is schrijver en columnist voor de Volkskrant.
Over de wielrenner Paul Seixas is het volgende bekend:
1. Hij is geboren op 24 september 2006 en 19 jaar oud;
2. Zijn vader heet Emmanuel en zijn moeder Emmanuelle;
3. Seixas sr. was een van Frankrijks beste karateka’s;
4. Zijn moeder mocht ook graag een baksteen doormidden slaan;
5. Zijn broer Nino fietst heel behoorlijk;
6. Op de lagere school maakte Paul een dromerige, afwezige indruk;
7. De liefde voor het wielrennen komt van zijn opa;
8. Toen hij op 8-jarige leeftijd lid werd van de wielerclub in Lyon, reed hij iedereen – volwassen amateurs incluis – op klimmetjes meteen het snot voor ogen;
9. Hij is precies acht jaar en drie dagen jonger dan Tadej Pogacar.
Met deze gegevens moeten we het voorlopig doen, naast zijn sportieve successen tot dusver natuurlijk (1ste in de Tour de l’Avenir 2025, 1ste in de Waalse Pijl 2026). Seixas is een zogenoemd Wunderkind en kenmerk van Wunderkinder is dat ze als een donderslag bij heldere hemel op het toneel verschijnen. Commentator Joris van den Berg zei het al: wat goed is komt snel. Ik zou daarvan willen maken: wat goed is, is er opeens, alsof het er altijd al is geweest.
Over onze columns
Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
Het Wunderkind stelt zichzelf geen vragen. (Zie punt 6 hierboven). Hij droomt wat voor zich uit en schept zijn eigen wereld. Dat hij daarin een hoofdrol vertolkt, verbaast het Wunderkind niet. Hij is heerser in zijn eigen universum en dat blijft zo, ook als de verbeelding allang realiteit is geworden.
Ik heb menig Wunderkind zien komen en ik weet dat die voor paniek kunnen zorgen. De journalist moet als een bezetene op zoek naar veelzeggende informatie die de bijzondere status van het Wunderkind onderstreept. Diens profiel moet worden opgebouwd, liefst met smeuïge details met een hoog ‘hoe-is-het-mogelijk’-gehalte.
Plotseling opdoemende supertalenten zijn een zegen voor de sportjournalistiek, maar die moet er wel wat voor terugdoen.
Is het Wunderkind voorzien van een passende omlijsting, dan kan die worden uitgemolken zolang er geen overtreffende gegevens beschikbaar komen. Punt 3 en 4 uit de Seixas-biografie lenen zich hier goed voor. Punt 2 zou alleen bruikbaar zijn als Paul ook Emmanuel heette en een zus Emmanuelle zou hebben. Punt 5 en 7 zijn aardig, maar zullen na verloop van tijd naar de achtergrond verdwijnen. Er zijn te veel renners met opa’s en broers.
Punt 8 is het feit waaruit mythes worden gebakken. Je ziet een iel 8-jarig jongetje voor je, dat gedrogeerde krachtklimmers van 35 uit het wiel rijdt. Het verhaal kan nog iets worden aangescherpt (Paul was 7, het was een col van de 1ste categorie), maar dan is het gereed om te gaan bijdragen aan de legende Seixas.
Zondag rijdt Seixas Luik-Bastenaken-Luik. Zijn tegenstander heet Tadej Pogacar, voormalig Wunderkind (punt 9). Pogacar heeft zijn status allang bevestigd en is van plan die te verdedigen en nog even te exploiteren.
Het is de mooiste clash die de sport kent: de onbetwiste kampioen die wordt uitgedaagd door de brutale nieuwe kid on the block. Ze hebben elkaar één keer eerder ontmoet, dit voorjaar in de Strade Bianche. Toen had Pogacar de overhand, maar op dat moment was Seixas nog aan het ontbolsteren.
De botsing van zondag zal uitlopen op een drama, wie er ook wint: de onverslaanbare kampioen die wordt verslagen of het Wunderkind dat met de neus op de feiten wordt gedrukt en voor het eerst moet dealen met verlies.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant