Home

Lintjes voor Willeke van Ammelrooy, Dolly Bellefleur en duizenden andere Nederlanders. Nog altijd grote regionale verschillen

Lintjesregen Deze vrijdag hebben duizenden vrijwilligers een koninklijke onderscheiding gekregen. Op Schiermonnikoog lopen relatief de meeste gedecoreerden van Nederland rond, in de grote steden de minste.

De lintjes liggen klaar voorafgaand aan de lintjesregen in de gemeente Den Haag. Tijdens de jaarlijkse lintjesregen worden mensen gedecoreerd die zich inzetten voor de samenleving.

De kans dat je op Schiermonnikoog een inwoner treft die de afgelopen 22 jaar koninklijk is onderscheiden, is groot. Relatief gezien heeft het eiland per duizend inwoners de meeste gedecoreerden: 30,9. De grote steden daarentegen tellen relatief de minste lintjes per duizend inwoners – maar daar worden wel weer vaker hógere onderscheidingen toegekend.

Dat blijkt uit een analyse die NRC heeft uitgevoerd op de eigen database, die sinds 2004 online staat en waarin alle onderscheidingen die tijdens de jaarlijkse Algemene Gelegenheid – in de volksmond de Lintjesregen – worden uitgereikt zijn op te zoeken, inclusief de 3.633 lintjes die deze vrijdagochtend zijn opgespeld. 

Opmerkelijk is dat de verdeling over het land sinds 1996 nauwelijks is gewijzigd. In dat jaar veranderde het decoratiestelsel: niet langer werden mensen onderscheiden voor het aantal werkjaren of maatschappelijke positie, maar vanwege de aard van wat zij deden. De nadruk kwam te liggen op „bijzondere verdienstelijkheid voor de samenleving”. Ook dit jaar gaat 95 procent van de lintjes naar vrijwilligers.

Bijna vijf jaar later, in 2000, analyseerde NRC de lintjesregens en concludeerde toen dat de landelijk ingevoerde wettelijke criteria voor de toekenning van koninklijke onderscheidingen niet waren opgewassen tegen oude verschillen in regionale cultuur. In Brabant, Limburg en Twente, met een sterk verenigingsleven, en in de Biblebelt, waar het kerkelijk leven groot is, was de relatieve lintjesdichtheid hoog. Dat is 26 jaar later nog steeds zo.

„Uit de grote steden komen veel minder voordrachten”, zegt Ank Bijleveld, voorzitter van het Kapittel voor de Civiele Orden, dat beoordeelt of iemand decorabel is. De voordrachten komen uit de samenleving zelf: mensen dragen ánderen voor.

Aanvragen Voordracht komt uit samenleving

Iedereen kan iemand voordragen voor een koninklijke onderscheiding, mits de ander zich „op een bijzondere of uitzonderlijke wijze verdienstelijk maakt voor de samenleving”. De procedure begint met het invullen van een online formulier, waarin alle activiteiten moeten worden benoemd, toegelicht en verduidelijkt door mensen die de aanvraag ook ondersteunen. De burgemeester en de commissaris van de koning geven advies, dat bij het Kapittel voor de Civiele Orden aankomt.

Het Kapittel krijg jaarlijks duizenden aanvragen, en vergadert daar elke dinsdag over. Gemiddeld wordt 9 procent afgewezen, dit jaar ging dat om 285 aanvragen. Dat kan omdat de persoon zich onvoldoende heeft ingezet, of omdat hij of zij een strafblad heeft. De decorandus moet „van onbesproken gedrag” zijn.

Als het Kapittel positief oordeelt over een aanvraag, beslist de minister en bekrachtigt de Koning door zijn handtekening onder het Koninklijk Besluit te zetten. Vorig jaar ontstond verontwaardiging toen minister Marjolein Faber (Asiel en Migratie, PVV) weigerde haar handtekening te zetten onder vijf aanvragen omdat deze gingen naar mensen die zich inzetten voor vluchtelingen. Het Kapittel vond toen dat de Lintjesregen daarmee „doelbewust politiek werd gemaakt”.

Het is niet zo dat er minder vrijwilligers zijn of minder verenigingen in de steden, signaleert het Kapittel. In absolute aantallen groeit het aantal onderscheidingen daar bovendien: Den Haag heeft dit jaar een eigen record met 57 lintjes. „Op de hele bevolking is het alleen veel minder zichtbaar.”

Jonge stad, jong verenigingsleven

Bijleveld, die eerder onder andere burgemeester van Hof van Twente was en waarnemend burgemeester van Almere, ziet dat bevolkingssamenstelling uitmaakt. „Almere heeft een meer diverse bevolking, van wie sommige mensen met taalproblemen. Het verenigingsleven is met de stad meegegroeid, maar van de basis af en dus nog maar vijftig jaar oud.”

Sinds 2004 kregen bijna tweehonderdvijftig Almeerders een koninklijke onderscheiding. Wat volgens een woordvoerder van de gemeente Almere mee kan spelen, is de „relatief jonge bevolking”. Ze wijst erop dat het lokale equivalent, de Groene Speld, „superveel” wordt uitgereikt en gaat naar mensen die zich ervoor inzetten om de stad groener en gezonder te maken. Ook in onder meer Amsterdam zijn lokale onderscheidingen als de Andreaspenning en de Amsterdamspeld populair.

Op Schiermonnikoog is het gebruikelijker om een lintje voor een ander aan te vragen. „Het verenigingsleven is hier heel groot. Veel mensen zijn actief in een bestuur, de meeste eilanders hebben drie, vier petten waar dat in andere gemeenten misschien één of twee zijn”, zegt Hendri Meendering, die recent burgemeester werd en voor het eerst de onderscheidingen zou uitreiken – ware het niet dat de lintjesregen net dit jaar níét op het eiland neerdaalde.

Hij noemt het voorbeeld van het Sigma-team, dat de professionele ambulance ondersteunt, en het peloton van de vrijwillige brandweer. „Mensen komen hier uit de winkel of kroeg gerend als er hulp nodig is. We hadden hier laatst een multidisciplinaire oefening, als burgemeester kreeg ik ook een infuuszak in de handen gedrukt.” 

„Men weet van elkaar wat ze doen en wil met die aanvraag de waardering uitdrukken”, zegt Meendering. Al zag hij dat eerder in Bourtange, waar hij directeur was van de Vesting, ook: „In een dorp heb je toch een andere sociale wereld dan in een grote stad.”

Dat in die grote steden de onderscheidingen dan weer hoger van aard zijn (vaker ridder of officier) is volgens het Kapittel verklaarbaar. Universiteiten, hogescholen en grote instellingen en stichtingen zijn daar vaker gevestigd. „Steden hebben bovendien een regionale functie en de benoeming tot Ridder in de Orde van Oranje-Nassau is voor inzet van regionale of zelfs landelijke uitstraling en betekenis”, zegt voorzitter Ank Bijleveld. „Als iemand bovenlokaal actief is, wordt de graad hoger.”

Zoek hieronder in de zoekmachine op achternaam, locatie, jaar, geslacht en soort onderscheiding.

Minder vrouwen dan mannen

De meeste vrijwilligers krijgen de graad Lid in de Orde van Oranje-Nassau. Sinds 2004 zijn dat nog altijd meer mannen dan vrouwen: 37 procent van de onderscheidingen gaat naar vrouwen terwijl volgens het CBS mannen en vrouwen evenveel vrijwilligerswerk verrichten.

„Te weinig vrouwen worden voorgedragen”, zegt Bijleveld. „Mannen zitten vaker in netwerken en besturen, die gewend zijn een aanvraag in te dienen. Vrouwen doen vaker zorg of mantelzorg. Ze zijn het cement van de samenleving, maar wat ze doen wordt minder snel gezien als vrijwilligerswerk. Ze vinden het zelf ook gewoner wat ze doen.”

Ook het aantal aanvragen voor jongeren – nu valt de lintjesregen vaak onder zeventigplussers – of mensen met een migratieachtergrond blijft achter. „Waar we kunnen, leggen we uit hoe je een onderscheiding voor iemand kan aanvragen. We zijn zelf als Kapittel diverser in samenstelling. We doen ons best om meer naar het verhaal van mensen te kijken in plaats van naar het aantal jaren dat iemand zich inzet.”

Het talige proces kan een belemmering zijn, zeker als Nederlands een tweede taal is. In het Caraïbische deel van het Koninkrijk helpen sinds enkele jaren ‘decoratiecommissies’ mensen met de aanvraag. Dat heeft op de eilanden al tot meer onderscheidingen geleid. Ook in enkele Nederlandse gemeenten is die hulp er, waaronder in Almere. Maar, meldt een woordvoerder, daar wordt nog weinig gebruik van gemaakt.

Algemene Gelegenheid 3.630 onderscheidingen uitgereikt

De jongste gedecoreerden zijn dit jaar de 27-jarige Jeroen van Haalen en de 31-jarige Kristel de Groot. Van Haalen, die uit Winssen (Gelderland) komt, zet zich sinds zijn dertiende onder meer in als vrijwilliger bij de scouting en het carnaval. De Groot, uit Houten (Utrecht), werd op achtjarige leeftijd lid van een speeltuincommissie en was onder meer actief bij een studentenvereniging en de Stichting Nieuwjaarsduik Houten. Ze zijn Lid in de Orde van Oranje-Nassau geworden.

De oudste gedecoreerden zijn Janine Marseille-Smit (99) en Jo Pennings (92), beiden nog actief. Marseille-Smit uit Den Haag werd in 1975 vrijwilliger bij Unicef en leest voor aan een blinde buurvrouw en dementerende ouderen. Pennings, uit Eindhoven, is klusjesman in een kringloopwarenhuis en leert mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt vaardigheden. Ze zijn Lid in de Orde van Oranje-Nassau geworden.

Opvallende namen in de decoratielijst zijn onder anderen actrice Willeke van Ammelrooy, die is benoemd tot Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw voor „exceptionele verdiensten op het terrein van film en toneel” en Ruud Douma, beter bekend als Dolly Bellefleur, boegbeeld van de lhbti+ beweging. Hij is Ridder in de Orde van Oranje-Nassau geworden, net als radio-dj Daniël Dekker (een pseudoniem van Henk Bakhuijsen). Thrillerschrijver Esther Verhoef is benoemd tot Officier in de Orde van Oranje-Nassau.

Barryl Biekman, voorzitter van het Landelijk Platform Slavernijverleden, is bij bevordering benoemd tot Officier in de Orde van Oranje-Nassau. Ze zette zich onder meer in voor het Nationaal Monument Slavernijverleden, en was betrokken bij de hoorzitting waar Nederland zich moest verantwoorden tegenover de racismecommissie van de Verenigde Naties over Zwarte Piet.

Journalist Tako Rietveld, bekend als kindercorrespondent, is benoemd tot Ridder in de Orde van Oranje-Nassau. Hem viel als verslaggever bij het Jeugdjournaal op dat het nieuws vaak gaat over kinderen, maar dat er weinig nieuwsprogramma’s zijn die kinderen hun eigen verhaal laten vertellen.

Wetenschapper Eric Roesink, die in Twente pioniert met nieuwe waterzuiveringstechnieken om een bijdrage te leveren aan schoner water, is benoemd tot Officier in de Orde van Oranje-Nassau. Net als Marc van Oostendorp, hoogleraar Nederlands en academische communicatie aan de Radboud Universiteit, die is onderscheiden voor zijn verdiensten voor de linguïstiek.

Piet Ploeg, voorzitter van de Stichting Vliegramp MH17, is benoemd tot Ridder in de Orde van Oranje-Nassau. Hij vertegenwoordigt de nabestaanden van de 298 slachtoffers van Malaysian Airlines-vlucht MH17. Zij kwamen in juli 2014 om het leven toen pro-Russische separatisten het vliegtuig neerschoten boven het oosten van Oekraïne.

Ook veel mensen in de culturele sector zijn onderscheiden, onder wie Annabelle Birnie, directeur van het H’ART Museum, violist Marijn Simons en zangpedagoog Margreet Honig. Zij werden allen Ridder in de Orde van Oranje-Nassau.

Koningshuis

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next