Kerncentrale De kerncentrale in Tsjernobyl was veertig jaar geleden het toneel van een grote kernramp. Door de oorlog dreigt er opnieuw gevaar. Dat jaagt sommige bewoners niet weg. „Een oude boom moet je niet verplanten.”
Op de zestiende verdieping van het hoogste gebouw van het stadje Pripjat is het doodstil.
Geen stemmen, geen voetstappen, geen automotoren.
Links ligt Wit-Rusland, met uitgestrekte, dichte bossen zo ver je kunt zien.
Rechts, achter de verlaten flatgebouwen en nog meer woud, staat de kolossale stalen sarcofaag rond de ontplofte kernreactor Tsjernobyl.
De nachtmerrie waar Oekraïne op 26 april 1986 in ontwaakte.
Het is deze week (26 april) veertig jaar geleden dat de meltdown van Blok 4 bij de kerncentrale van Tsjernobyl (voor de leesbaarheid is gekozen voor Tsjernobyl waar de kernramp om bekendstaat. Oekraïners spreken van Tsjornobyl) plaatsvond. In de straten van Pripjat was de explosie te horen – het sovjet-idyllische stadje was speciaal gebouwd voor medewerkers van de kerncentrale. Hier, vanaf de zestiende verdieping, was de brand te zien. Maar het zou nog dagen duren voordat er werd ontruimd.
De kernramp van Tsjernobyl, veroorzaakt door een verkeerd uitgevoerde veiligheidstest, is wortel van vele angstvisioenen. De risico’s van kernenergie in de eerste plaats. De ramp grifte in het collectieve geheugen van de Oekraïners hoe weinig Moskou om de bevolking gaf – wat leidde tot diep wantrouwen tegen de staat. Nu is het gebied verwikkeld in een vernietigende oorlog: in 2022 reden Russische kolonnes langs dit flatgebouw het land binnen, over de Straat van de Helden van Stalingrad.
„Oekraïne begroette ons met kapotte grensposten”, stelde een Russische soldaat, Anton Gorochov, in een boek met ooggetuigenverklaringen over de invasie. Hij beschrijft hoe hij in de verte de kernreactor ziet staan, die ook hij waarschijnlijk zag vanaf een hogere verdieping van een van de flatgebouwen. Zijn eenheid was een dag te laat voor de invasie omdat ze in het bos waren verdwaald.
De Russische invasie leidde de soldaten door het zwaarst vervuilde deel, het Rode Bos, waar de soldaten loopgraven groeven in aarde met radioactief materiaal. Nu heeft Oekraïne zelf versterkingen opgeworpen – zonder te graven – en gebruikt het Pripjat en omgeving onder meer als trainingsterrein. De zone is zwaar beveiligd en staat onder constant toezicht van het leger en de geheime dienst – objecten en gebouwen die te maken hebben met de veiligheid mogen niet getoond worden. NRC wordt te allen tijde begeleid door een gids.
Een Oekraïense militair, die eerder gids was in de Zone, in de verlaten stad Pripjat.
Oekraïense militairen trainen in de Vervreemdingszone rond Tsjernobyl.
De dreiging blijft: in de Tsjernobyl Vervreemdingszone, de dertig kilometer rond de reactor waar de impact van de kernramp het grootst was, worden voortdurend vijandelijke drones gespot en uit de lucht gehaald. De brokstukken kunnen brand veroorzaken en opnieuw radioactieve vervuiling verspreiden. Een brandweerbrigade houdt het bos vanaf een uitkijkpost in de gaten.
Vorig jaar, op Valentijnsdag, explodeerde een Russische kamikazedrone op de beschermende koepel rond het rampgebied. Het inslagpunt is nog te zien, aan de nieuwe staalplaat die daar is aangebracht. Of de strijdkrachten opzettelijk de koepel raakten, of het voorzien hadden op het ernaast gelegen elektriciteitsstation zullen we vermoedelijk nooit weten. Maar de koepel werd geraakt. Een rubberen tussenlaag vatte vlam en bleef drie weken branden. De koepel is hierdoor nu ‘lek’, al lukt het vooralsnog om met extra luchtzuiverings-maatregelen te voorkomen dat radioactieve aerosolen ontsnappen. Maar de koepel is nu minder stabiel – een nieuwe explosie op het dak of zelfs in de buurt zou instorting kunnen veroorzaken.
Bosbrandweerman Serhi Savtsjoek beklimt de uitkijktoren in het Tsjernobyl-stralings- en ecologisch biosfeerreservaat.
Vanuit de uitkijktoren wordt in de gaten gehouden of er brand uitbreekt in de bossen rond Tsjernobyl.
De sarcofaag rond de ontplofte kernreactor Tsjernobyl.
„Een oude boom moet je niet verplanten”, zegt Maria Verbytsj (67). Ze is ervan overtuigd dat sommigen die gedwongen werden Tsjernobyl te verlaten, te vroeg zijn overleden omdat ze hun vertrouwde leefomgeving misten. Internationaal wordt het stadje geassocieerd met de ramp, minder bekend is dat er al sinds de twaalfde eeuw een plek met deze naam bestaat in dit gebied.
Onderzoek van de WHO bevestigt dat de post-Tsjernobyl-populatie psychische klachten heeft sinds de ramp. De getroffenen kampen bovengemiddeld vaak met „extreem pessimisme en fatalisme”, en daarnaast angst over wat de straling voor hun gezondheid betekent. Ook lijden ze aan „droefheid over de gedwongen evacuatie”.
Hoewel de autoriteiten het ontmoedigen om in de Vervreemdingszone te wonen, leven er in de Tsjernobyl-zone vijftig burgers. Met name ouderen, die zijn teruggekomen omdat ze zich te diep verbonden voelden met het gebied om elders te kunnen aarden. Een groepje inwoners zit in de keuken van een van hen. Ze gaan orthodox Pasen vieren. De tafel staat vol met gekleurde eieren, vlees en cakes.
De vrouwen vertellen hoe hen in eerste instantie niets werd verteld over de explosie in de reactor. Verbytsj herinnert zich hoe de stad vergeven was van de politie en hoe haar vader huilde. „We wisten alleen van de brand. En elke dag vroegen we om nieuws, dan zeiden ze – het is een beetje erger of beetje beter”, zegt Verbytsj. „Beter!”, schampert ze.
Maria Verbytsj (67), Valentyna Koecharenko (87), haar dochter Ljoedmyla Chomenko (68) en Tamara Nedasjkivska (69) vieren het orthodox paasfeest.
De autoriteiten vroegen de lokale bevolking zand te scheppen dat werd gebruikt om de brand te doven. Maria Verbytsj was 27 en had twee kinderen. Een van de andere vrouwen herinnert zich een buurvrouw die zwanger was en na vier dagen zand scheppen in het stralingsgebied een miskraam kreeg. Uiteindelijk moesten Verbytsj en haar gezin toch vertrekken – maar zij kwam in 1989 weer terug. Het huis stond er nog en elders wonen wilde ze niet.
Verbytsj vertrok opnieuw op de dag de Russen binnenvielen en ze ontploffingen hoorde. Na de bevrijding van het gebied kwam ze weer terug. De oorlog was fataal voor een icoon uit Tsjernobyls geschiedenis: de 73-jarige Natalia Chodymtsjoek was de echtgenote van het eerste slachtoffer van de kernramp in 1986. Haar man was hoofdbediener van de centrale watercirculatiepomp in de ontplofte kernreactor. Zijn lichaam is nooit gevonden.
Chodymtsjoek kwam in november om het leven door een Russische drone-aanval op haar appartement. Ze woonde in Trojesjtsjyna, een wijk in het noorden van Kyiv waar veel inwoners uit Pripjat werden ondergebracht. De energiecentrale in de wijk en nabijgelegen woningen zijn veelvuldig doelwit.
Maria Verbytsj in haar huis in Tsjernobyl.
De kamer van de vader van Maria Verbytsj die in dezelfde staat wordt gehouden als toen hij daar nog woonde.
Tsjernobyl had de grootste kerncentrale ter wereld moeten worden met twaalf reactoren – het werd de grootste civiele nucleaire ramp die de wereld ooit heeft gezien. Zeker vierduizend gevallen van kanker worden eraan toegeschreven. De radioactieve wolk verspreidde zich over Europa, Centraal-Azië en het Midden-Oosten. Het geheel aan neveneffecten zal nooit helemaal in kaart worden gebracht.
De ontplofte reactor nummer 4 was pas drie jaar in gebruik. Het nabijgelegen ‘Blok 3’ was tot 2000 nog operationeel.
De binnenkant van de sarcofaag die de vernietigde vierde reactor beschermt.
Nog altijd werken er ruim tweeduizend mensen aan het ontmantelen van de centrale, de afvalverwerking, het monitoren van de brandstof, in de stralingsbewaking en alles wat er bij zo’n grote groep arbeiders komt kijken.
Er wordt in ploegendiensten gewerkt: 15 dagen in de zone, 15 dagen thuis. Vanwege de oorlog zijn er permanent medewerkers van de internationale atoomveiligheidsorganisatie IAEA gestationeerd bij alle vijf kerncentrales in Oekraïne.
Een medewerker van de kerncentrale van Tsjernobyl loopt door de gang tussen de controlekamers van reactor 3 en 4 van de centrale.
De controlekamer van het verwoeste vierde blok van de kerncentrale van Tsjernobyl.
Ingenieurs in de controlekamer van Tsjernobyl.
Werknemers van de kerncentrale worden gecontroleerd op radioactieve straling.
De Tsjernobyl-zone is de enige plek in Oekraïne waar de Sovjet-tijd nooit is opgehouden. Op de naam van het gebied zelf na: voorheen stond het bekend onder de Russische transliteratie Tsjernobyl, inmiddels is dat het Oekraïense Tsjornobyl. Straatnamen zijn nooit veranderd, aan de lantaarnpalen hangen nog rode sterren, in verlaten klaslokalen zijn de boeken in het Russisch, met het gezicht van Lenin op de kaft.
Het maakte Pripjat tot een tijdscapsule die toeristen maar wat graag komen zien. Voor de pandemie nam het aantal bezoekers elk jaar toe. 2019 was het topjaar, met 124.000 bezoekers. „Als er geen oorlog was geweest, waren in 2025 zonder meer alle records gebroken”, zegt Zone-gids Nadia. De reden: het uitkomen van het dystopische first-person schietspel S.T.A.L.K.E.R 2.
De Oekraïense makers van de game hebben tot in het grootste detail gebouwen uit de stad Pripjat en de reactorzone nagebouwd. Van de afgebladderde Sovjet-muurschilderingen tot gebouwen. Spelers – begin vorig jaar 6 miljoen – lopen rond in het apocalyptische gebied en moeten gemuteerde monsters, zombies en vijandelijke troepen verslaan.
Ook Russische soldaten hebben het spel gespeeld. „Oh, ik heb hier gevochten”, zou één brigadegenoot van de Russisch soldaat Anton Gorochov hebben gezegd toen hij in 2022 uitkeek over Tsjernobyl. De commandant vroeg hoe dat mogelijk was, ze waren toch pas net de grens over gestoken en een oorlog begonnen die veel Russische militairen niet hadden zien aankomen. „De jongen antwoordde vol zelfvertrouwen: ‘in S.T.A.L.K.E.R.’ en begon te navigeren.”
Verlaten huizen en gebouwen in de zone rond Tsjernobyl.
Edelherten in de buurt van Tsjernobyl.
Maria Zagorna (85) bij haar huis in het dorp Koepovate in de Vervreemdingszone.
Even later verdwaalde de eenheid weer. De game bood toch geen blauwdruk voor een echte invasie. Veel soldaten bleven ronddwalen in het gebied. Een van de vrouwen die tijdens de bezetting achterbleef, herinnert zich hoe soldaten de woningen afstroopten op zoek naar kostbaarheden en bij haar aanklopten en vroegen om aardappelen.
Het Russische offensief mislukte militair gezien en was humanitair een ramp. Toch vreest Oekraïne dat Rusland het opnieuw zal proberen. President Volodymyr Zelensky waarschuwde deze maand dat langs de grens artillerieposities worden ingenomen, en dat infrastructuur wordt aangelegd die mogelijkheden biedt voor een nieuwe invasie van dit gebied.
Bewoners van Tsjernobyl wonen een bijzondere herdenkingsdienst bij voor de zielenrust van overledenen in de Sint-Eliaaskerk, de enige nog actieve kerk binnen de Vervreemdingszone.
Zonsondergang in het bos bij Tsjernobyl. Op de achtergrond onderdelen van een radarsysteem uit het Sovjet-tijdperk.