is redacteur klassieke muziek van de Volkskrant.
Je kon niet anders dan medelijden voelen met Olivia Vermeulen. Het was aan de mezzosopraan om de geliefdste aria uit Bachs Matthäus-Passion in te zetten, Erbarme dich. Maar op de tribunes van de Grote Zaal van TivoliVredenburg in Utrecht keken bezoekers om zich heen: waar komt die piep vandaan? Was er dan niemand die hier iets aan kon doen? Al sinds de aria Geduld, Geduld (echt) werd de uitvoering geteisterd door een rondzingend gehoorapparaat.
Even leek het gepiep op te houden, om daarna weer aan te zwellen. Het Nederlands Kamerorkest speelde stug door, en het was de vraag of dat nou de beste oplossing was. Uiteindelijk zou de piep bijna de helft van het concert verstoren. Je moest wel héél zen zijn om dit te kunnen negeren – of doof.
Wat merkten de musici? ‘We hoorden het allemaal’, zegt Vermeulen. ‘We wisselden blikken uit. Er is zelfs nog een violist van het podium gelopen om het door te geven. Je probeert het zoveel mogelijk te negeren. Als ik zelf zing, heb ik er minder last van, omdat mijn eigen geluid al hard genoeg is, maar het verstoort de sfeer.’
Wekelijks neemt Bor Beekman, Robert van Gijssel, Els de Grefte, Joris Henquet, Merlijn Kerkhof of Anna van Leeuwen stelling in de wereld van film, muziek, theater of beeldende kunst.
Rondzingende gehoortoestellen (afgesteld op te hoog volume, niet goed genoeg afgesloten van de gehoorgang waardoor een fluittoon ontstaat) zijn een steeds groter probleem, merken de recensenten klassieke muziek. Begin vorig jaar was het helemaal erg. Ensemble Correspondances trad op in de Hertz-zaal van TivoliVredenburg. Bij dat concert waren het zelfs twee gehoorapparaten die stoorden. Suppoosten liepen door het publiek om de dragers op te sporen, wat lang duurde – steriele fluittonen zijn notoir lastig te lokaliseren, en de dragers zijn doorgaans de laatsten die zich van het geluid bewust zijn. Ik kreeg zo weinig meer mee van het concert dat ik afzag van een recensie.
TivoliVredenburg laat bij monde van directeur Jeroen Bartelse weten dat het ‘geen groot structureel probleem’ is, en dat het ‘langzaamaan afneemt doordat de techniek van gehoorapparaten verbetert’. Dat komt niet overeen met mijn bevindingen. Het is bij ongeveer één op de drie klassieke concerten die ik bezoek wel een keer raak.
Het Concertgebouw in Amsterdam onderneemt al iets. Als het personeel een piep opmerkt in het deel voor de pauze, wordt voor de hervatting een audioboodschap afgespeeld met het verzoek het gehoortoestel te controleren. Die zou ongeveer eens in de zeven weken klinken.
Volgens het Concertgebouw wordt er nog altijd veel vaker geklaagd over telefoongebruik (ze gaan af of vallen met een harde knal op de houten vloer). Het verschil is dat een rinkelende telefoon vaak direct door de eigenaar wordt opgemerkt. Dat duurt zelden langer dan vijf seconden. Het piepende gehoorapparaat daarentegen is echt in staat om concerten te verzieken en paniekreacties teweeg te brengen, omdat je telkens toch weer even denkt: zit die toon nou in mij?
Nederland vergrijst, en anno 2026 zit in zo’n beetje elk winkelcentrum een audicien. Toch zit gehoorondersteuning nog in de taboesfeer. Ik begrijp dat als je jong publiek wil trekken, je niet wil benadrukken dat de meerderheid van het publiek ouder is, en dat je de oudere bezoekers al helemaal niet wilt wegjagen. Maar het is wel tijd dat concertzalen de kwestie gehoorondersteuning opnemen in hun standaardriedel vooraf: zet je telefoon uit, én check je gehoorapparaat.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant