Home

Mooie vragen en nóg mooiere antwoorden in het verfrissende ‘Philo en de zee’ (9+)

Kinderboeken lenen zich bij uitstek voor een lekker potje filosoferen. De dromerige dialogen in Philo en de zee zijn aangenaam, en dan zijn er ook nog de meeslepende onderzeebeelden van illustrator Janneke Ipenburg.

schrijft voor de Volkskrant over jeugdliteratuur.

Een jongetje staat op het strand de zee in een kuiltje te scheppen. De hele zee. Kan dat wel, vraagt de 11-jarige Philo, ‘de zee is zo groot en dit kuiltje zo klein’. Zijn antwoord, terwijl hij stug blijft scheppen: ‘Precies!’

Beter laat Philo en de zee, het nieuwe boek (9+) van filosoof en televisiemaker Stine Jensen en theoloog Paul van Geest – ze schreven het met zijn tweeën – zich niet samenvatten: mooie vragen, nóg mooiere antwoorden. Van die antwoorden waar het verstand niet per se mee uit de voeten kan, maar het hart zich bij ophaalt.

De dromerige Philo, volgens haar beste vriendin altijd maar half aanwezig, heeft een grote ‘weethonger.’ Ze vraagt zich af waarom mensen niet zeggen wat ze écht denken en waarom er in haar klas zoveel wordt gepest. Omdat haar vader en moeder het altijd druk hebben, gaat ze naar het strand en legt ze haar kwesties voor aan de golven.

Op een dag krijgt ze nog antwoord ook. Een dolfijn neemt haar mee naar de diepten en stelt haar voor aan Skuggi, de lelijke morene, Puffel, de stekelige kogelvis, Corian, het kwetsbare zeepaardje, Petra, de stilstaande schildpad, en Salma, de moederlijke inktvis.

Lekker potje filosoferen

Kinderboeken lenen zich bij uitstek voor een lekker potje filosoferen. Dat kan op twee manieren. Mét uitleg, zoals in De wereld van Sophie van Jostein Gaarder (1991), die op de knieën gaat en één voor één alle grote filosofen op volgorde bespreekt. Een concept dat vaak is nagedaan, zonder dat de schrijvers ervan zich ooit lijken af te vragen of jonge mensen wel op dode filosofen zitten te wachten.

Terwijl Lewis Carroll anderhalve eeuw geleden met Alice in Wonderland al zo verbluffend liet zien dat het ook zónder uitleg kan. De kolderieke woordenwisselingen in dit onzin-avontuur zijn in werkelijkheid diepzinnige gesprekken over alles en niets tegelijk, zoals kinderen die graag met volwassenen voeren. Wanneer ze daar tenminste eens tijd voor maken.

Philo en de zee valt in die laatste categorie en dat is verfrissend. Jensens eerdere boeken wilden nog weleens te uitleggerig zijn. Deze dromerige dialogen zijn absoluut aangenamer. En waar de tekst tóch nog een beetje dreigt te verwateren, zijn er gelukkig de meeslepende onderzeebeelden van illustrator Janneke Ipenburg.

Ipenburg is pas een kleine vijf jaar actief als kinderboekenillustrator en werkt met veel lagen acrylverf en kleurpotlood voor de details. Dat geeft haar werk, in dit geval heel toepasselijk, veel diepte. Haar prenten zijn ogenschijnlijk eenvoudig, maar door die gelaagdheid in de achtergrond blijven ze interessant om naar te kijken.

Allerdiepst

Intrigerend in Philo en de zee: in elk hoofdstuk is de schaduw van een duikende walvis te zien, die misschien wel symbool staat voor het allerdiepste antwoord op de allerdiepste vraag. Dat de lezer natuurlijk niet krijgt, zoals dat hoort bij filosofen die hun vak serieus nemen. Potvis Antonio kan, als hij eindelijk is gevonden, dan ook niet meer doen dan Philo hetzelfde aanraden als het jongetje in het begin: stug doorgaan met verwonderen. Want er kan altijd nog een schepje bovenop.

Stine Jensen en Paul van Geest: Philo en de zee. Met illustraties van Janneke Ipenburg. Kluitman; 80 pagina’s; € 17,99.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next