De Hongaarse premier Viktor Orbán gaat zijn parlementszetel niet innemen na zijn verlies van oppositieleider Péter Magyar. Orbán werd namelijk wel opnieuw verkozen als parlementslid. De radicaal-rechtse politicus richt zich liever op zijn patriottische beweging.
Orbán kreeg op 12 april een zware klap toegediend door Magyar. Diens partij Tisza kreeg 141 van de 199 zetels in het Hongaarse parlement. Fidesz behaalde 52 zetels. Een van die zetels was wel bestemd voor Orbán zelf.
Maar de premier gaat die plek niet innemen. "Ik ben nu niet nodig in het parlement, maar bij de reorganisatie van de patriottische beweging", zegt hij in een videostatement. Orbán was de voorbije jaren een spil in de radicaal-rechtse stroming in Hongarije en daarbuiten.
Orbán was parlementslid sinds 1990. De voorbije zestien jaar combineerde hij die zetel met zijn premierschap. Ook tussen 1998 en 2002 was hij premier.
De politicus is wel bereid aan te blijven als leider van zijn partij Fidesz. In juni is er een partijcongres. Orbán hoopt daar opnieuw steun te krijgen.
Hongaarse kiezers keerden Orbán massaal de rug toe nadat hij de voorbije jaren de rechtsstaat in het land had uitgehold. Omdat Magyar een tweederdemeerderheid heeft, kan hij grondwetswijzigingen van Orbán terugdraaien.
Magyar beloofde na zijn verkiezingswinst het politieke systeem van Orbán te ontmantelen en Hongarije democratischer te maken. De politicus was tot enkele jaren geleden partijlid van Orbán, maar werd een van zijn meest uitgesproken tegenstanders.
Ook na de aankondiging van Orbán dat hij niet in het parlement zou gaan, haalde Magyar uit. "De 'dappere' straatvechter is nog steeds niet in staat tot één ding: verantwoordelijkheid nemen", sneerde hij.
Source: Nu.nl algemeen