Home

Meer havisten en vwo'ers stoppen met middelbare school om naar mbo te gaan

Steeds meer havo- en vwo-leerlingen stoppen met het voortgezet onderwijs om een mbo-opleiding te gaan doen. Dat gebeurt nu grofweg twee keer zo vaak als tien jaar geleden. Voor sommige leerlingen is het perfect, maar er zijn ook zorgen.

Na een oproep op NU.nl deelden 54 overstappers hun ervaring per e-mail. Bijna iedereen had een eigen reden om te switchen.

In het schooljaar 2015/2016 was het nog een zeldzaamheid. In dat jaar kwam 3,3 procent van alle startende mbo'ers zonder diploma van de havo of het vwo. In het schooljaar 2024/2025 was dat aandeel gestegen naar 6,4 procent, blijkt uit cijfers van de onderwijsinspectie.

Dat zijn ruim tienduizend jongeren per jaar. Vooral in havo 4 is de mbo-uitgang populair: ongeveer een op de tien leerlingen besluit in dat jaar te switchen.

Je kunt overstappers in een paar groepen indelen, zagen onderzoekers van het Kohnstamm Instituut in de regio Rijnmond.

Zo zijn er leerlingen met (lichte of zwaardere) gedragsproblemen, mentale problemen en/of een ingewikkelde thuissituatie. Ze redden het daardoor niet op de havo of het vwo, krijgen niet genoeg begeleiding of zijn er vanwege wangedrag niet meer welkom. 'Dan maar' naar het mbo, is dan de gedachte.

Daarnaast zijn er ambitieuze scholieren die dromen van een concrete baan als bijvoorbeeld botenbouwer, elektromonteur of winkelondernemer en zo snel mogelijk aan het werk willen. Die groep overlapt deels met de scholieren die liever op het mbo met hun handen werken dan op de havo of het vwo met hun neus in de boeken zitten.

Die jongeren kiezen bewust voor het beroepsonderwijs. Voor hen is het doorgaans een goede stap, schrijven de onderzoekers. "Maar mbo moet geen noodoplossing zijn omdat het voortgezet onderwijs niet meer werkt."

Voor Yentl Janssen was dat laatste zeker niet het geval. Ze zat in 3 havo en kon zelfs naar het vwo. "Maar dan moest ik nóg meer vakken gaan volgen die ik niet interessant vond", vertelt de 22-jarige Janssen aan NU.nl.

Ze wist namelijk allang dat ze de chemie in wilde. "Scheikunde vond ik enorm interessant, maar dat kreeg ik maar een paar uur per week." Daarom switchte ze naar de mbo-opleiding tot chemisch-fysisch analist.

Haar ouders stonden achter die keuze, maar haar school niet. "Daar vonden ze me 'te slim' voor het mbo." Die onterechte aanname dat het beroepsonderwijs alleen iets is voor leerlingen die niet goed kunnen leren, ziet ze nog altijd terug in haar omgeving. "Als je mensen vertelt dat je van de havo naar het mbo bent gegaan, denken ze vaak dat ik een slechte cijferlijst had."

Die groep bestaat natuurlijk wel: havisten die overstappen naar het vmbo omdat de havo simpelweg te moeilijk is. Een specifieke groep overstappers had beter nooit aan de havo kunnen beginnen, ziet Maurits Brus, voorzitter van studentenorganisatie JOBmbo.

"Dat laat zien dat in onze maatschappij nog steeds wordt gedacht: hoger is beter", zegt hij. "Dat ouders hun kind in groep 8 pushen om toch naar de havo te gaan. Ook als dat niet het beste voor het kind is."

"Want natuurlijk moet je alles uit jezelf halen. Maar wel op een plek waar je kunt groeien. En dat is niet voor iedereen de havo. Deze leerlingen deden er alles aan, maar als het niet lukt, voelt dat als falen."

Bovendien is de switch van middelbare school naar het mbo geen garantie voor succes. De onderwijsinspectie is zelfs bezorgd over de hoge uitval van voormalige havo 4-leerlingen in het mbo. Het is de eerdergenoemde jaarlaag van waaruit maar liefst een op de tien middelbare scholieren overstapt. Juist die groep redt het relatief vaak niet op het mbo.

"Vijf jaar na de overstap is 18 procent ongediplomeerd uitgevallen", meldt de inspectie. Ter vergelijking: van de mbo'ers met een vmbo-t-diploma is vijf jaar later 10 procent uitgevallen. Onder mbo'ers met een havodiploma is gaat het zelfs maar om 9 procent.

Een diplomaloze overstap vergt "passende begeleiding" van beide scholen, vindt de inspectie. Brus ziet ook dat het daar nog aan schort. Zo moeten vrijstellingen wat hem betreft beter geregeld worden, want nu krijgen overstappers regelmatig vakken als Engels en rekenen onder hun niveau.

"En er moet veel meer contact zijn tussen de scholen, zodat het mbo weet met welke bagage een leerling arriveert", vindt Brus. "Het zijn nu nog twee heel verschillende werelden."

De MBO Raad ziet ook dat dingen beter kunnen, maar is per saldo blij met de instroom van havisten en vwo'ers. Wel benadrukt een woordvoerder van de organisatie dat het nog altijd om relatief kleine aantallen gaat. "Het mbo kwam eerst bij havisten en vwo'ers amper in beeld, maar er is veel geïnvesteerd in zichtbaarheid."

"En bekend maakt bemind. Want een hogere opleiding is lang niet voor iedereen altijd beter", vervolgt de woordvoerder. "In die zin is er toch iets aan het keren in de maatschappij."

Source: Nu.nl algemeen

Previous

Next