Home

Havoleerlingen zakken het vaakst voor eindexamens: 'Verdund vwo-programma'

Havisten zakken aanzienlijk vaker voor hun eindexamens dan leerlingen van de andere schoolniveaus, blijkt uit een data-analyse van NU.nl. Het verschil met vmbo-bb'ers is het grootst. Op de havo slaagt gemiddeld 88,2 procent, tegenover maar liefst 97,5 procent op vmbo-basis.

Al minstens vijftien jaar kun je de klok erop gelijkzetten. Havisten zakken het meest, traditiegetrouw met een paar procentpunt verschil gevolgd door vwo'ers. Daarna komen vmbo'ers, op volgorde van praktijkgerichtheid.

Zoals je in onderstaande grafiek kunt zien, verandert deze volgorde vrijwel nooit.

Scholenorganisatie VO-raad ziet twee oorzaken waardoor het voor havisten structureel lastiger is om te slagen dan voor andere leerlingen. Ten eerste vormt geen enkele groep leerlingen zo'n gemengd gezelschap als de havisten.

Zo zijn er typische havoleerlingen en ex-vwo'ers voor wie het atheneum net te pittig was. Daarnaast zijn er vmbo-geslaagden die doorstromen naar havo 4 en dus minder geoefend hebben met de havowerkwijze. Ongeveer twee derde van deze stapelaars haalt het havopapiertje binnen de geplande twee jaar. Een derde dus niet en dat zie je terug in de statistieken.

De tweede oorzaak: het havolesprogramma lijkt best wel op dat van het vwo, terwijl een havoleerling niet per se op een leerling van dat niveau lijkt. Dat maakt het pittig.

"De profielen en vakken van havo en vwo zijn hetzelfde en veel leermethodes zijn geschreven voor havo/vwo", zegt een woordvoerder van de VO-raad tegen NU.nl. Die hebben een wat academischere focus dan nodig is voor havo en bevatten vwo-achtig taalgebruik.

"Daardoor lijkt havo soms meer op een verdund vwo-programma dan op een eigen programma", vervolgt hij. Bovendien hebben havisten slechts twee jaar bovenbouw om zich voor te bereiden op het examen, terwijl vwo'ers drie jaar de tijd krijgen.

"Als je over dat verschil in jaren nadenkt, is dat best wel gek. Het valt niet uit te leggen", zegt Wiko Veenvliet. Hij is bestuurslid van een scholengroep en voorzitter van het Havoplatform, dat onderzoekt hoe de havo beter kan.

"Grosso modo wordt de havist niet op zijn of haar manier uitgedaagd", ziet hij. "Een havist wil toepassingsgericht werken, iets doen wat binnen afzienbare tijd een tastbaar resultaat heeft. Het liefst met anderen." Dat mist hij nu op de theoretische, vwo-achtige havo.

Wat Veenvliet betreft zou je de hele havo opnieuw moeten opbouwen, maar dat lukt niet zomaar. Daarom ontwikkelde zijn platform HavoP: een programma waarin leerlingen opdrachten maken voor bedrijven en instellingen.

"Zo moest een groep leerlingen voor het waterschap een nieuw veerpontje over de Vecht ontwikkelen", geeft hij als voorbeeld. "Daarbij moesten ze natuurlijk het drijfvermogen berekenen, maar ook bedenken hoe zo'n boot goed toegankelijk wordt voor voetgangers en fietsers."

HavoP is nu nog een pilot op 240 scholen, maar vanaf volgend jaar mag elke school het aanbieden. Het is een officieel (school)examenvak. Het programma levert scholieren dus niet alleen kennis, vaardigheden en betere aansluiting op het hbo op, maar ook een stukje van hun schooldiploma.

Dat praktijkgerichte maakt scholieren ook gemotiveerder, ziet Veenvliet. Daar schort het bij havisten nog weleens aan. Typerend daarvoor zijn de gemiddelde examencijfers, zoals je in de grafieken hieronder ziet.

De gemiddelde schoolexamencijfers (alle gewone toetsen in de hele bovenbouw) zijn elk jaar bij de havo de laagste van alle schoolniveaus.

Maar op het centraal examen in mei halen de havisten de leerlingen van sommige andere niveaus ineens in. Veenvliet: "Havisten kunnen goed een inhaalslag maken als dat nodig is. Dat laat zien dat ze dus wel kúnnen presteren, maar eerder in de bovenbouw blijkbaar niet genoeg werden aangesproken om dat te doen."

Tot zover de havo. Je kunt natuurlijk ook andersom naar de slagingsranglijst kijken. Waardoor slaagt vrijwel iedereen (gemiddeld 97,5 procent) op het vmbo-bb? Zijn de examens soms te makkelijk? Of zitten er veel leerlingen die best een treetje hoger zouden kunnen?

Nee, vindt de VO-raad. "Het is zeker niet te makkelijk. Veel leerlingen zitten gewoon op hun juiste schoolniveau, waar ze een goede voorbereiding hebben gekregen voor het examen en hun vervolgonderwijs", zegt de woordvoerder. "Havo is echt de uitzondering in de slagingspercentages. Dat betekent niet dat het andere uiterste niet passend is."

Het ministerie van Onderwijs laat aan NU.nl weten niet naar een specifiek slagingspercentage per jaar of niveau te streven en dat elk schoolniveau anders is. Het ministerie bepaalt ook niet zelf hoe hoog de lat voor een examen(vak) ligt. Dat doet het College voor Toetsen en Examens (CvTE).

Die organisatie zet zich wel actief in om bijvoorbeeld het havo-examen Frans of het vmbo-examen aardrijkskunde jaar na jaar even moeilijk te laten zijn. Maar dat verhelpt dus niet dat de examens voor de gemiddelde havist spannender zijn dan voor de gemiddelde vmbo-bb'er.

Source: Nu.nl algemeen

Previous

Next