Home

Een veilig land hoort niet onveilig te voelen voor wie alles heeft moeten achterlaten

In mijn spreekkamer zie ik patiënten uit landen waar oorlog niet ophoudt bij de grens. Mensen die gevlucht zijn, maar niet veilig kunnen landen in zichzelf. Oorlogstrauma komt zelden alleen binnen als angst, herbelevingen of nachtmerries. Er loopt vaak nog iets anders doorheen, iets stillers en venijnigers: een knagend besef.

Dat jij hier bent, terwijl familieleden daar nog vastzitten in gevaar. Dat jij slaapt, terwijl elders geliefden wakker liggen van schoten, sirenes of bombardementen. Dat het gevaar voor velen niet ophield bij vertrek, omdat ook de route hierheen getekend was door angst, uitbuiting, afhankelijkheid en verlies. Veiligheid voelt daardoor niet als een eindpunt, maar als iets waar het lichaam zich maar moeilijk aan durft over te geven.

Over de auteur

Sara Khosdelazad is psycholoog in opleiding tot gz-psycholoog, postdoctoraal onderzoeker en activiste. In de maand april is zij gastcolumnist op volkskrant.nl/opinie.

Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier meer over ons beleid.
Eerdere bijdragen in deze discussie vindt u onder aan dit artikel.

Ik hoor het in zinnen als: ‘Waarom voel ik me nog zo?’ Of: ‘Ik snap niet waarom ik het niet kan loslaten nu ik hier ben.’ Een grens oversteken blijkt zelden hetzelfde als het gevaar achter je laten. Een veilig land, een veilig huis, een deur die op slot kan: het is vaak nog niet genoeg om een lichaam ervan te overtuigen dat het voorbij is.

Wat me daarin het meest raakt, is niet alleen dat iemand moet leven met wat zij heeft gezien, verloren of overleefd, maar ook dat zij zich daar vervolgens bijna voor schaamt.

Niemand vlucht voor haar plezier. Vluchten betekent verlies. Van een thuis. Van familie. Van taal. Van veiligheid. Geen mens stapt voor haar geluk op een boot, de zee op, hopend levend aan land te raken. Niemand verlangt naar een leven in kampen of asielzoekerscentra, hopend dat iemand haar nog ziet als mens, dat iemand haar een kans geeft om te bestaan.

Dat zou nog altijd de morele ondergrens van het denken over mensen op de vlucht moeten zijn.

Juist daarom is het Nederlandse debat over asiel en migratie de afgelopen jaren zo misselijkmakend geworden. Mensen die al uit puin, verlies en vernedering komen, worden hier steeds vaker niet als mens ontvangen, maar als opvangprobleem, als instroom, als druk, als overlast. Alsof niet oorlog de ontwrichtende kracht is, maar de aanwezigheid van degene die eraan wist te ontkomen.

In de aanloop naar de stemming in de Eerste Kamer vertelden ongedocumenteerden openlijk dat zij bij strafbaarstelling de straat niet meer op zouden durven en nog verder de schaduw in zouden worden geduwd, juist op de plekken waar zij nu nog steun of ademruimte vinden. De Asielnoodmaatregelenwet sneuvelde deze week, maar het tweestatusstelsel werd wel aangenomen. De criminalisering werd tegengehouden, maar voor een deel van de vluchtelingen wordt gezinshereniging moeilijker gemaakt. Ook nu blijft menselijke waardigheid dus onder druk staan.

En die stemming stond niet op zichzelf. Al jaren wordt in Nederland een verhaal gevoed door extreemrechtse politici en groepen waarin vluchtelingen niet verschijnen als mensen, maar als oorzaak van wat hier misgaat: van woningnood tot leugens over gratis zorg en te veel geld voor asiel.

Die taal blijft niet in Den Haag hangen. Ze zakt de samenleving in. Ze nestelt zich in woonkamers, commentaarsecties, buurtapps en gesprekken aan de keukentafel. Daar wordt zij voor waar aangenomen door mensen die al ontevreden zijn, en slaat zij om in vijandigheid en de groeiende bereidheid om mensen op de vlucht niet meer als mens te zien, maar als gevaar. Zoals Flor Didden scherp schrijft in Bel me als je daar bent: desinformatie werkt juist omdat ze aansluit bij wat mensen al denken. Zo groeit wantrouwen uit tot iets alledaags en wordt hardheid verkocht als gezond verstand.

Maar achter al dat gepraat over grenzen, instroom en overlast zitten mensen van vlees en bloed. Mensen die hier proberen te ademen met familie nog in gevaar. Mensen van wie het lichaam nog altijd reageert alsof de dreiging niet voorbij is. Mensen die al zoveel hebben verloren, en hier alsnog moeten leven met het gevoel dat zelfs veiligheid hun slechts onder voorbehoud wordt gegund.

Daar schuilt de werkelijke wreedheid: dat de patiënten die ik zie al vaak tot op het bot zijn uitgeput door wat ze hebben meegemaakt, om vervolgens terecht te komen in een land dat hen niet met rust en warmte, maar met argwaan ontvangt.

Want wat zegt het over een land wanneer mensen die voor hun leven zijn gevlucht, hier opnieuw moeten leren bang zijn?

Wilt u reageren? Stuur dan een opiniebijdrage (max 700 woorden) naar opinie@volkskrant.nl of een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next