De hoogopgelopen spanningen op het wereldtoneel maken klimaatbeleid moeilijker, ziet VN‑rapporteur Elisa Morgera. Tegelijkertijd laat het volgens haar zien hoe onzeker en duur de afhankelijkheid van olie en gas is, en waarom dat anders moet.
Morgera is een paar dagen in Nederland om lezingen te geven. Als rapporteur van de Verenigde Naties doet ze onderzoek en adviseert ze landen over de hele wereld over klimaatvraagstukken.
NU.nl sprak haar aan de vooravond van een internationale top in Colombia, waar ruim vijftig landen zullen bespreken hoe ze kunnen stoppen met olie, kolen en gas.
Is uw werk de afgelopen jaren veranderd? Is het bijvoorbeeld moeilijker geworden om mensen te overtuigen van de urgentie van klimaatverandering, omdat er zo veel andere crises spelen?
"Ik zie eigenlijk twee bewegingen. Aan de ene kant ervaren steeds meer landen, ook in Europa, zware en zelfs catastrofale gevolgen van klimaatverandering. In Latijns‑Amerika, de Stille Oceaan, het Caribisch gebied en Afrika is die ervaring al sterk aanwezig."
"Tegelijkertijd is er een sterkere tegenreactie van een groep landen. De diplomatie is verhard; er worden pogingen gedaan om elk gesprek over fossiele brandstoffen te blokkeren."
Uit welke hoek komen die pogingen?
"Die tegenreactie komt van landen die fossiele brandstoffen willen blijven uitbreiden. Sommige landen, zoals de Verenigde Staten, ontkennen zelfs dat klimaatverandering plaatsvindt. Zulke diplomatie hebben we lange tijd niet gezien."
Een voorbeeld is het plasticverdrag, waarvan de onderhandelingen afgelopen zomer stukliepen. Olielanden blokkeerden toen afspraken over het terugdringen van plasticproductie.
De geopolitieke situatie is momenteel nogal gespannen. Werkt dat in het nadeel voor het klimaat, of kan het juist iets in beweging zetten?
"Het maakt vooruitgang deels moeilijker. Wanneer geopolitieke spanningen toenemen, verschuift de aandacht vaak van klimaat naar defensie en veiligheid."
"Tegelijkertijd laat de huidige situatie zien hoe ver sommige landen bereid zijn te gaan om hun economie op fossiele brandstoffen te laten draaien."
"Het maakt dus ook duidelijk dat dit een economisch model is waar we van af moeten: voor onze vrede, voor democratie en voor het welzijn van mensen en de planeet."
Is het betekenisvol dat landen nu samenkomen in Colombia om daarover te praten?
"Ik denk dat het een veelbelovend initiatief is. De conferentie kan een nieuw model worden voor internationale samenwerking, naast de VN-klimaattoppen. Een plek waar de moeilijke maar broodnodige gesprekken wél gevoerd kunnen worden, terwijl die in de huidige klimaatonderhandelingen vaak vastlopen. Het helpt niemand om te doen alsof het probleem niet bestaat."
U schrijft dat nog dit decennium actie nodig is om te stoppen met fossiele brandstoffen om een leefbare toekomst te garanderen. Hoe ziet u dat voor zich?
"Het belangrijkste is dat we dit gesprek nu in elk land en op elk niveau voeren. We moeten echt begrijpen wat deze afhankelijkheid van fossiele brandstoffen betekent en hoe we daarvan afkomen, rekening houdend met verschillende economische en sociale omstandigheden."
"Er zijn ook maatregelen die landen meteen kunnen nemen, bijvoorbeeld het stoppen met het affakkelen van gas of met fracking (vervuilende manier om gas uit de grond te halen, red.) Sommige van die activiteiten zijn niet eens noodzakelijk voor de industrie en veroorzaken wel grote schade."
Het kan lastig worden om dat gesprek te voeren wanneer olieprijzen snel stijgen en mensen zich vooral zorgen maken over hun energierekening.
"Dat is inderdaad de paradox. Als de energieprijzen stijgen, zien we juist hoe kwetsbaar een economie is die afhankelijk is van fossiele brandstoffen."
"Maar het laat ook zien dat we dit gesprek eigenlijk al eerder hadden moeten voeren. Dan waren we nu minder kwetsbaar geweest voor prijsschokken."
"Het goede nieuws is dat hernieuwbare energie nu goedkoper, beter beschikbaar en betrouwbaarder is dan fossiele energie. Het heeft dus geen zin meer om vast te blijven houden aan fossiele brandstoffen. Maar we moeten deze overgang wél goed plannen."
Als jurist en professor bestudeert u mensenrechten. Kunt u uitleggen op welke manier fossiele brandstoffen raken aan mensenrechtenkwesties?
"Fossiele brandstoffen zijn de belangrijkste oorzaak van klimaatverandering, en klimaatverandering kan het recht op leven, gezondheid, voedsel en water schenden. Ze veroorzaken ook andere schade, zoals luchtvervuiling, biodiversiteitsverlies en giftige vervuiling. Al die effecten hebben directe gevolgen voor de mensenrechten."
"Landen hebben de verplichting om mensenrechten te beschermen. Als activiteiten schade aanrichten aan die rechten, moeten zij ingrijpen."
Morgera verwijst naar het Internationaal Gerechtshof, dat vorig jaar besloot dat landen maatregelen moeten nemen om het klimaatsysteem te beschermen.
Denkt u dat rechtszaken tegen overheden en bedrijven, zoals die van Greenpeace, een manier zijn om dat af te dwingen?
"Zulke zaken kunnen helpen verduidelijken wat de verplichtingen zijn. Al blijft wetgeving het belangrijkst. Landen moeten regels invoeren om te stoppen met fossiele brandstoffen, desinformatie aan te pakken en bedrijven duidelijke regels op te leggen."
Source: Nu.nl algemeen