Op een Amsterdamse woongroep voor verstandelijk beperkten van Cordaan trof de inspectie een chaos afgelopen zomer. Eén bewoner was al een jaar niet buiten geweest. Een moeder blijft aandringen op verbetering. Nu wordt haar zoon de woongroep uitgezet.
is onderzoeksjournalist van de Volkskrant.
Voor iemand die deze vrijdag zijn appartement moet ontruimen, zit Steven (22) er woensdagmiddag ontspannen bij, in het Amsterdamse atelier waar hij wekelijks aan zijn kunst werkt. De zwarte was tussen zijn vingers boetseert hij in de vorm van pootjes van een kameleon. Zolang hij aan zijn dierenbeeldjes werkt, kan hij even ontsnappen aan ‘de rivier van problemen die maar blijft stromen’, zoals hij het zelf omschrijft.
Steven – een gefingeerde naam – is een jongeman met een licht verstandelijke beperking. Hij kan veel wél. Wekelijks in zijn eentje door de stad naar deze werkplaats fietsen bijvoorbeeld, zijn beeldje straks in brons gieten, en een associatief gesprek voeren dat meandert van de bizonjacht in Amerika tot aan de slavenhandel naar zijn geboorteland Haïti. Wat hem niet goed lukt: overzicht houden, teksten lezen, getallen begrijpen, bijhouden op welke afspraken hij moet verschijnen. Zoals zijn moeder Gelbrigje het verwoordt: ‘Hij heeft geen enkel gevoel voor tijd.’
Het is juist daarom dat hij samen met zijn moeder twee jaar geleden koos voor een beschermde woonvorm van Cordaan, een zorginstelling met 20 duizend cliënten in de regio Amsterdam. Hier zou hij voor het eerst op zichzelf wonen, omringd door negen anderen met een vergelijkbare achtergrond, met 24 uur per dag begeleiding. Hij zou er werken aan zijn zelfstandigheid.
Daar is niets van terechtgekomen. Steven had geen vaste begeleider, er werd geen zorgplan opgesteld en hij zag een parade van flexkrachten aan zich voorbijtrekken die geen idee hadden van zijn zorgvraag. Achteraf blijkt dat de gebrekkige zorg al voor zijn plaatsing bekend was. In een audit in opdracht van de inspectie schrijft Cordaan in juni 2024: ‘Medewerkers ervaren de sfeer als onveilig’. En ook: ‘Team krijgt cliënten niet gemotiveerd om in beweging te komen.’ Steven en Gelbrigje krijgen tijdens een kennismaking daarentegen te horen dat er een gezellige sfeer hangt in de groep.
In mei 2025 wordt de audit opgevolgd door een onverwacht inspectiebezoek. De uitkomst is niet mals: op negen van de tien punten scoort de woongroep een onvoldoende. Het ziekteverzuim onder het personeel bedraagt liefst 42 procent, flexwerkers weten nauwelijks met welke cliënten ze werken en één bewoner blijkt al een jaar niet buiten te zijn geweest.
Gelbrigje heeft haar zoon daarna tijdelijk terug in huis genomen. ‘Hij raakte gewoon in paniek van alle wisselingen en onduidelijkheid’, licht ze toe. Nu de problemen zo klip en klaar staan beschreven, zo veronderstelt Gelbrigje, zal de situatie op de woongroep spoedig verbeteren. De inspectie heeft immers ook verbetering geëist.
Dat valt tegen. Gelbrigje spreekt met de elkaar opvolgende locatiemanagers, de directie en een klachtenfunctionaris van Cordaan, het zorgkantoor en de inspectie, maar tot nog toe kon niemand haar vertellen hoe de tekortkomingen concreet worden opgelost.
Niet, zo is het oordeel van voormalig Cordaan-medewerker Jeannette Buhling, die na het inspectierapport is aangesteld als coördinator op de woongroep. ‘Ik zag daar verwaarlozing en cliënten die nauwelijks van hun kamer af kwamen. Ik wilde kijken hoe we deze woning op een hoger plan konden tillen.’
Haar pogingen de problemen bespreekbaar te maken, stuiten op weerstand. ‘Collega’s lieten zich niet aansturen. Van mijn locatiemanager kreeg ik geen steun, die vond het inspectierapport niet zo urgent. Terwijl er op papier voor de inspectie werd gedaan alsof er verbeteringen waren doorgevoerd. Ik dacht bij mezelf: wie houden we hier voor de gek?’ Na twee incidenten, waaronder een brandmelding die door haar collega niet wordt gerapporteerd, stapt ze eind 2025 op.
Volgens Cordaan zijn er inmiddels ‘belangrijke stappen gezet’ in het versterken van zorgplannen en begeleiding. Maar naast Gelbrigje bevestigen twee andere mentoren van cliënten aan de Volkskrant dat er weinig is verbeterd. ‘Mijn zus heeft moeite zichzelf te activeren’, zegt een van hen. ‘Ze ligt vaak tot het middaguur in bed. De begeleiding probeert daar niet actief verandering in te brengen.’ De familieleden doen hun verhaal anoniem, en ook Gelbrigje wil niet dat de volledige namen van haar en haar zoon worden genoemd, omdat ze vrezen voor consequenties voor toekomstige zorg als ze als ‘lastig’ te boek staan.
Totdat de zorg is verbeterd, durft Gelbrigje haar zoon niet terug te laten keren naar de woongroep. Maar omdat hij daar intussen al driekwart jaar niet slaapt, heeft Cordaan de zorgovereenkomst opgezegd. Uiterlijk deze vrijdag moet zijn appartement zijn leeggehaald. Volgens Cordaan zijn er meerdere alternatieven geboden – vanwege privacy kan de instelling daar niet nader op ingaan – maar heeft zijn moeder die niet geaccepteerd. ‘Dan is het voor ons niet mogelijk om zorg te verlenen en moeten we de overeenkomst opzeggen’, legt een woordvoerder uit.
Voor Gelbrigje is het de wereld op zijn kop. ‘Als Steven vertrekt, is het probleem van de gebrekkige zorg toch niet verdwenen? Ik doe dit niet alleen voor mijn zoon, maar ook voor andere bewoners, die geen familie hebben die voor hen opkomt.’
Ze begrijpt niet waarom de inspectie niet kordater optreedt. Hoe kan het dat deze situatie wordt getolereerd? Een woordvoerder stelt dat de inspectie daarover geen uitspraken mag doen zolang het ‘verbetertraject’ loopt. Maar in een gesprek tussen een betrokken inspecteur en Gelbrigje – de opname is in het bezit van de Volkskrant –wordt het dilemma duidelijk: de gigantische druk op de gehandicaptenzorg door tekorten op de arbeidsmarkt, lagere budgetten en steeds complexere cliënten.
‘We zien dat de grote zorgaanbieders, zowel in Limburg als in het noorden als bij Amsterdam, allemaal moeite hebben om goede zorg te blijven geven’, zegt de inspecteur tegen de moeder. ‘Als wij alles zouden sluiten, zouden al die arme cliënten helemaal ongelukkig worden. Waar moeten ze dan heen? Dan hebben ze helemaal niemand meer.’
In het kunstatelier zegt Steven dat hij ook niet goed weet hoe het nu verder moet in de toekomst. ‘Je wilt dat je naar voren kunt gaan in je leven’, zegt hij. ‘Maar deze hele situatie zit mij heel erg in de weg.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant