Opinie-interview Volgens filosoof Marie Lucassen is de zwangerschap te lang genegeerd in ons denken over het begin van de mens. Daardoor zien we onszelf onterecht als onafhankelijke wezens.
Het zou jammer zijn als het woord ‘zwangerschap’ nu leidt tot afhakers. Want met Uit het midden. Filosofie van de zwangerschap schreef Marie Lucassen weliswaar over de zwangerschap, maar presenteert ze óók een radicaal andere filosofische kijk op het ‘begin van de mens’. De – mannelijke – filosofen uit de westerse canon leggen dat punt vrijwel zonder uitzondering bij de geboorte, op het moment dat we ons losmaken van onze moeder. Lucassen betoogt dat er in die zienswijze een „moedervormig gat” zit. Als er al een filosofisch begin van de mens is, zegt ze, ligt dat eerder ergens in de negen maanden zwangerschap.
„Ik wilde niet dat het boek in het hoekje zwangerschap – ‘vrouwenzaken’ – weggezet zou worden, dus met de titel en het omslag ben ik bewust weggebleven bij buiken en baarmoeders. Voor de duidelijkheid: dat is stom, hè, dat het als minderwaardig wordt gezien. Het is helaas de wereld waarin we leven. Mijn hoop is dat niet alleen zwangeren maar ook vaders – nee, iedereen die zich afvraagt: waar kom ik eigenlijk vandaan – dit gaan lezen.”
Marie Lucassen (1996) is filosoof en internationaal fotomodel voor onder meer Yves Saint Laurent. Ze studeerde cum laude af aan de Universiteit Leiden op de filosofische oorsprong van de mens. Over dat onderwerp schreef ze haar debuut Uit het midden. Filosofie van de zwangerschap, recent verschenen bij Athenaeum – Polak & van Gennep.
Momenteel geeft ze ook les aan het instituut Wijsbegeerte van de Universiteit Leiden.
Met haar poging tot een antwoord op die vraag te formuleren, studeerde Lucassen (1996) een paar jaar geleden cum laude af aan de Universiteit Leiden. Dat leidde vervolgens tot dit boek, dat ze voltooide terwijl ze zwanger was van haar tweede kind. Zou de geschiedenis van de filosofie geschreven zijn door degenen die baren, dan had ons mensbeeld er totaal anders uitgezien, schrijft ze. Ons hele zelfbeeld van wie we zijn als mens moet dan op de schop, stelt Lucassen.
„Ik weet niet of er iets als een ‘begin’ bestaat. Laat het ook maar vaag en gradueel zijn. Ons fundament is in ieder geval niet in isolatie gelegd, dat fundament is gedeeld. Toch blijven we erop gericht dat er een duidelijk afgebakend moment moet zijn waarop een individu begint. Dat wordt ook versterkt door technologische ontwikkelingen, door de vele echo’s die je al vroeg kunt laten maken, de zwangerschapstesten die snel uitsluitsel geven. We kijken naar het hartje, bepalen de week dat een foetus levensvatbaar is buiten de baarmoeder. Dat legt de nadruk op: wanneer kun je het zelf. Wat heel tekenend is voor hoe we onszelf zien. Als autonoom, niet schatplichtig.
Maar je wás niet van jezelf. Je hebt jezelf niet geschapen. Dat is met iemand en door iemand en in iemand gebeurd. En de losmaking van de moeder was niet zo hard. Het is niet zo dat Donald Trump uit de baarmoeder kwam, zijn eerste ademteug nam en het toen zelf gedaan heeft. Hij is gaandeweg Donald Trump geworden, waarschijnlijk is dat proces nog altijd bezig. Hij is zich tot op misschien wel zijn laatste dag aan het losmaken van zijn moeder. De losmaking ís het leven. Dat is natuurlijk helemaal niet troostrijk voor mensen die zichzelf niet graag als schatplichtig zien.”
„In het Westen zijn we zeer gericht op het zicht. Als je iets kunt zien, dan kun je er kennis van hebben. Kennis verkrijg je door iets te isoleren, uit een relatie te trekken, in het licht te plaatsen. Een zwangerschap onttrekt zich op al deze facetten aan die manier van kennen. De zwangere is de enige die toegang heeft tot wat er in de baarmoeder gebeurt, en zelfs zij weet dat niet volledig. Als er een scherp onderscheid bestaat tussen iets dat er is of niet is, is het dus best logisch dat je de geboorte aanneemt als een moment van ontstaan.”
„Het is niet gek dat je een zwangerschap niet snapt als je haar niet zelf doorleeft of van dichtbij meemaakt. Het is best verdrietig dat mannen lang zijn weggehouden bij de baring, of er actief bij wegbleven. Daarnaast is zwangerschap ook best freaky. Zelf heb ik twee zwangerschappen meegemaakt en nog steeds bevat ik niet volledig wat er in mijzelf gebeurd is.”
„Ja, ik ben misschien mild, want ik wil graag iedereen binnenboord houden. Dit gaat ons namelijk allemaal aan. Tegelijkertijd is het absoluut waar dat de vrouw en de belichaamde ervaring lang afwezig zijn geweest in de filosofie. En dat er enorm op die onderwerpen werd neergekeken. Er zijn ook mensen die stelliger zijn. Verloskundige en filosoof Rodante van der Waal zegt bijvoorbeeld in haar proefschrift dat er bewust hard is gewerkt om de geleefde ervaring en kennis van zwangeren weg te poetsen. Het is geen vergeten begin, het is een actieve daad geweest om het niet te herinneren. Ik denk dat beide waar is.”
„Door het schrijven van dit boek ben ik juist nog radicaler voor de zelfbeschikking van de vrouw geworden. In onze cultuur leeft breed het idee dat de vrouw een soort gastvrouw is voor de baby. De baarmoeder als een vat, een container voor de baby. Maar het is niet zo dat er tijdelijk twee individuen haast per ongeluk in hetzelfde lichaam bestaan. Het is een relatie – de zwangere gaat een relatie aan die verweven, poreus, vloeibaar en allesoverheersend is. Zelfs als wij twee nu een heel intieme relatie zouden aangaan, komt dat nog niet in de buurt van wat er tijdens een zwangerschap gebeurt. Die relatie is zo invasief, dat mag nooit aan iemand opgedrongen worden.”
„Tijdens mijn eerste zwangerschap voelde ik me vrij verward. Ik vond het fantastisch, ik wilde heel graag kinderen. Al overviel de timing me ook een beetje, ik had niet per se bedacht om op mijn vijfentwintigste moeder te worden. Tegelijkertijd ervoer ik ook verlies. Maar ik had de taal niet voor die gevoelens, ik voelde me er heel alleen mee.
Na mijn bevalling ben ik actief op zoek gegaan naar denkers die er wel woorden voor hadden. Ik weet nog precies waar ik was toen ik de teksten van zwangere filosofen voor het eerst las. Dat was fantastisch. Dus waar ik die tegenstrijdige gevoelens tijdens de zwangerschap wegzette als: ‘oh, ik ben nu al een waardeloze moeder’, bleek het een logische en veelvoorkomende reactie op dit lichamelijke fenomeen. Nu had ik de taal voor die verwarrende ervaring. De vervreemding. Ik was ooit heel en nu niet meer. Dat fort in mij is doorbroken door iets van buitenaf. Wat tegelijkertijd ook weer niet iets van buitenaf is.
Bij mijn tweede zwangerschap had ik die taal wel, en toch…”
„Ja, ik voelde me extreem niet mezelf. Sterker nog, op deze zwangerschap heb ik lang moeten wachten. En toch vond ik het weer moeilijk dat de baby zo dichtbij was. Altijd was hij daar. Als ik op de wc zat, als ik ging sporten, als ik een moeilijk gesprek had, als ik ging slapen. Mijn god, altijd! Ik heb het ook wel een beetje ervaren als een wesp die de hele tijd om je hoofd blijft zoemen. Maar dat is een heel raar gevoel om te hebben over een wezen waar je zo naar verlangt.
Zwangerschap is echt een fucking vreemde ervaring. Te lang is ze opgevat als iets eenduidigs, dat niet het bestuderen waard is. Ik wil haar juist centraal stellen als iets waarvan we nog lang niet begrijpen wat daar gebeurt. Het zou mooi zijn als meer mensen zich over zwangerschap gaan verbazen als een filosofische, scheppende, existentiële en onbegrijpelijke situatie.”