Home

Meerkampster Sofie Dokter werd wereldkampioen op de vijfkamp. ‘Maar ik schat brons op de zevenkamp hoger in’

Atletiek Vorige maand werd Sofie Dokter verrassend wereldkampioen meerkamp op de WK indoor. Daarmee verbaasde de 23-jarige atlete ook zichzelf, omdat ze net een vervelend jaar had afgesloten. „Ik had altijd een stemmetje in mijn hoofd dat zei: maar je was dus niet de beste. Dat is er nu niet.”

“Fysiek kan ik goed aangeven waar mijn grenzen liggen. En mentaal ben ik dat sinds vorig jaar aan het leren.”

Een van de belangrijkste voorwaarden voor het neerzetten van een goede meerkamp, zegt atlete Sofie Dokter, is dat je er „lekker inzit”. Dat vanaf het begin van de wedstrijd de prestaties als vanzelf komen, gevoelsmatig weinig moeite kosten, dat je in een flow komt en constant kunt blijven presteren.

Daarvoor is om te beginnen fysieke topvorm nodig. En vertrouwen in jezelf, zodat als je wel een keer een foutje maakt, je niet direct in de war raakt. Tot slot is plezier het allerbelangrijkst; zin hebben in elk onderdeel, niet bezig zijn met het resultaat en de verwachtingen van jezelf en buitenaf, maar met het verleggen van je eigen grenzen. „Gewoon je eigen ding doen en dan zie je het wel”, omschrijft Dokter dat gevoel, waarna ze direct toegeeft dat het makkelijker gezegd is dan gedaan.

Op zondag 22 maart had Dokter zo’n dag. Tijdens de WK indoor in het Poolse Torun begon ze aan haar meerkamp met een persoonlijk record op de 60 meter horden. „Ik had toen meteen in de gaten dat ik er lekker inzat. Ik voelde me goed, had wel zenuwen maar fijne zenuwen. Ik had zoiets van: kom maar op.”

Op een indoortoernooi, waarop de vrouwelijke meerkampers altijd een vijfkamp afwerken in plaats van de zevenkamp in de buitenlucht, volgen de onderdelen elkaar snel op. Direct na het hordenlopen won Dokter het hoogspringen. Tijdens het kogelstoten, een van haar zwakkere onderdelen, wist ze het gat met de concurrentie klein te houden, om daarna ook het verspringen te winnen. „Pas toen ben ik gaan kijken: hoe sta ik ervoor? Toen ik zag dat ik ruim bovenaan stond in de tussenstand, realiseerde ik me dat winnen mogelijk was.”

Alleen de 800 meter stond nog tussen Dokter en de wereldtitel, uitgerekend het onderdeel waarvan ze nog wel eens chagrijnig wil worden: „Je bent al moe, je weet dat alles pijn gaat doen, dat het niet leuk wordt.” Ze verdedigde een voorsprong van ruim acht seconden op de Amerikaanse Anna Hall, de regerend wereldkampioen op de hoger aangeschreven zevenkamp in de buitenlucht. „Ik wist dat het spannend ging worden, want Anna is juist heel goed op de 800 meter”, zegt Dokter. „Maar ik had er wel vertrouwen in.”

Dat vertrouwen bleek terecht. Zelfs een bloedneus tijdens de warming-up door de droge lucht in het overdekte stadion kon Dokter niet van de wijs brengen. Een raketstart van Hall tijdens de race evenmin. „Halverwege de race voelden mijn benen al zo moe dat ik hoopte dat we nog maar een rondje hoefden, maar dat bleken er twee”, zegt Dokter. „Ik bleef maar zeggen tegen mezelf: blijven lopen, je kunt wereldkampioen worden.” In het tweede gedeelte van de race liep ze in op Hall; haar verval was minder groot dan bij de Amerikaanse, het verschil op de streep minder dan zes seconden.

Zo werd de 23-jarige Dokter verrassend wereldkampioen op de meerkamp indoor, als tweede Nederlandse vrouw na Nadine Broersen in 2014. Ze zette ook een nieuw Nederlands record neer. „Ik geloof het inmiddels wel, maar het voelt nog heel raar om mezelf wereldkampioen te noemen. Ik merk dat het me een heel voldaan gevoel geeft; ik heb al eens zilver (op de EK indoor 2025) en brons (op de WK indoor 2024) gehaald, maar toen had ik altijd toch een stemmetje in mijn hoofd dat zei: maar je was dus niet de beste. Dat is er nu niet.”

Dokter: „Ik had wel gedacht dat ik het Nederlands record ooit een keer zou verbeteren, maar niet nu al.”

Elke training móést perfect

Ruim een week na de WK indoor vertelt Dokter er op rap tempo en geanimeerd met haar handen over in een hotelbar op Papendal. Ze heeft haar trainingskleding nog aan; na een weekje vrij te zijn geweest, is ze net weer voorzichtig begonnen met trainen. „Na een meerkamp ben ik altijd heel erg moe en is het fijn om het topsportritme even los te laten. En dit keer kwam er veel op me af: een verrassingsfeestje van mijn ouders, een gouden sportpenning van mijn geboortestad Groningen, veel verzoeken van de pers. Allemaal heel erg leuk, maar het voelde ook goed om even te ontspannen.”

Ze heeft zichzelf verbaasd met haar wereldtitel, zegt Dokter. In de eerste plaats omdat ze Hall niet te verslaan achtte, en ze ook concurrentie had van de nummer twee van het WK outdoor, de Ierse Kate O’Connor. Maar de Amerikaanse wereldkampioen presteerde in Polen niet op haar best, en Dokter wél. „Ik had wel gedacht dat ik het Nederlands record ooit een keer zou verbeteren, maar niet nu al.”

Dokter heeft niet het leukste jaar uit haar carrière achter de rug, vertelt ze. Vorig jaar tijdens de WK atletiek in Tokio ervoer ze het tegenovergestelde van lekker in de wedstrijd zitten. „Al direct na mijn eerste onderdeel, de 100 meter horden, kon ik wel huilen. Het was niet eens zo slecht, maar ik was zó moe. Normaal kan ik altijd heel erg genieten van een toernooi, maar dit keer moest ik er heel hard voor werken, het voelde totaal niet goed.” Dokter eindigde in de Japanse hoofdstad als zesde van de 24.

Achteraf gezien, zegt Dokter, waren haar eigen verwachtingen te hoog geworden. Na haar zesde plek op de meerkamp tijdens de Olympische Spelen in Parijs in 2024 vond ze dat elke training voortaan perfect moest gaan – alleen zo zou ze nóg beter worden. „Dat kán helemaal niet. Soms ben je moe, dan moet je gewoon je training afwerken in plaats van voor perfectie gaan. Alleen accepteerde ik dat niet. Dan ging ik toch proberen om het perfect te doen, werd ik nog vermoeider en stelde ik mezelf nog meer teleur. Het was een vicieuze cirkel”, zegt Dokter.

Halverwege 2025 kregen Dokter en haar coach Steven Nuytinck in de gaten dat het niet ging zoals ze wilden. Dokter ging praten met een sportpsycholoog en kwam tot de conclusie dat het presteren voor haar belangrijker was geworden dan het plezier. Toen ze naar de WK in Tokio afreisde, zat ze nog in het proces haar eigen verwachtingen bij te sturen. Pas in aanloop naar dit seizoen merkte Dokter een verschil. „Het blije en vrije gevoel was terug.”

Haar wereldtitel is ook het resultaat van de stapjes die ze op elk onderdeel heeft gemaakt, zegt Dokter. Zo heeft ze bij het hordenlopen hard getraind om fellere passen te zetten tussen de horden in, wat op de WK indoor resulteerde in een persoonlijk record. Dokter is belastbaarder geworden dankzij de zwaardere trainingen onder Nuytinck – sinds vorig jaar bondscoach van de meerkampers nadat hij het overnam van Ronald Vetter. Meerkampers hebben altijd last van pijntjes vanwege de zware belasting van de uiteenlopende disciplines, maar Dokter heeft grote blessures vooralsnog kunnen ontlopen in haar carrière. „Fysiek kan ik goed aangeven waar mijn grenzen liggen. En mentaal ben ik dat sinds vorig jaar aan het leren.”

Weken geen training

Plezier is voor Dokter altijd de reden geweest om haar sport te beoefenen. Voor het geld hoeft ze het niet te doen; pas sinds vorig jaar heeft ze een kledingsponsor, en daar moest ze met haar manager zelf achteraan. „Dat is wel een groot verschil met bijvoorbeeld de sprintatleten. Als ik om me heen keek wie er allemaal een kledingsponsor hadden, vond ik dat ik daar ook bij hoorde.” Ze kan haar sport dankzij het topsportstipendium van NOC-NSF zonder financiële zorgen beoefenen, zegt Dokter, en dankzij de prestatiebonussen die bij haar wereldtitel horen, kan ze een mooi spaarpotje aanleggen. „Maar verder is geld een bijzaak. Meerkampers zijn echte liefhebbers.”

Haar ouders ontmoetten elkaar op de atletiekbaan, en Dokter wilde als klein meisje ook op atletiek. De diversiteit van de onderdelen die kinderen op jonge leeftijd allemaal moeten beoefenen, vond Dokter zo leuk dat ze het altijd is blijven doen. „Kinderen om me heen kozen voor een onderdeel, maar ik merkte dat ik juist goed was in de breedte. En omdat je zeven verschillende onderdelen moet beheersen, is geen trainingsweek hetzelfde.” Soms krijgt een onderdeel de ene week nauwelijks aandacht omdat de focus ergens anders ligt, zegt Dokter, en is het de week erna andersom.

Als 18-jarig talent kwam ze in 2021 op Papendal terecht in de nationale meerkampselectie. Daar ging Dokter trainen met Anouk Vetter (inmiddels gestopt) en Emma Oosterwegel, die toen net olympisch zilver en brons op de zevenkamp op de Spelen in Tokio hadden gewonnen. „Ik vond het elke training zó cool dat ik naast ze mocht staan.”

Nu heeft Dokter met haar wereldtitel een prijs die Vetter en Oosterwegel nooit wonnen; zij kozen er altijd voor om het indoorseizoen over te slaan . Dokter schat haar gouden medaille lager in dan de olympische ereplaatsen van haar trainingsgenootjes. „De zevenkamp is voor mij toch de echte meerkamp, dat is het onderdeel dat op de Spelen plaatsvindt.” Op de zevenkamp heeft Dokter nog geen medaille gewonnen op een internationaal toernooi. „Dus ik heb nog lang niet alles uit de meerkamp gehaald.”

Als favoriet tijdens de EK later dit jaar in Birmingham ziet Dokter zichzelf niet

Ze hoopt daar op de zevenkamp tijdens de EK atletiek in Birmingham later dit jaar verandering in te brengen, maar als favoriet ziet Dokter zichzelf niet. Naar verwachting doen in Groot-Brittannië naast O’Connor en Oosterwegel nog meer sterke meerkampsters mee, zoals de Belgische Nafissatou Thiam (drievoudig olympisch kampioen outdoor) en de Britse Katarina Johnson-Thompson (tweevoudig wereldkampioen outdoor).

Niet alleen daarom zal het behalen van een podiumplaats lastig zijn, zegt Dokter. Op de vijfkamp indoor tellen haar beste onderdelen – hoog- en verspringen – relatief zwaarder mee dan op de zevenkamp outdoor. Bovendien is speerwerpen, dat net als de 200 meter alleen in de buitenlucht wordt afgewerkt, een van haar minste onderdelen. „Ik weet het niet hoor, ik vind niet dat ik tot dat groepje topfavorieten behoor. Maar dat ik het wil, lijkt me logisch. En mijn wereldtitel indoor heeft me een enorme boost gegeven om te kijken wat er in de buitenlucht mogelijk is.”

Sport

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next