Lea en Eli hadden nooit grote meningsverschillen, maar al die kleine ruzietjes bij elkaar bleken toch behoorlijk explosief. En toen ontdekten ze een uitweg. ‘We snapten: als we gewoon verder zouden gaan, zou alles weer van voren af aan beginnen.’
is journalist. Voor Volkskrant Magazine interviewt ze wekelijks mensen over liefde en relaties.
Eli en ik hadden nog maar een paar maanden een relatie toen ik meeging naar de verjaardag van een van Eli’s vrienden. Ik vond het spannend met al die onbekenden om me heen en keek een beetje de kat uit de boom. Als ik te aanhankelijk zou doen tegen Eli, zou iedereen me misschien zien als de kleffe nieuwe partner, en dat wilde ik niet. Mijn teruggetrokkenheid was niet een houding die ik van tevoren had bedacht, alles ging vanzelf: een stap achteruit doen, observeren, vragen stellen en geen arm om Eli slaan. Alles werd gestuurd door een soort primitief overlevingsmechanisme waarmee ik niemand kwaad deed, leek het.
Maar Eli dacht daar anders over en pakte me halverwege het feest fel bij mijn arm. ‘Wat is er met jou aan de hand? Waarom doe je zo afstandelijk?’ Ik voelde me aangevallen. Wat deed ik verkeerd? Ik was hier toch, ik stond toch te praten met iedereen, wat kon ik nog meer doen? We begonnen te kibbelen. Ik voelde de blikken van de anderen op me gericht en keerde nog meer in mezelf.
Op de terugweg escaleerde het en gingen we allebei naar ons eigen huis. Na een paar dagen kalmeerden we weer en begonnen te appen. Daarna spraken we weer af. Allebei konden we niet wachten tot alles weer goed en normaal was, en tja, waar ging het eigenlijk over? Waarom allebei zo lichtgeraakt? Maar de conflicten bleven zich voordoen.
Het waren nooit grote inhoudelijke meningsverschillen, eigenlijk speelde alles zich altijd af op microniveau, waardoor het nog lastiger was de vinger erop te leggen. Maar bij elkaar opgeteld was het behoorlijk ondermijnend voor onze prille relatie. Telkens weer hetzelfde liedje: ik die me afwachtend opstelde in een sociale situatie en Eli die daar fel bovenop sprong in de hoop op een reactie, en dan ik weer die me onbegrepen voelde. Vaak was een bepaalde lichaamshouding al genoeg om de boel te laten ontsporen. ‘We kunnen nooit samen bij mijn vrienden zijn’, mopperde Eli eens.
Toen kwam onze eerste vakantie. Heerlijk, alleen wij tweeën. Ik verheugde me op een geweldige tijd, we gingen kamperen in Zuid-Europa en ook Eli had voorpret, maar al snel deden zich opnieuw diezelfde incidenten voor. Onbenoembaar, ongrijpbaar, voor een buitenstaander nauwelijks waarneembaar, maar voor ons bijtend en fel. Bijna dagelijks.
Het begon altijd onschuldig. Dan hadden we het in de auto bijvoorbeeld over eerdere relaties en ineens was het of ik ter verantwoording werd geroepen en reageerde ik botter dan ik wilde. En dan volgde weer die inmiddels bekende serie reacties: verontwaardiging bij de een, verontwaardiging bij de ander, onbegrip bij beiden en dan de kilte. Ik werd steeds meer op mijn hoede, want zo’n minicrisis kon zich op elk willekeurig moment voordoen. En ik begon me af te vragen: moeten we niet gewoon terug naar huis? Als we niet eens samen op vakantie kunnen, is deze persoon dan wel de juiste voor mij?
We waren 25 en 24 jaar, veel te jong om genoegen te nemen met een relatie die niet lekker loopt, misschien hadden we ons vergist, en wat dan nog, de wereld zit vol leuke mensen. Natuurlijk praatten we er wel over, maar daarmee kwamen we niet veel verder. Telkens gebeurde iets ogenschijnlijk onbelangrijks en ging een van ons gepikeerd off, waarin we dan weer een bewijs zagen dat er iets helemaal mis zat in onze relatie. Vreselijk vermoeiend. Het enige wat ik wilde, was worden geaccepteerd. Eli kon me dat kennelijk niet geven. We wilden ons continu met elkaar verbonden voelen, want verbinding was synoniem voor veiligheid. Maar het bleef haperen en een maand na de vakantie maakte Eli het uit.
Ik begreep dat, maar schrok toch. Ook ik was gefrustreerd, maar we waren zó verliefd, ik hield zoveel van Eli, ik wilde zo graag samenzijn, het kon toch niet dat het hier stopte? Zes weken hadden we geen contact. Toen hield ik het niet langer en op een avond belde ik bij Eli aan. Doodnerveus was ik, want Eli had me afgewezen en nu stond ik hier, alsof er niets meer van mijn ego over was. De deur ging open, Eli was verbaasd me te zien maar ook blij, en we zijn gaan wandelen en praten, we huilden, ook Eli had me gemist maar daarmee waren de problemen nog niet weg.
We snapten: als we gewoon verder zouden gaan, zou alles weer van voren af aan beginnen en zou een volgende breuk waarschijnlijk wel definitief zijn. Toen namen we een besluit dat, gezien onze leeftijd, misschien niet erg voor de hand ligt: we wilden in relatietherapie. Niet allebei apart, maar samen, we wilden weten hoe we elkaar beter konden leren begrijpen.
Het kostte 140 euro per sessie, wat voor ons idioot duur was, elke veertien dagen opnieuw. Temeer omdat we geen enkele garantie hadden. Een van de vragen die we wilden beantwoorden was: wat gebeurt er met mij als de ander mij aanvalt? Ik leerde – heel voorspelbaar misschien, maar zelf had ik dat verband nog niet gelegd – overeenkomsten zien tussen mijn gedrag nu en in mijn jeugd. Toen mijn ouders kinderen kregen, waren ze nog erg jong, en emotioneel te veel met zichzelf bezig om ruimte te kunnen geven aan de emoties van mij en mijn zussen. Dat wat er toen op die verjaardag gebeurde, geen ruimte in durven nemen, had zijn oorzaak niet in onze relatie, maar in het verleden. De pijn die toen is ontstaan, werd nu telkens opnieuw aangeraakt.
Allemaal therapeutentaal, maar wel taal die ons enorm heeft geholpen. Begrip van onszelf maakt het nu veel makkelijker eventuele conflicten te duiden en zelfs voor te zijn. Het is alweer een paar maanden geleden dat we voor het laatst ruzie hadden. Die spiraal van gelijk willen hebben en bang zijn niet te worden erkend, is verbroken. Dus ja, relatietherapie helpt, ook en misschien juist als je zo jong en kort samen bent als wij.
Ik ben gaan inzien dat er in je relatie best iets kan gebeuren wat de balans even verstoort en dat je dan nog steeds elkaars juiste partner kunt zijn. De therapie was natuurlijk ook gewoon een goede investering. Want als we het nu niet hadden gefikst en de relatie hadden verbroken, hadden zich dezelfde problemen waarschijnlijk met een volgende partner precies zo voorgedaan. Eli en ik gaan binnenkort samenwonen.’
De liefde van nu is een rubriek in Volkskrant Magazine over seks en relaties. Wil je meer van deze verhalen horen? Luister dan ook naar onze podcast De liefde van nu.
Deze zomer schrijft Corine Koole weer over vakantieliefdes. Verhalen zijn welkom. We spreken ook de ander (en helpen hem of haar op te sporen). We zoeken vooral ervaringen uit een recenter verleden, romantische avonturen van jonge mensen, of herinneringen aan ‘the one that got away’. Ook nodigen we mensen die niet meer samen zijn uit om te reageren.
Meedoen? Mail een korte toelichting naar: deliefdevannu@volkskrant.nl.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant