De Duitse Groenen willen een algehele snelheidslimiet op de Autobahn, waar iedereen nu zo hard mag rijden als hij wil. Dat zorgt direct voor enorme brandstofbesparingen, nodig door de Iran-oorlog en olietekorten. ‘Symboolpolitiek’, schamperde de Duitse bondskanselier Friedrich Merz.
is correspondent Duitsland van de Volkskrant. Hij woont in Berlijn.
Eddie Nitz (24) verpersoonlijkt de Duitse liefde voor de Autobahn. En net als zijn geloofsbroeders ontwijkt hij behendig elk rationeel argument vóór een snelheidslimiet. Milieu, brandstof- en dus geldbesparing, veiligheid; Nitz is er immuun voor. Bespaar maar ergens anders.
Wat overblijft, langs de snelweg tussen Berlijn en Hamburg, is een brede grijns als hij wordt gevraagd hoe snel hij zojuist op de motor reed: ‘190. Hard rijden is mijn uitlaatklep.’
En dat mag Nitz, althans voorlopig nog. Vorige week dienden de Duitse Groenen opnieuw een wetsvoorstel in voor een algehele snelheidslimiet van 130 kilometer per uur op de Duitse snelweg. Olietekorten dreigen als gevolg van de Iran-oorlog, ook in Duitsland zijn brandstofprijzen gestegen tot nooit eerder geziene hoogten.
De milieuorganisatie van de federale overheid berekende dat een limiet van 130 kilometer per uur jaarlijks 3,5 miljoen ton aan CO2-uitstoot zou schelen, grofweg 1,5 miljard liter aan brandstof. Dat komt bij huidige prijzen neer op ruim 3 miljard euro. Gratis en voor niks bespaard voor portemonnee en milieu, per direct, en zonder nieuwe technologie of investeringen.
‘Symboolpolitiek’, schamperde echter bondskanselier Friedrich Merz van de conservatieve CDU over het Groenen-voorstel. In plaats van een snelheidslimiet besloot Merz’ regering de accijns op brandstof te verlagen. Benzine en diesel (nu 2,08 euro en 2,15 euro) worden vanaf mei twee maanden lang 17 cent goedkoper. Het kost de Duitse belastingbetaler 1,6 miljard euro.
Want de autorijder moet beschermd worden, en dat mag wat kosten.
Weekblad Der Spiegel vergeleek de Duitse liefde voor onbegrensde snelheden ooit met de Amerikaanse obsessie met vuurwapens. Het is een geboorterecht, het definieert voor een invloedrijke minderheid wat vrijheid betekent, of zelfs Duits- of Amerikaans-zijn. Elk rationeel argument slaat stuk op emotie. De wetten stammen uit een tijd waarin een Volkswagen Kever 80 kilometer per uur kon en een wapen voor elk schot opnieuw geladen moest worden.
‘En er zit een machtige lobby achter’, zegt Jonathan von Rohden, een 37-jarige botenbouwer. ‘De autoindustrie heeft in dit land enorme invloed op de politiek.’
Hij heeft er toevallig nét 10 minuten over nagedacht, meldt Von Rohden bij tankstation Walsleben Ost. Conclusie: er is geen enkel valide argument tégen een snelheidslimiet. ‘Maar ik reed op dat moment eerlijk gezegd 200 kilometer per uur. Er was een heerlijk stuk weg waar het kon en ik dacht: leuk is het wel.’
Daar gaat het om: Spaß, plezier. De hele dag lopen Duitsers in het gelid, voor elke handeling bestaat een regel en voor elk voorstelbaar ongemak een verzekering. De Autobahn, zei Welt-hoofdredacteur en zelfverklaard petrolhead Ulf Poschardt tegen Der Spiegel, ‘is de enige plek waar dit protestantse volk zichzelf een bijzonderheid toestaat’
De steun voor een limiet neemt desondanks toe. Volgens een peiling uit 2025 van ADAC, de Duitse ANWB, was 53 procent van de ondervraagden voor, 41 procent tegen. En dat was voor de Iran-oorlog en oliecrisis. Tijdens de brandstofcrisis van 2023 was zelfs 63 procent voor.
Een volstrekt onwetenschappelijke rondvraag onder een klein dozijn Duitse weggebruikers levert ongeveer dezelfde verhouding op. Marianne Berkow (75) en Karl-Heinz Harzendorf (79) horen tot de groep die voor een limiet is. Hun denken is veranderd, zegt Berkow vanuit de Kia, Fendt-caravan erachter. Ze zijn op weg naar huis van een tripje naar Bismarck.
‘Vroeger reden wij ook snel, ik reed meestal 150 kilometer per uur’, zegt Berkow. Harzendorf: ‘Toen heb ik een tijdje op de vrachtwagen gezeten’, zegt Harzendorf. ‘Dan rijd je 80. Ik realiseerde me hoe ontspannen dat eigenlijk is. Sindsdien rijden we privé ook niet harder meer dan 120. Kan ik een beetje ontspannen, genieten, kletsen. Het is beter voor milieu en veiligheid. Van mij mag een snelheidslimiet morgen komen.’
Rechtse en populistische partijen negeren dit meerderheidssentiment echter volkomen. Zij proberen elkaar te overtreffen in beloften van steun aan autorijdend Duitsland.
In september kiest Berlijn een nieuwe regering. Sinds een linkse groep het zoveelste initiatief nam tot een referendum over een groenere en meer autoluwe hoofdstad, en daarvoor de ongelukkige naam ‘Berlin autofrei’ koos, hangt de stad vol verkiezingsposters die hiertegen fulmineren.
‘Auto verbieten verboten’, kopt landelijk regeringsleider CDU. ‘Autofrei ist unfrei’, zegt de links-populistische partij BSW, die mikt op de arbeidersklasse. Ook de extreemrechtse AfD werpt zich op als hoeder van de automobilist, en grapte in het verleden dat ze liever ‘het gaspedaal indrukt’ bij uitzettingen.
Dus, gaat hij er ooit nog komen, die snelheidslimiet? ‘Dat zou leuk zijn, maar erin geloven doe ik niet’, zegt mevrouw Berkow.
Gelukkig maar voor Nitz, de motorrijder. ‘Ik rook, maar ik heb liever dat ze sigaretten verbieden dan hard rijden op de Autobahn’, zegt Nitz. ‘Roken schaadt mijn gezondheid, maar hard rijden is juist goed voor mijn mentale gezondheid. Ik had laatst een keer enorme stress, en ben daarom een rondje om Berlijn gaan rijden, een tocht van 254 kilometer. Toen ik thuiskwam, sliep ik als een baby.’
Geselecteerd door de redactie
Lees hier alle artikelen over dit thema
Source: Volkskrant