Zowel in Gaza, Libanon als Iran is de Israëlische premier Benjamin Netanyahu tot een wapenstilstand gedwongen door de Amerikanen, al zal hij dit zelf nooit toegeven. Binnenlands leidt het tot onmin, juist in een verkiezingsjaar.
schrijft vanuit Istanbul over Turkije, Iran, Israël en de Palestijnse gebieden.
Het liefst had Benjamin Netanyahu een voortzetting van de strijd gezien op alle drie de fronten waar zijn leger oorlog voerde: Gaza, Iran en Libanon. In alle drie de gevallen werd hij door de Amerikaanse president Donald Trump voor het blok gezet. Die liet hem tekenen bij het kruisje van het vredesplan voor Gaza, kondigde zonder hem zelfs maar te raadplegen een staakt-het-vuren af in Iran en dwong hem akkoord te gaan met een tiendaags bestand in Libanon.
Vooral dat laatste werd de Israëlische premier een week geleden in eigen land flink ingepeperd. De woede onder de bewoners van Noord-Israël, in het schootsveld van Hezbollah, werd in Israël alom gedeeld. ‘De nationale veiligheid is uitbesteed. Netanyahu stelt de veiligheid van Israël bloot aan de grillen van de Amerikaanse president’, schreef The Times of Israel donderdag. ‘s Avonds was het opnieuw Trump die zorgde voor een verlenging van het staakt-het-vuren met drie weken.
Vilein citeerde de krant een uitspraak van Netanyahu van vijf jaar geleden. ‘Een Israëlische premier’, zei hij in het parlement, ‘moet ‘nee’ kunnen zeggen tegen de Amerikaanse president over zaken die ons voortbestaan in gevaar brengen.’ Precies daarin, aldus het commentaar, heeft Netanyahu gefaald – op 16 april inzake Libanon, op 8 april inzake Iran, waar het lot van Israël in handen is gelegd van ‘amateuristische diplomaten’ als Steve Witkoff, die ‘eenvoudig zijn in te palmen met loze beloften’.
Netanyahu geeft intussen geen krimp. Nooit zal hij toegeven op zijn plaats te zijn gezet of een slag te hebben verloren. Na de afkondiging van het – inmiddels voor onbepaalde tijd verlengde – bestand met Iran jammerde hij niet dat Israël het karwei niet kon afmaken, maar somde hij triomfantelijk op wat volgens hem wél was bereikt: leiders geliquideerd, raketten, lanceerbases en cruciale infrastructuur vernield, enzovoorts.
Het leek haast of Israël en de VS de oorlog gewonnen hadden. En dat is nu juist volstrekt niet het geval. Terecht schreef de Israëlische oud-premier Ehud Barak deze week in Haaretz dat geen van Israëls oorlogsdoelen is bereikt: Hamas en Hezbollah zijn springlevend, het regime in Teheran bleef zitten, het nucleair en ballistisch gevaar is niet geëlimineerd en ‘het is twijfelachtig of dat in een toekomstig akkoord wel zal gebeuren’.
Netanyahu’s onverstoorbaarheid heeft veel – zo niet alles – te maken met de verkiezingen in oktober. Hij wil de campagne ingaan met een overwinnaarsaureool, als de leider die successen heeft geboekt en pal stond voor Israëls veiligheid. Of hem dat verlenging van zijn premierschap gaat opleveren is uiteraard de vraag. In de peilingen is hij wat teruggezakt.
De meeste kans op een succesje heeft hij in Libanon. Als de onderhandelingen met de Libanese regering opleveren wat beide partijen willen, Hezbollah onschadelijk maken, kan Netanyahu met opgeheven borst de verkiezingen in. Dan moet hij alleen niet in Libanon het onderste uit de kan willen halen, zo luidt de les die valt te trekken uit Baraks artikel.
‘In een oorlog’, schrijft Netanyahu’s voorganger, ‘bestaat niet zoiets als een totale overwinning.’ Om Hezbollah te ontwapenen, zou Israël heel Libanon moeten veroveren, en dat is hooguit de droom van enkele extreemrechtse zeloten. Met de VS, Frankrijk en landen in de regio moet daarom worden samengewerkt voor een politieke regeling. Niet eerder heeft Libanon, met oud-rechter Nawaf Salam als premier, een regering met zoveel verantwoordelijkheidsbesef. Netanyahu zou Israëls veiligheid op de lange termijn geen dienst bewijzen als hij die kans niet zou benutten.
Met Iran geldt iets soortgelijks. Het is mogelijk dat de gesprekken tussen de VS en Iran, mochten die op gang komen, resulteren in de garantie dat Iran voor lange tijd zijn nucleair programma op een laag pitje zet. Een akkoord dus als Obama’s JCPoA-deal uit 2015, al zal Trump die vergelijking ongetwijfeld wegblaffen op zijn Truth Social. Welbeschouwd zou dat voor Israëls veiligheid goed zijn, en in ieder geval voor de perceptie van veiligheid onder de Israëlische bevolking. Probleem is dat Netanyahu daar anders over denkt. Die wil alles of niets.
Waar de expansionistische Israëlische regering zéker zegeviert – vanuit haar eigen optiek – is de Westoever. Met de ogen van de wereld op andere plekken gericht, is daar het landjepik in een volgende versnelling gezet. Het Institute for National Security Studies in Tel Aviv publiceerde deze week een rapport, met oud-legerkopstuk Udi Dekel als coauteur, waarin onomwonden wordt beschreven waar Israël op afkoerst.
Onder het mom van ‘absolute veiligheid’ is het beleid gericht op uitbreiden van de Israëlische soevereiniteit (lees: annexatie), het blokkeren van een politieke oplossing, het doen instorten van de Palestijnse Autoriteit en het verdrijven van Palestijnen. Dit alles exact volgens het ‘Decisive Plan’, dat in 2017 werd opgesteld door Bezalel Smotrich, toen een extreemrechtse stokebrand, nu minister van Financiën.
Een geestverwant, minister van Nederzettingen Orit Strook, riep dinsdag in een toespraak op tot het slopen van de Oslo-akkoorden. ‘We trekken op naar A- en B-gebied’, zei ze, verwijzend naar de delen van de Westoever die volgens ‘Oslo’ Palestijns zijn. De volgende dag, Onafhankelijkheidsdag, trokken Joodse kolonisten inderdaad uitdagend Palestijnse dorpen in A- en B-gebied binnen, zoals Deir Istiya, Dayr Dibwan en Lubban al-Sharqiya. Niemand hield ze tegen.
Geselecteerd door de redactie
Lees hier alle artikelen over dit thema
Source: Volkskrant