoekers ontwikkelden de afgelopen jaren een techniek om met terugwerkende kracht de herkomst van tropisch hout te bepalen. Dat doen ze door verschillende analyses toe te passen op houtsnippers en de resultaten te vergelijken met een reeds opgebouwde database. Zo kon hun techniek bij een demonstratie 94 procent van tweehonderd verschillende stukken azobé, een populaire houtsoort voor scheepsbouw, binnen een straal van 100 kilometer lokaliseren. Dat is nauwkeurig genoeg om de herkomst op regionaal niveau te onderscheiden, en leidde vorig jaar tot een publicatie in vakblad Nature Communications Earth & Environment.

Een aantal technieken kan uitwijzen waar een boom ooit stond voordat de zaag erin ging. ‘We zijn ooit begonnen met isotopen van koolstof’, vertelt Pieter Zuidema, onderzoeksleider van het project en hoogleraar bosecologie aan de WUR. Dat zijn koolstofatomen met verschillende soorten massa, die iets vertellen over het klimaat rondom een boom. ‘Toevallig hadden we hier veel metingen van gedaan voor ander onderzoek. Toen ontstond het idee om met deze gegevens naar houtherkomst te kijken: ik wist immers dat andere onderzoekers dit ook deden.’

Monsters uit de hele wereld

Met alleen isotopenanalyses kom je er niet; aanvullende genetische en chemische analyses schetsen een nauwkeuriger beeld van waar de boom ooit stond. ‘Met genetische informatie kun je op grotere schaal zien welke bomen uit dezelfde regio komen’, zegt Rocha Venancio Meyer-Sand. ‘Zulke bomen zijn een soort broertjes en zusjes en hebben vergelijkbaar DNA.’ De chemische analyse is juist beter in het lokaliseren van de boomherkomst op kleinere schaal. De Wageningers ontwikkelden deze techniek zelf. ‘Daarvoor meten we de concentraties van meer dan zestig atomen in het hout, zoals calcium of magnesium. Die concentraties weerspiegelen het bodemtype waar de boom heeft gestaan.’

De houtmonsters op het lab komen uit de hele wereld. Internationale onderzoekspartners leveren materiaal, of de Wageningse onderzoekers gaan zelf op veldwerk. Dat bestaat uit uren door tropisch bos trekken, uitgerust met een holle boor en boormachines om houtfragmenten te verzamelen. ‘Het regenwoud is een uitdagende plek’, vertelt Rocha Venancio Meyer-Sand. ‘Ik heb weleens vijf uur lang door het moeras gelopen, tot aan mijn heup, met een gescheurde laars.’ Eenmaal terug op het lab is het werk eenvoudiger. Met een keramisch mes snijdt ze snippers uit het hout. Die gaan in stevige witte buizen met zuur en verdwijnen voor een paar uur in de magnetron, zodat het hardhout helemaal oplost. Daarna kunnen de analyses van start. De resultaten zijn er over een paar dagen.

‘Ondersteunend bewijs’

Eind dit jaar gaat volgens planning de nieuwe ontbossingswet in. De Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) gaat ook die handhaven. ‘Wij kijken naar de importdocumenten van houtbedrijven’, zegt Tieme Wanders, inspecteur bij de NVWA. ‘Bij twijfel over de juistheid van de boomherkomst gebruiken we dit soort technieken als ondersteunend bewijs.’ 100 kilometer is helaas niet specifiek genoeg om beschermde natuurparken van nabijgelegen kapbaar bosgebied te onderscheiden. ‘Zo nauwkeurig bestaat nog niet: dit is de beste techniek die we hebben.’ Toch komt het zeker van pas. ‘Soms wordt bijvoorbeeld illegaal hout uit Rusland via China verhandeld. Dan laat deze techniek zien hoe plausibel het is of het hout echt uit de vermelde plaats komt.’

In de loop der jaren hebben Zuidema en Rocha Venancio Meyer-Sand al tweeduizend houtmonsters verzameld en getest. Al die informatie vormt een uitgebreide database om onbekende houtmonsters mee te vergelijken en te identificeren. Af is het project nog lang niet. ‘Er zijn honderden monsters nodig om met zekerheid hout te traceren van één soort’, zegt Zuidema. ‘Onze techniek werkt nu voor drie houtsoorten, azobé, tali en meranti. Uiteindelijk is dit nodig voor tientallen andere typen hout dat illegaal verhandeld wordt.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next