Home

Hoe is jouw Beuks? Twee boeken over bomen vanuit het perspectief van de bomen

Bomen Hoe is het om een beuk te zijn in het Duitse woud of een eik in het Franse bos? Twee boswachters beschreven het leven van een boom waar ze een bijzondere band mee hebben.

'Welke boom ben jij?' Beeld uit de serie Habitat(ten) van fotograaf Janine Schrijver waarbij ze mensen uitnodigt zich te verbinden met de natuur en zichzelf.

Hoe is jouw Beuks, de taal van de beuken? Of jouw Stekeligs, de taal van de naaldbomen? Peter Wohlleben, de bekendste boswachter van Duitsland, heeft zich ingeleefd in een van zijn geliefde beuken. In Het leven van een boom kruipt hij in de bast van een tweehonderd jaar oud individu, dat vlak bij zijn Waldakademie in de Duitse Eifel staat. 

Peter Wohlleben: Het leven van een boom. Een beuk vertelt haar verhaal.

Vert. Hilke Makkink. Lev, 317 blz. € 24,99

In dit boek vertelt deze beuk haar levensverhaal aan haar nageslacht, uiteraard in het Beuks. Daarin zijn schimmels „harige wezens”, staan reeën, die graag het verse blad van jonge beuken eten, bekend als „de Bruine Dood” en worden mensen aangeduid als „tweebenige scharrelaars”. Soms zit je als lezer een beetje te puzzelen: wat zou de beuk met bepaalde termen bedoelen? De ‘vertaling’ naar voor mensen gebruikelijke begrippen is achterin het boek te vinden. 

Voor Wohlleben zijn bomen geen passieve blokken hout, maar organismen die observeren en communiceren, relaties onderhouden, strategieën ontwikkelen tegen allerlei gevaren en zich van hun omgeving bewust zijn. Hij is er vaak van beschuldigd bomen te veel menselijke eigenschappen toe te schrijven. Dat is in dit boek misschien wel meer het geval dan in zijn vorige werken. Hier worden beuken personen, met hun eigen karakter en bijnamen. Er is tante Knoest, een omgewaaide beuk die door andere beuken in leven wordt gehouden en les geeft aan de jonge bomen. De Kromme haalt kattenkwaad uit door vals alarm te slaan en de Slanke is de streber die kaarsrecht omhoog groeit.  

Laurent Tillon: Being an Oak. Vertaald uit het Frans door Jessica Moore. Ithaca press. 288 blz. €24,54

Wohlleben stelt niet alleen bomen voor als wezens met eigenschappen die we vaak reserveren voor mensen. Hij probeert ook het omgekeerde, door zich als mens zich voor te stellen hoe een beuk het leven ervaart. Dat gaat toch via woorden, die menselijke uitvinding. ‘De taal van bomen’ gebruikt chemische stoffen die zich via wortels, takken en bladeren verspreiden. Die zijn voor mensen niet zo makkelijk waarneembaar. 

Eindelijk beukennootjes

In het leven van een tweehonderdjarige boom gebeurt voldoende om een boek te vullen. Er is de strijd om te overleven als zaailing, waarbij ieder zonnestraaltje telt. Dan is het decennia wachten tot er plek is om uit te groeien tot een volwassen exemplaar dat kan meedoen aan het ‘liefdesspel’. Eindelijk beukennootjes! De omgeving verandert ook, door stormen en door de mens die naaldbomen plant, die na enkele tientallen jaren met „ijzeren tanden” afbijt, en „in rook verandert”. De oude beuk hanteert wel een wat oubollige vertelstijl, maar wat kun je verwachten van een hoofdpersoon die meer dan twee eeuwen oud is?

Beuken, de favoriete bomen van Wohlleben, blijken een lichte weerzin te hebben tegen andere organismen. Naaldbomen stinken. De beuken vinden zichzelf „de Waren”, eiken noemen ze „de Bangen”, omdat ze altijd in groepjes groeien. De Waren betwijfelen of de Stekeligen en de tweebenigen enige vorm van intelligentie bezitten. „Zo ja, dan waarschijnlijk slechts op een heel laag niveau.”

Een derde van Wohllebens boek bestaat uit een wetenschappelijke verantwoording. Hij verwijst naar onderzoeken naar bomen, andere planten, schimmels en hun interacties. Dat lijkt gedegen. Maar hij gaat vrij om met deze inzichten. Hij neemt bijvoorbeeld aan dat verschijnselen die bij bepaalde boomsoorten of planten zijn waargenomen, ook bij beuken kunnen voorkomen. De wetenschap wordt bij hem zo meer uitgangspunt dan begrenzing van het verhaal. Maar Het leven van een boom is geen wetenschappelijke verhandeling, en hoeft ook niet zo gezien of gepresenteerd te worden. Het is dan ook beter dit boek te beschouwen als een interessante poging om de wereld vanuit het standpunt van een boom te bezien. 

Mooie boom

De Franse boswachter Laurent Tillon schreef met Être un chêne, in het Engels vertaald als Being an Oak, een boek vanuit het oogpunt van een andere voor West-Europa kenmerkende boom. Deze boom is een wintereik in het Rambouillet-bos ten zuidwesten van Parijs, die hij de naam Quercus geeft, naar de Latijnse naam voor eiken. Die schijnt afgeleid te zijn van de Keltische woorden voor mooi (kaer) en boom (quez). 

Op zijn vijftiende ontmoette Tillon deze boom „toen hij op zoek was naar zichzelf”. Sindsdien is hij de boom blijven bezoeken. 

De boom deelt haar verhaal met hem, schrijft Tillon, hoofd biodiversiteit van het Franse Staatsbosbeheer. Hij wil antropocentrisme vermijden, maar ziet in dat het lastig is. Eigenlijk doet het toeschrijven van menselijke emoties aan een boom de boom geen recht, schrijft hij. Maar als mens ontkom je daar niet helemaal aan.   

Tillon is vooral gericht op de relaties tussen de boom en andere wezens, zoals de bosmuis Apodemus die een eikel onder de bramen verstopt, deze wintervoorraad vergeet en zo letterlijk het zaadje heeft geplant voor de grote boom. De rups Tortrix eet zo gulzig van de bladeren dat je de poepjes kunt horen vallen als je in mei door het bos loopt.

Tillon vertelt meer dan Wohlleben het verhaal als buitenstaander, niet in een poging dat van binnenuit te doen. Daarbij schuwt hij tal van biologische termen niet. Desalnietemin levert het een zeer leesbaar en sympathiek boek op. 

Het wood wide web

Er blijven hobbels voor het schrijven vanuit het perspectief van een boom. Maar net zoals literatuur van de lezer vraagt zich in een ander persoon te verplaatsen, kan het verwisselen van het perspectief naar de boom nuttige inzichten opleveren. Bomen zijn vaak decorstukken in het dagelijks leven van mensen, terwijl het levende wezens zijn die pogen te overleven en te groeien, die reageren op hun omgeving en die omgeving beïnvloeden. 

Of en hoe ze daarbij communiceren is onderwerp van debat en onderzoek. De theorie van de communicerende bomen en het wood wide web is de laatste tijd onder vuur komen te liggen. Volgens sommige onderzoekers hebben bomen er geen baat bij om soortgenoten te waarschuwen voor plagen. Eerder zouden ze dan vals alarm slaan om hun concurrenten op het verkeerde been te zetten. Dat lijkt een ondersteuning voor de bewering van Wohlleben dat bomen ‘kattenkwaad’ uit kunnen halen. 

In een uitgebreid wetenschappelijk artikel uit 2023 verwoorden tientallen onderzoekers hun bezwaren: bomen worden tot mensen gemaakt, de stijl van Wohlleben en aanverwante auteurs is emotioneel, het bewijs is in bepaalde gevallen flinterdun of onvoldoende. Het gaat de wetenschappers niet alleen om die esthetische bezwaren of feitelijke onjuistheden, maar ook om de maatschappelijke en economische gevolgen van de benadering van Wohlleben en zijn geestverwanten. „We zijn het meest bezorgd dat dit soort denken tot beperkingen voor actief bosbeheer leidt.” 

Dat maakt het voor de voorstanders van de meer empathische benadering van bomen en bossen makkelijk om te zeggen dat de zorgen van hun tegenstanders mede gebaseerd zijn op de belangen van de bosbouw. Wohlleben en Tillon kiezen duidelijk voor een ander belang: dat van de boom en al het leven wat daarmee samenhangt. Als hun boeken ertoe leiden dat mensen minder achteloos omgaan met bomen, is hun missie geslaagd. 

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next