Waar lopen de correspondenten van de Volkskrant tegenaan in hun dagelijkse leven? Vandaag: Remco Andersen ziet hoe Berlijnse horecaondernemers de pinautomaat blijven mijden.
is correspondent Duitsland van de Volkskrant. Hij woont in Berlijn.
Om een verjaardagsfeestje voor mijn peuterzoon te organiseren, moest ik mij twee dagen van tevoren melden bij het betreffende Spielcafé. Bij aankomst schiet het telefoontje met de eigenaresse door mijn hoofd: ‘150 euro in contanten.’ Heb ik het nou nog niet geleerd. Ik trotseer de winterkou naar een Sparkasse en leg daarna de bankbiljetten op de toonbank – pal naast een pinautomaat.
Also, begin ik, ik kan hier dus gewoon pinnen? Of ik had zelfs het geld vanuit huis over kunnen maken? ‘Jawel’, zegt de oudere vrouw achter de toonbank, vermoedelijk de moeder van de eigenares, ‘maar dan betaalt u 19 procent Gebühr, commissie.’
Commissie. Zo heb ik de btw nog nooit omschreven horen worden.
Ik had beter moeten weten, na vier jaar in Berlijn. Maar het elektronisch betalen zit zo in mijn systeem, dat ik nog steeds regelmatig vergeet dat men hier deels in de jaren negentig leeft. In Berlijn wemelt het nog altijd van cafés en restaurants die uitsluitend contant geld accepteren.
Ik ben er nog steeds niet helemaal uit waarom dat is. Het is een mix van luiheid, desorganisatie, wantrouwen, anarchisme (tenminste, in het anti-autoritaire Berlijn), Duits zo-doen-we-het-altijd-al-isme en natuurlijk klassieke belastingontduiking.
Sowieso hebben velen hier een getroebleerde relatie met digitalisering en innovatie. In het voormalige Oost-Duitsland komt daar een begrijpelijke laag wantrouwen bovenop, jegens de federale overheid en de banken die na de val van de Muur de DDR-economie ontmantelden en jaren van werkloosheid inluidden.
Een Duitse buurvrouw vertelde hoe haar oma uit Saksen nog altijd haar volledige weduwepensioen op dag één van elke maand contant bij de bank opneemt en thuis veiligstelt. ‘Want je kan nooit weten wat die da oben straks weer verzinnen.’
De pinautomaat is overigens wel in opmars. Onwetenschappelijke schatting: wie in Berlijn deze zomer een biertje koopt, heeft 50 procent kans op een pinautomaat. Zij het vaak onder strikte voorwaarden. Bijvoorbeeld vanaf 20 euro, anders bijbetalen.
Terwijl dat contante geld óók geld kost, zegt een Nieuw-Zeelandse koffiezaak-uitbater bij mij in de straat. ‘De commissie (de daadwerkelijke commissie bij een pinbetaling, red.) is misschien een procent of zo, of anderhalf. Cash is veel lastiger. Dan moet je ook voor voldoende wisselgeld zorgen, iemand moet het tellen, het moet fysiek naar de bank.’
Dus accepteert hij alleen elektronisch betalen, een tegenbeweging die in opkomst is. Ik ken een Grieks café dat hetzelfde doet. En een Georgisch restaurant. Er zullen ook Duitse ondernemers zijn, maar ik ben ze nog niet tegengekomen.
Wellicht valt er wat te leren van de meer ideologische Berlijnse pinweigeraars. Zij willen privacy, in plaats van bedrijven en banken te vertellen wanneer ze maandverband of alcohol kopen in ruil voor een grijpstuiver korting of het gemak van Apple Pay.
Toen ik die verklaring laatst in de kroeg suggereerde, tegen een Duitse vriend en langjarig Berlijns horecaondernemer, schudde die langzaam het hoofd. Leuke gedachte, maar nee. ‘Geloof mij maar, dat is bijna allemaal ouderwetse ontduiking van de btw. Dat stoort mij. We vinden de Duitse sociale democratie allemaal belangrijk, dan moet je ook eerlijk belasting betalen.’
Overigens: ook voor wie denkt Berlijn te hebben doorgrond, weet deze meeslepende maar wanordelijke stad soms nog onvoorziene problemen te creëren. In de hete zomer stond ik eens met hijgende hond en huilend kind klaar om te betalen in een café aan de Kreuzberger Maybachufer. Pinnen vanaf 20 euro, dus ik haalde triomfantelijk een 50 eurobiljet te voorschijn.
Wees de kelner op een ander bordje, naast dat over het pinnen: ‘bankbiljetten van 50 euro en hoger niet geaccepteerd’.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant