EU-top Cyprus De huidige wereldpolitiek draait om rauwe macht en harde keuzes, precies die zaken die de EU van oudsher lastig vindt. Op de top in Cyprus wordt het ook duidelijk dat dit zorgt voor spanningen tussen EU-landen.
EU-baas Ursula von der Leyen ontving in Cyprus de Syrische president Ahmed Al-Sharaa. Die vindt dat de EU zich harder moet opstellen ten aanzien van Israël.
Veel internationale crises en Europese toppen heeft Rob Jetten er als premier nog niet op zitten, maar het zijn er genoeg om conclusies te trekken. „Europa staat veel te veel aan de zijlijn”, verzucht Jetten vrijdagochtend tegen de pers in Nicosia, de locatie van Jettens tweede EU-top.
Van de mediterrane zon die boven de Cypriotische hoofdstad schijnt, krijgen de Europese premiers en presidenten in het conferentiecentrum van Nicosia weinig mee. Van de onrustige buitenwereld des te meer. Twee dagen lang gaat het over weinig anders. „We zien dat de Amerikanen, de Israëliërs en een hele hoop landen in het Midden-Oosten met elkaar overhoop liggen”, constateert Jetten. „En Europa maakt veel te weinig een vuist.”
Op het eerste oog eiste Europa deze week zowaar een plekje op het wereldtoneel op. Cyprus, dat tot de zomer het roulerende EU-voorzitterschap in handen heeft, had de gastenlijst voor de gelegenheid uitgebreid met naburige leiders uit het Midden-Oosten, onder wie de Libanese president Joseph Aoun en de Syrische president Ahmed al-Sharaa. Donderdagavond was de Oekraïense president Volodymyr Zelensky al overgevlogen om zijn dank te betuigen voor de EU-lening van 90 miljard euro, die deze week na een langdurige Hongaarse blokkade loskwam.
En het moment is ernaar. Net als de grootschalige Russische invasie van Oekraïne in 2022 confronteert de Iran-oorlog Europa met grote gevolgen, in de vorm van hogere energieprijzen en de politieke angst voor hoge aantallen migranten. Diplomaten uit de EU zagen bovendien hoe Zelensky de afgelopen weken successen boekte op een bliksemtournee in Saoedi-Arabië, Qatar en Syrië.
„Zelensky grijpt nu zijn kans om de banden met het Midden-Oosten aan te halen”, zegt een van hen op vrijdag. „Waarom wij dan niet?”
Ja, waarom eigenlijk niet?
Nog dezelfde dag blijkt hoe moeilijk Europa het vindt om keuzes te maken. Terwijl de Europese en Midden-Oosterse kopstukken samen aan tafel zitten, lekt via Reuters uit dat de Amerikanen Spanje uit de NAVO zouden willen kegelen, vanwege het rebelse optreden van premier Pedro Sánchez. Hij verbood Amerikaanse gevechtsvliegtuigen om Spaanse bases te gebruiken.
Openlijk krijgt Sánchez bijval, onder meer vanuit Berlijn en van de Italiaanse premier Giorgia Meloni. Ook Jetten zegt het: Spanje hoort erbij. Maar achter de schermen klinkt vooral frustratie over de Spaanse regering, die het de andere NAVO-landen in Europa maar moeilijk zou maken.
Principieel zijn, of pragmatisch? Dezelfde vraag speelt op als het Midden-Oosten aanschuift. De Europeanen zien het al langer als bron van frustratie dat hun gesprekspartners niet meedoen aan de sancties die het Kremlin in het nauw moeten brengen. In het Midden-Oosten klinkt dan weer ergernis dat de EU Israël zijn gang laat gaan in de Palestijnse gebieden en de rest van de regio.
Het is een van de boodschappen waarmee de Syrische president Al-Sharaa naar Cyprus is gekomen. Syrië wil, net als zijn buurlanden, dat Europa „zijn verantwoordelijkheid neemt tegen de Israëlische agressie in onze gebieden”, zegt hij vrijdagmiddag op een persconferentie.
Ja, zegt Al-Sharaa, hij is dankbaar voor de uitnodiging. Maar de president wil zichzelf naast de EU niet als de onderliggende partij presenteren. „We weten dat Europa Syrië net zo hard nodig heeft als Syrië Europa.” Naast hem op het podium vertrekt Europese Commissievoorzitter Ursula von der Leyen geen spier.
Geopolitiek heeft Europa altijd lastig gelegen. De unie is historisch gevormd om te voorkomen dat onderlinge ruzies overgaan in wapengekletter, en later om de onderlinge handel te bevorderen: het werk van verdragen, van diplomatie. Een machtspositie ontwikkelen naar buiten toe, en daarvoor nationale soevereiniteit afdragen, voelt voor velen onwennig.
Deze aarzeling gaat diep. Het is veelzeggend dat de VS veel beleid in de praktijk overlaten aan de 50 staten, met twee uitzonderingen: defensie en buitenlandbeleid. In Europa geldt het omgekeerde. Vrijwel alle nationale beleidsterreinen zijn diep verweven met Europese regels, maar juist defensie en het buitenlandbeleid gelden als puur nationale aangelegenheden.
Geopolitiek stoelt nu eenmaal op rauwe macht en op harde keuzes. De realiteit, zo wil het vaak herhaalde cliché in Brussel, is dat de EU op dit moment a payer but not a player is. De EU is de grootste financiële steunpilaar voor Oekraïne en de grootste donor voor de Palestijnse gebieden. Toch vertaalt die geldstroom zich maar magertjes in invloed.
De afgelopen jaren is dat enigszins veranderd. Er wordt gezamenlijk geld geleend voor defensie-investeringen, er wordt over defensie gesproken. Maar Von der Leyen krijgt de handen niet op elkaar voor haar voorstel om af te rekenen met de unanimiteitseis die geldt voor de meeste belangrijke beslissingen op buitenlandbeleid. Die unanimiteitseis maakte notoire veto-klanten, zoals de Hongaarse premier Viktor Orbán, machtig. Maar niemand ziet zijn eigen veto graag verdwijnen.
Ook buitenlandchef Kaja Kallas loopt tegen zo’n muur op. Kallas begint graag over de zelfverdedigingsclausule van de EU, het zogenaamde artikel 42.7, waarin de landen afspreken elkaar te hulp te schieten bij een aanval. De clausule bestaat al en Cyprus, dat onlangs nog door een Iraanse drone werd geraakt, wil het principe graag uitwerken. Maar verder ziet vrijwel niemand zulke concrete verplichtingen zitten.
Zo blijven de meeste discussies om zichzelf heen draaien. Het enige dat daartegen lijkt te kunnen helpen, zo hopen de diplomaten die er wél werk willen maken, is de factor-Trump. Wat de meeste landen uit zichzelf niet willen doen, kan de chaos vanuit het Witte Huis misschien mogelijk maken: meer samenwerking en nieuwe bondgenootschappen.
Ook Jetten zinspeelde daarop. „Dat was een hele heldere boodschap vanuit de Golflanden: onze bondgenoten zijn minder voorspelbaar dan we dachten,” zei de premier na afloop van de gesprekken. „Dus we zijn ook als Europa en het Midden-Oosten meer op elkaar aangewezen.”