Voor het eerst in vijf jaar daalt het aantal drugslabs dat de politie heeft ontdekt. Drugscriminelen lijken voor productie vaker uit te wijken naar het buitenland. Een ‘waterbedeffect’, volgens Paul Entken, nationaal portefeuillehouder drugs bij de politie. Van de ontdekte drugslabs bevindt een groeiend aandeel zich in woonwijken.
Dat het totale aantal ontdekte drugslabs daalt (van 167 in 2024 naar 142 vorig jaar), komt vooral doordat er minder labs zijn ontdekt voor synthetische drugs (zoals MDMA en meth). De politie rolde er in 2025 88 op, een daling van 23 procent ten opzichte van 2024.
Die daling verklaart mogelijk ook waarom het aantal ontdekte drugsafvaldumpingen bijna is gehalveerd. Ook het aantal ruimingen van hennepkwekerijen is flink gedaald. Die trend is echter al jaren zichtbaar en heeft te maken met de lagere prioriteit die de politie geeft aan de opsporing ervan.
Niet alle vormen van drugsproductie nemen af. De politie vond juist meer productielocaties voor cocaïne (34) en heroïne (17). Bovendien wordt een groeiend aandeel van de productie – vorig jaar 64 procent – in woonwijken ontdekt. Dit toont aan dat drugscriminaliteit zich steeds meer pal onder de neus van mensen afspeelt, zegt Paul Entken, landelijk portefeuillehouder drugs bij de politie.
Het aantal ontdekte drugslabs neemt af, maar het aandeel in woonwijken neemt toe. Wat zegt dat over de werkwijze van drugscriminelen?
‘Doordat wij handhaven op dit soort labs, zie je een waterbedeffect. Drugscriminelen verplaatsen hun werk bijvoorbeeld naar andere landen. We zien dat in Duitsland en België meer drugslabs worden gedetecteerd. We hebben onszelf minder aantrekkelijk gemaakt als land.
‘Verder zoekt de zware drugscriminaliteit naar onzichtbaarheid. Vrachtwagentjes af en aan rijden in een weiland, dat is opzichtig. In een woonwijk gaan ze veel beter op. Politie-eenheden en gemeenten op het platteland hebben ook veel geïnvesteerd in bewustzijnscampagnes: stel uw schuren niet beschikbaar hiervoor!
‘Maar uiteindelijk proberen we ook vooral de gevaarlijkste situaties aan te pakken, en in de woonwijken zijn de risico’s het grootst. Er wordt met chemische middelen gewerkt, er zijn dampen, er zijn brandgevaarlijke technische opstellingen, er wordt illegaal stroom afgetapt. Dat is in een weiland niet anders, maar in een wijk kan het zomaar je buurman zijn die dit doet zonder dat je het weet.’
U vermoedt dat strenger toezicht in China op de export van grondstoffen voor synthetische drugs ook heeft bijgedragen aan de daling. Is dat effect blijvend?
‘Eind 2024 kwam die nieuwe Chinese wetgeving er. Daardoor ontstond er begin 2025 een ‘probleem’ op de markt voor drugsgrondstoffen. Dat lijkt tijdelijk, want in de tweede helft van het jaar zagen we het al wat normaliseren. Hier heeft de politie altijd mee te maken: een creatieve tegenstander met heel veel geld. Drugscriminelen zijn er als de kippen bij om een geitenpaadje te vinden.’
Het aantal gevonden cocaïnelabs is juist gestegen, van 24 in 2024 naar 34 vorig jaar. Wat zit daarachter?
‘Waarschijnlijk komt cocaïne steeds minder vaak als een volwaardig product in Nederland aan. Het zit dan bijvoorbeeld verstopt in stoffen waar het eerst moet worden uitgehaald. Daarna wordt het vanuit Nederland verder gedistribueerd. Maar tegelijkertijd weten we niet wat we niet weten. Misschien is de stijging toeval, of herkennen mensen bepaalde kenmerken van een cocaïnelab sneller.’
Veel mensen hebben van een wietplantage wel een beeld. Maar hoe ziet een gemiddeld cokelab eruit?
‘Grote, pruttelende tonnen, waarin mensen met heel grote spatels staan te roeren. Die tonnen kun je gewoon kopen bij de bouwmarkt als bakken voor specie of planten. Cocaïne is dus een open proces. Dat is nog gevaarlijker dan een semi- of helemaal gesloten proces, zoals bij synthetische drugs. De kans dat er dampen ontvonken is bij cocaïneproductie groter.’
Welke van de ontwikkelingen baart u het meest zorgen?
‘De nietsontziendheid van die gasten. Ze vinden het helemaal niet erg om dit in woonwijken te doen, ook al kennen ze de risico’s. Dat interesseert ze niet. Daarnaast overlijden er ook gewoon mensen die met het productieproces bezig zijn, door het inademen van dampen of ontploffingen.
‘Dan kun je zeggen: risico van het vak. Zo kijken wij er niet naar. Het leidt tot onveiligheid in wijken. Maar het zijn ook elke keer weer kwetsbare personen die hier in worden meegesleurd. Mensen zonder uitzicht staan in die labs te koken vanaf briefjes, en niet eens voor zulke hoge verdiensten. Maak één foutje, en de ketel ontploft. De gasten die het financieren, houden zich daar buiten.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant