Veertig jaar geleden ontplofte een kernreactor van Tsjernobyl. De radioactieve wolk van de kerncentrale in het huidige Oekraïne bereikte ook Nederland. De angst zat er jarenlang goed in, maar was de vrees hier terecht?
De kernreactor ontplofte als gevolg van een slecht uitgevoerde veiligheidstest. Aan de explosie ging opeenstapeling van fouten en overtredingen vooraf. De directe betrokkenen hadden onvoldoende kennis over de processen in de reactor.
Ook vertoonde het Russische reactorontwerp - te zien op de onderstaande afbeelding - flinke gebreken. Met name de ingebouwde veiligheid liet te wensen over. Kortom, als er bij zo'n reactor iets mis zou gaan, dan zou het goed misgaan. Een gebied driemaal zo groot als Nederland raakte besmet met radioactieve deeltjes. Zo'n 200.000 mensen raakten ontheemd.
Volgens Amerikaanse natuurkundige en Nobelprijswinnaar Hans Bethe was de kernramp het gevolg van een "fatale combinatie van onwetendheid en zelfgenoegzaamheid". Die hoogmoed zag je ook terug in de reactie van de autoriteiten. De leiders van de Sovjet-Unie, waar Oekraïne toen nog onderdeel van was, hielden de kaken stijf op elkaar over de ramp.
In Scandinavië was het daarom gissen waar verhoogde radioactiviteit vandaan kwam die plots werd gemeten. Langzaam maar zeker werd duidelijk dat er een radioactieve wolk over Europa trok. En dat er een verband was met een "ongeluk" bij Tsjernobyl.
Pas op 29 april 1986, drie dagen na de explosie, werd in de Nederlandse journaaluitzendingen gesproken over de "ergste kernramp uit de geschiedenis". Een dag later werd door de regering een coördinatiecentrum ingericht. Op 2 mei werd vervolgens voor het eerst verhoogde radioactiviteit in de lucht gemeten.
Het weer zat niet mee, want diezelfde dag regende het onverwachts. "Roetdeeltjes met radioactieve atomen regenden neer op gras en groente. Een ander deel kwam neer en trok de grond in", zegt Lars Roobol, afdelingshoofd stralingsonderzoek bij het RIVM tegen NU.nl. Waar het zoal terecht kwam, zie je op het kaartje uit 1986 onderaan deze sectie.
Daarop werd een graasverbod voor vee ingesteld. Groente en gewassen werden door het RIVM getest op de aanwezigheid van de radioactieve cesium-137-isotopen, die vrijkwamen bij de kernramp. Die werden onder meer in verhoogde concentratie aangetroffen op bladgroentes zoals spinazie. Om risico's voor de volksgezondheid uit te sluiten, werden deze groentes uit de handel genomen en doorgedraaid.
"Met de kennis van nu, ook gelet op het stralingsniveau, kun je je afvragen of zulke maatregelen allemaal nodig waren", gaat Roobol verder. "Sterker nog, wat men in Nederland in 1986 aan extra straling heeft gekregen, krijg je ook als je een lange vliegreis maakt".
Mensen worden voortdurend blootgesteld aan straling, ook aan zogenoemde ioniserende straling. Dat is straling met een hoog energieniveau, zoals radioactieve straling. Dergelijke straling is in hoge dosering schadelijk en kan op termijn kanker veroorzaken.
"Toen ons zonnestelsel en de aarde werden gevormd, zat er al bijvoorbeeld uranium en thorium in de stof waaruit het ontstond", legt Roobol uit. "Dat zit nog steeds in de bodem en dus bijvoorbeeld ook in je tuin. Dat straalt naar boven toe. En vanuit de zon en de kosmos komt er ook nog altijd straling op ons af."
De kernramp in Tsjernobyl heeft anno 2026 nog slechts een klein aandeel in de straling waaraan we blootgesteld worden. "Een skivakantie op grote hoogte is 'schadelijker' dan wat we nu nog van die kernramp merken".
Als we kijken naar de concentraties radioactieve cesium-137-isotopen, dan hebben we vooral nog 'last' van de vele bovengrondse kernproeven die in de jaren vijftig en zestig zijn gedaan.
Tsjernobyl zelf en het omliggende spergebied van 30 kilometer zijn nog altijd niet toegankelijk voor buitenstaanders. Wel is de straling in het gebied afgenomen.
De blijvende effecten van Tsjernobyl in Nederland zijn van een heel andere aard. Zo werd een organisatie voor kernongevallenbestrijding in het leven geroepen. In 1990 gaat dat Nationaal Meetnet Radioactiviteit, een waarschuwingsmeetnet voor stralingsongevallen, van start.
De aanwezigheid van radioactiviteit in voedsel wordt al sinds 1965 in de gaten gehouden door het laboratorium van Wageningen Food Safety Research. Na Tsjernobyl kwam er een aanvullend meetprogramma om de besmetting van het milieu en ons voedsel in kaart te brengen. Inmiddels bestaat het Landelijk Meetnet Radioactiviteit in Voedsel uit 45 voedselmonitoren verspreid over heel Nederland.
Maar de ramp in Tsjernobyl heeft vooral ons denken over kernenergie lange tijd beïnvloed. Zo was er decennialang nauwelijks (politiek) draagvlak voor de uitbreiding van het aantal kerncentrales. Pas in 2022 werden de formele voorbereiding gestart voor de bouw van nieuwe centrales.
De ontplofte reactor in Tsjernobyl zelf is sinds 1986 ingekapseld door een sarcofaag van cement en lood. Daar is in 2016 een overkapping overheen geplaatst, om de straling voor nog eens 100 jaar binnen de perken te houden. De ramp heeft naar schatting zo'n 5 miljoen mensen in meer of mindere mate getroffen.
Source: Nu.nl algemeen