Home

In de trein maak je makkelijk nieuwe vrienden

Peter Buwalda is schrijver en columnist van de Volkskrant

Een trein is eigenlijk een enorme auto waarin ongevraagd wildvreemden komen zitten.
Ah, daar heb je mijn vriendin Jet, die komt even kijken of ik al ben vastgelopen. ‘Een soort bus, dus’, zegt ze.

Ik kijk haar zwijgend aan. Een trein is inderdaad een soort bus, en vice versa, prima dus, bovendien gaat het om de wildvreemden die me verhinderden om rustig Celibaat te lezen, de roman van de oude Walschap, waarover ik veel liever een column zou schrijven, maar waar een vrouw met een roze zonnebrilletje een stokje voor stak.

Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.

Stapelgek leek ze me niet, maar ze bezag de trein door dat roze brilletje niet als een soort bus, maar als een picknickweide. Op tafel legde ze drie harde pistoletten neer, een bak zalmsalade, een plak gerookte zalm, een avocado, zout en peper in zakjes, en hermafrodiet bestek. (Twee van die lepel-messen in cellofaan.)

Ging ze het echt doen? Ja. Met oneindig veel gepiel begon ze de broodjes te beleggen. Thuis, in de keuken, heb ik niets tegen het prakken van overrijpe avocado’s, in tegendeel, maar in de trein, een soort auto, maakte het me een beetje misselijk. Ook vertrouwde ik de grote volmaakt ronde avocadopit niet die als een kleverige knikker tussen ons in lag. En thuis, in de keuken, heb ik welzeker iets tegen gerookte zalm bóven op zalmsalade. Het tikt een aantal hoofdzondes aan, en het stinkt. De vrouw had geen kraan bij zich, waardoor steeds meer vingertoppen buiten gebruik raakten. Met de zout- en peperzakjes tussen pink en duim van verschillende handen bestrooide ze haar voedsel.

Juist toen het smullen kon beginnen, betraden twee tieners de lunchroom. Ik zag ze kijken, maar ze waren te druk in discussie om zelfs maar grote ogen op te zetten. Een fel, intelligent debat, viel me meteen op. Ze hadden het over Trump, dacht ik eerst. Wat hij gezegd had, kon helemaal niet. En eigenlijk, vond de een, had hij spijt van de kaartjes die ze voor hem gekocht hadden.

Kaartjes voor Trump?

De minister van Veiligheid was tegen, zei de ander, maar dat vond hij overdreven, het kwam namelijk door zijn bipolariteit, en daar kon hij niks aan doen.

Boven het gepeuzel uit kon je mijn hersenen horen kraken. Over wie ging dit?

Beide jochies dachten dat hij het ten diepste niet meende, dat kón gewoon niet. Maar de schade is aangericht, meende de een. De ander zwakte dat af. Als je zo begon, kon je niemand meer draaien. En eigenlijk, vond hij, als zijn vriend er echt zo over dacht, dan moest die zijn kaart maar verkopen.

Misschien doe ik dat ook wel, antwoordde de een. Bro – dat hele nummer erover is voor mij de druppel.

Ineens wist ik het. Kanye!

Toen gebeurde er iets wat ik niet aan zag komen. Maar Elvis, zei de ander, was een pedofiel. Wat vind je daar dan van? Die draaide hij toch nog?

De ene zag eruit als een rapper, zag ik nu, de ander als een rocker, met inderdaad een soort droge vetkuif. Zij het dat ze chiastisch, dat wil zeggen in kruisstelling, opereerden! Mini-Elvis verdedigde Kanye, en mini-Kanye Elvis. Meesterlijk. Zeker vond mini-Kanye het sick, seks met een 14-jarige, helemaal niet netjes – maar Heil Hitler zingen vond hij nog wel effe erger.

Ik ook. Ik hou van de trein. ‘Wisten jullie’, bemoeide ik me ermee, ‘dat Elvis pas na vier jaar tot penetratie is overgegaan?’

Betwijfelden ze. Ik ook. ‘Elvis was een goed persoon’, zei mini-Kanye. ‘Kanye eigenlijk ook’, zei mini-Elvis. Op station Breda hebben we nog even staan doorkletsen over deze belangrijke kwesties.

Geen column meer missen?
Volg uw favoriete columnisten via de app.

Source: Volkskrant

Previous

Next