Oorlog in het Midden-Oosten In Gaza openen de laatste maanden chique cafés en winkelcentra hun deuren. Palestijnen vergapen zich aan de luxe, die alleen voor een kleine elite te betalen is. „Het zegt niets over het lijden van de bevolking.”
Café-restaurant Evan heeft een chocoladefontein.
Vóór 7 oktober 2023 was de strandboulevard van Gaza-Stad het exclusiefste deel van de Gazastrook. Mannen en vrouwen rookten waterpijp in de bars van luxe hotels, vooral het rood gepleisterde Al Deira Hotel was populair. Gezinnen kwamen ’s avonds op het strand naar de zonsondergang kijken, of naar de vissersboten die aanmeerden in de kleine haven. Beschietingen door het Israëlische leger kwamen ook daar dagelijks voor. Toch voelde de plek voor Palestijnen in Gaza sereen en, door de aanwezigheid van buitenlandse diplomaten en journalisten, relatief veilig.
In november 2023 bombardeerde de Israëlische luchtmacht de trotse boulevard. Van de hotels bleef niets over, het beroemde, verfijnde Al Deira Hotel is nu een berg puin. De inwoners van Gaza-Stad werden verdreven naar het zuiden, en de meesten overleven nu in tenten. De overgrote meerderheid van de huizen in Gaza-Stad is verwoest, zoals vrijwel overal in Gaza.
Toch is er sinds een paar weken weer leven op de boulevard. Café-restaurant Evan opende de deuren, in een van de laatste gebouwen die nog overeind staat. Het gebouw is versierd met gekleurde lampjes. Binnen hebben bezoekers een schitterend uitzicht over de Middellandse Zee. De vloeren zijn van marmer. Overdag komen Palestijnen voor de koffie, thee, taart en vooral voor de enorme chocoladefontein. Mannen en vrouwen zitten gemengd aan tafel. ’s Avonds kunnen ze uitgebreid dineren in de diepe fauteuils in het enorme restaurant. „Waar de zee fluistert en momenten blijven hangen, voorbij de horizon”, is de slogan waarmee Evan bezoekers lokt.
Elke avond zit Evan vol met Palestijnen die bereid zijn forse bedragen te betalen voor een kop koffie, een cordon bleu of chocola. Wie wil dineren in Evan, betaalt al snel vijftig tot honderd dollar, een immens bedrag voor de overgrote meerderheid van de bevolking van het geïsoleerde en verwoeste gebied. Bijna 100 procent van de bevolking leeft onder de armoedegrens, volgens de Verenigde Naties, en moet van drie dollar of minder per dag rondkomen.
Voor Heba Diab (34), een onderzoeker in de sociale psychologie, is het een enorme luxe om koffie te drinken in restaurants als Evan. Toch doet ze het, zegt ze, bewust. „Mijn koffie met chocola geeft me een gevoel dat ik jaren niet heb gehad. Het doet me denken aan de tijd dat het nog rustig was in Gaza, en veilig. Ik verlang terug naar dat gevoel.”
Heba Diab woont in vluchtelingenkamp Nuseirat, tien kilometer ten zuiden van Gaza-Stad. Sinds de Israëlische vernietigingsoorlog verdienen Heba en haar man nog maar een fractie van wat ze ervoor verdienden. Hij werkte voor de Palestijnse Autoriteit van president Mahmoud Abbas, die geen gezag meer heeft in Gaza, en krijgt een kleine uitkering. Heba Diab: „Juist de kleine dingen die uit mijn leven verdwenen, mis ik het meest. We zoeken allemaal naar herinneringen aan hoe het vroeger was. Daarom is iedereen bereid zich een beetje te laten oplichten.”
Ze vertelt over haar buurvrouw in Nuseirat, die in een tent woont. „Zij heeft bijna niets meer. Ze eet de hele maand van de gaarkeuken en haalt water bij een uitdeelpunt. Maar elke maand staat ze erop dat ze één keer naar een restaurant als Evan gaat, daar spaart ze de hele maand voor. Ze neemt dan foto’s om alles vast te leggen.”
Café Zero Eight in Gaza stad
Vrijwel niets is verbeterd sinds Israël en Hamas in oktober vorig jaar een ‘staakt-het-vuren’ sloten. Het Israëlische geweld gaat dagelijks door, zij het op kleinere schaal. Israël heeft ruim de helft van Gaza in bezit, en heeft die afgesloten met een ‘gele lijn’, een flexibele bestandslijn die ervoor zorgt dat de ruim twee miljoen Palestijnen nu bovenop elkaar zitten in een klein gebied, zonder voorzieningen, zonder functionerende overheid. Ruim 80 procent van alle gebouwen is verwoest. Honderdduizenden Palestijnen zijn voor voedsel afhankelijk van uitdeelpunten.
Maar de laatste paar maanden is er ook iets aan het veranderen in Gaza. In korte tijd zijn op meerdere plekken luxe restaurants en cafés geopend. Soms in tenten, soms in verlaten gebouwen die de ontelbare Israëlische bombardementen hebben doorstaan. Er zijn ook twaalf grote winkelcentra geopend. Die winkelcentra zijn een soort mega-supermarkten, volgestouwd met levensmiddelen.
Iedere opening is een groot spektakel, met feest, luide muziek en vele nieuwsgierigen. Er zijn sinds oktober 2023 ruim 70.000 Palestijnen gedood door Israëlisch geweld. Vrijwel iedereen heeft een trauma, heeft naasten verloren. Voor Palestijnen in Gaza is een uitje naar een café of winkelcentrum een zeldzame kans om even te ontsnappen aan het verdriet. Velen gaan alleen maar naar deze plekken toe om te kijken. De opening van een nieuw café betekent reuring, iets positiefs. Juist daar snakken veel Gazanen naar.
Wie geld heeft, gaat uit eten in een van de restaurants die sinds enkele maanden open zijn. Ze zitten vaak helemaal vol. Die restaurants zijn voor de Gazaanse econoom Ahmed Abu Qamar de perfecte illustratie van wat hij „de illusie van wederopbouw” noemt. Hij ziet dat Israëlische socialemediakanalen graag beelden verspreiden van de volle winkels en de goedlopende cafés. Die moeten het idee bevestigen dat de problemen in Gaza overtrokken zijn, dat de bevolking in werkelijkheid niet zoveel te lijden heeft. „Maar dit is een totaal kunstmatig verschijnsel”, zegt hij. „Het zegt niets over het lijden van de bevolking, maar eerder over de vluchtigheid van het leven in Gaza.”
Sinds enkele maanden geeft Israël toestemming om voedsel binnen te laten komen in Gaza. Dat wil zeggen: van de zes grensovergangen mag er één gebruikt worden, grensovergang Kerem Shalom in het zuiden. Andere producten, zoals elektronica of bouwmateriaal, zijn meestal verboden. Palestijnse ondernemers met goede connecties in Israël kunnen dus winst maken door voedsel te bestellen.
Aan voedsel is op dit moment minder gebrek in Gaza dan enkele maanden geleden. De prijzen op de markt zijn fors gedaald, ongeveer naar het niveau van vóór 7 oktober 2023. Ook daarom gaan welgestelde Palestijnen sneller naar chique restaurants, zegt Heba Diab. „Ik moest tot voor kort honderd dollar betalen op de zwarte markt voor een kilo bloem, en vijftig voor een portie suiker. Vergeleken met toen is zelfs een exclusief restaurant nu goedkoop.”
Dat is de paradox van een geïsoleerd gebied als Gaza, zegt econoom Ahmed Abu Qamar. De overgrote meerderheid van de bevolking leeft in extreme armoede en is dagelijks afhankelijk van hulp van buitenaf. Een heel kleine groep Palestijnen heeft het juist heel goed, en kan ondanks de verwoesting en het geweld in relatieve luxe leven. „Maar zodra de grenzen weer helemaal dichtgaan en er geen voedsel Gaza meer binnenkomt, zal deze bubbel ook snel weer barsten.”
Café Kanan. De foto’s zijn gemaakt op rustige momenten zodat mensen niet tegen hun zin gefotografeerd zouden worden.
Enkele tienduizenden Palestijnen werken voor buitenlandse ngo’s; zij krijgen een vast en goed salaris. Enkele Palestijnse ondernemers gebruiken hun contacten met het Israëlische leger om schaarse goederen te importeren en te verhandelen. De schaarste werkt in hun voordeel. Veel van hen werden vóór 7 oktober 2023 rijk in de smokkelhandel. Maar het uitgebreide netwerk van tunnels waarmee Gaza jarenlang benzine, wapens, voedsel en bouwmateriaal importeerde, is volledig door Israël verwoest.
Er zijn ook Palestijnen die voor Hamas werken of vriendschappelijk omgaan met het (de facto) gezag. De winkelcentra en cafés die nu geopend worden, hebben allemaal de goedkeuring van Hamas. Functionarissen van Hamas kunnen zich de luxe meestal ook goed veroorloven. Maar net als Gaza zelf ligt de organisatie van Hamas in puin. De politie kan niet overal meer de orde bewaken, wat ertoe heeft geleid dat criminele families levensmiddelen of hulpmiddelen stelen en voor veel geld doorverkopen.
Een kleine groep haalt zoveel geld binnen, dat die niet eens weet wat ermee moet gebeuren. Geld stapelt zich op in de banken van Gaza. Volgens de Palestijnse Monetaire Autoriteit hadden de banken in Gaza in oktober 2023 twee miljard dollar aan tegoeden. Inmiddels is dat bijna vijf miljard.
Ahmed Abu Qamar weet dat de uitbundige restaurants en cafés een propagandamiddel van Israël zijn. Pro-Israëlische socialemedia-accounts verspreiden gretig beelden van de overvolle winkelcentra. Hij is zelf eens benaderd door onbekende Palestijnen om op zijn accounts enthousiast te posten over de zogenaamde luxe in Gaza. Hij vermoedt dat die onbekenden een propagandadoel dienden.
De welvaart van de Palestijnse elite, zegt Abu Qamar, is eerder een bevestiging van de ellende van Gaza dan een ontkenning daarvan. „Wie geld heeft, kan dat nergens investeren. Er wordt hier niets gebouwd, niets verbouwd, niets geproduceerd, er komen alleen levensmiddelen binnen. Daarom willen welgestelde Gazanen hun geld graag investeren in cafés en restaurants, er is simpelweg niets anders.”
Mohammed Abu Maala is één van hen. De jonge fysiotherapeut werkt in een ziekenhuis dat door een Amerikaanse organisatie wordt gefinancierd. Hij drinkt koffie in een klein café in Gaza-stad. Hij verloor bij een Israëlisch bombardement zijn hele gezin en weet, zegt hij, buiten zijn werk niet waar hij anders naartoe moet dan naar het café. Ondanks de beroerde omstandigheden in het ziekenhuis krijgt hij een goed salaris: 3.000 dollar per maand. Hij wil het geld in een nieuw café steken, zegt Abu Maala. Hij heeft toch niets anders om zijn geld aan uit te geven. „Een collega, een arts, heeft net een koffiehuis met bakkerij geopend, het is een enorm succes. Elke dag zit het vol. Ik overweeg serieus hetzelfde te doen.”
Voor anderen is de toename van cafés aanstootgevend, met name de openlijk vertoonde luxe. De overgrote meerderheid van de bevolking heeft geen huis, nauwelijks medicijnen, elektriciteit of bereik met de telefoon. Benzine is voor de meesten onbetaalbaar, ook omdat de benzinehandel vrijwel volledig in handen is van één familie. Daarbij zijn de meeste wegen kapotgeschoten, of is het gewoon te onveilig om je te verplaatsen in Gaza. De bombardementen van het Israëlische leger gaan dagelijks door. Criminele families nemen de controle over wijken over.
Een paar weken geleden had café-restaurant Evan een groot feest aangekondigd. De bekende zanger Ahmed Tafesh was uitgenodigd om op te treden. Tafesh brak zeven jaar geleden door met zijn deelname aan Gazavision, de Palestijnse variant van het Eurovisie Songfestival. Maar er ontstond een storm van protest over het feest. Het zou volgens veel Palestijnen te elitair zijn, te smakeloos. De genodigden behoorden tot de allerrijksten in Gaza, en hebben, elk op hun eigen manier, financieel geprofiteerd van de ellende. Op last van de Hamas-politie werd het feest geannuleerd, en moest Evan een paar dagen dicht.
Majed al-Balbeesi (57) zit in haar tent in vluchtelingenkamp Nuseirat. Zij heeft geen huis meer, en heeft sinds het begin van het genocidale geweld grote moeite om aan voedsel voor haar en haar familie te komen. Eén van haar zoons werd vorig jaar doodgeschoten door het Israëlische leger bij een uitdeelpunt voor voedsel. Het leger opende het vuur toen hij in de rij stond voor suiker. Bij dit soort uitdeelpunten zijn tientallen doden gevallen, zowel door Israëlisch geweld als door Palestijnse criminele bendes die andere Palestijnen beroven van hun voedsel. Daarom noemen Palestijnen deze uitdeelpunten ‘de dodenval’.
Majed al-Balbeesi is volledig afhankelijk van voedsel van de gaarkeuken. Als die een dag dicht is, gaat ze zonder eten slapen, zegt ze. „Het schokt me daarom om ineens overal cafés en dure winkelcentra te zien. Ik wil er niet eens naar kijken, ik walg ervan. Op een plek met zoveel ellende past het niet.”
Palestijnen die in geïmproviseerde tenten langs de kust wonen proberen hun dagelijks leven voort te zetten tussen het puin dat is achtergebleven.
Majd al-Assar bericht vanuit Gaza-stad, Guus Valk vanuit Amsterdam