Home

Jetten is terecht nog terughoudend met steun energie

Energiemaatregelen

Dit is het dagelijkse commentaar van NRC. Het bevatmeningen, interpretaties en keuzes. Ze worden geschreven door een groepredacteuren, geselecteerd door de hoofdredacteur. In de commentaren laat NRC zien waar het voor staat. Commentaren bieden de lezer eenhandvat, een invalshoek, het is ‘eerste hulp’ bij het nieuws van de dag.

Is het te weinig, is het te laat? Het kabinet-Jetten kreeg deze week een stortvloed van kritiek over zich heen na de publicatie van een energieplan om de meest nijpende gevolgen van de oplopende brandstofprijzen te verzachten. Ongeveer een miljard euro wordt uitgegeven aan een reeks van beperkte maatregelen. 

De onrust bij burgers en bedrijven rond de stijgende energieprijzen en andere gevolgen van de oorlog, die de Verenigde Staten en Israël nu al bijna twee maanden voeren met Iran, is begrijpelijk. De meeste economische scenario’s laten zien dat de schade toeneemt en verder aanhoudt naarmate het conflict langer duurt. 

De stemming onder Nederlandse consumenten laat de bezorgdheid daarover overduidelijk zien: het consumentenvertrouwen maakte deze maand de op één na grootste daling door sinds het CBS in 1986 de metingen maandelijks publiceert. Alleen de vertrouwensval tijdens de Covid-pandemie was groter.

Wat ook niet helpt is de mentale achtbaan waarin het publiek zich opgesloten voelt. De voortdurende omineuze dreigingen – met het ‘vernietigen van de Iraanse beschaving’ als droef dieptepunt – en daaropvolgende geruststellingen uit het Witte Huis, die soms per uur wisselen, veroorzaken een permanent gevoel van onrust en onzekerheid. 

Die onzekerheid geldt ook voor de energiemarkt. De Straat van Hormuz is de poort voor een significant deel van het mondiale aanbod van olie, gas, kunstmest, helium en tal van andere grondstoffen. In een wereldeconomie die nog steeds sterk afhankelijk is van fossiele brandstoffen dreunt dat zwaar door.

De pijn daarvan is niet gelijk verdeeld. Landen die in of dicht bij het conflictgebied liggen worden zwaarder getroffen dan landen verder weg. Landen die fossiele brandstoffen exporteren hebben het minder moeilijk dan (netto-) importeurs. En relatief rijke landen kunnen de extra kosten beter aan dan landen die lager op de mondiale welvaartsladder staan. De zwaarst getroffen staten bevinden zich vooral in Azië, waar ook het overgrote deel van de energie-export uit de Golfstaten onder normale omstandigheden zijn weg naartoe vindt.

Europa, en dus ook Nederland, bevinden zich in relatief rustig vaarwater. Zij zijn weliswaar netto-importeur van energie, maar liggen ver weg en zijn in staat om veel te betalen. Dat betekent niet dat er geen probleem is. Maar tijdens de vorige energiecrisis na de inval van Rusland in Oekraïne was het conflict dichtbij en de afhankelijkheid van Russisch gas enorm. Bovendien: de huidige prijsstijging van ruwe olie van tussen de 60 en 70 dollar naar rond de 100 dollar is fors. Maar dat verbleekt nog altijd bij de explosie van de gasprijzen, die destijds de hoofdrol speelden: die vertienvoudigden van 25 euro per megawattuur in 2021 in de aanloop naar dat conflict, tot gemiddeld 250 euro in de maand augustus van 2022.

Het verklaart mede dat de scenario’s die het Centraal Planbureau nu voor de Nederlandse economie schetst relatief mild zijn, zeker vergeleken bij de onrust en onzekerheid die de Iran-oorlog nu zaait. Zelfs in de allerzwartste variant, waarbij olieprijzen verder oplopen en lang hoog blijven, rekent het CPB met een waarschijnlijk milde recessie en een bescheiden verlies aan koopkracht. 

Net als op wereldschaal wordt de pijn ook nationaal niet gelijk verdeeld. De overheidssteun tijdens de vorige energiecrisis was hoofdzakelijk generiek, net als in de rest van Europa. De huidige kabinetsplannen richten zich op de zwakste groepen onder burgers en bedrijven. Is dat genoeg? Er is ruimte om flink om op te schalen, mocht dat nodig worden. Generiek beleid, zoals het verlagen van de accijnzen en andere belastingen op energie is zó gedaan, maar het vervolgens terugschroeven als het niet meer nodig is, blijkt politiek vrijwel onmogelijk – zoals bij de vorige accijnsverlaging.

Al met al klinken de huidige plannen verstandig, al zal snel moeten worden geschakeld in aard en omvang van de steun als dat nodig wordt. Maar belangrijker nog is dat er meer geld en moeite wordt gestoken in het verder versterken van de onafhankelijkheid van fossiele brandstoffen, de opwekking van groene energie en het versterken van het elektriciteitsnet. 

Dat is niet alleen goed voor het klimaat. De wereld dreigt in hoog tempo er één te worden van meer conflicten en transactioneel buitenlands beleid. Een Europees antwoord, zoals woensdag door de Europese Commissie werd geformuleerd, is dan noodzakelijk. Van het gezamenlijk inkopen van energie tot de verdeling van raffinagecapaciteit, tot aan het eventueel afromen van tijdelijke overwinsten in de energiesector, zoals tijdens de vorige energiecrisis gebeurde. Zodat fossiele brandstoffen Europa niet meer als een Zwaard van Damocles boven het hoofd hangen.

Commentaar

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next