Finland ziet bij jongeren met genderdysforie een verslechtering van de mentale gezondheid na een verwijzing naar genderklinieken, blijkt uit een grote langlopende studie. De onderzoekers concluderen dat deze groep op de langere termijn vaker psychiatrische zorg nodig heeft dan leeftijdsgenoten zonder genderdysforie, ook wanneer zij medische transitiebehandelingen hebben gekregen.
De studie, gepubliceerd in het tijdschrift Acta Paediatrica, analyseerde gegevens uit de periode 1996 tot 2019 over kinderen en jongvolwassenen in het Finse onderwijssysteem. Ongeveer 2.100 jongeren met genderdysforie die waren doorverwezen naar Gender Identity Services werden gevolgd en vergeleken met controlegroepen. Dankzij het nationale zorgstelsel en grootschalige mentale gezondheidsscreening in scholen konden onderzoekers het zorggebruik over meerdere jaren in kaart brengen.
Uit de data blijkt dat jongeren met genderdysforie al vóór de verwijzing "significant hogere psychiatrische morbiditeit" hadden dan hun leeftijdsgenoten, en dat dit verschil bleef bestaan na de verwijzing. Voor bijna 46% van deze jongeren was al psychiatrische behandeling nodig vóór de stap naar een genderkliniek; twee jaar later was dat opgelopen tot bijna 62%. De auteurs suggereren dat genderdysforie mogelijk een gevolg kan zijn van andere onderliggende psychische problemen.
De behoefte aan verdere psychiatrische zorg nam vooral sterk toe bij jongeren die een medische transitie ondergingen, zoals behandeling met hormonen of operatieve ingrepen. Bij man-tot-vrouw-patiënten steeg het aandeel met aanvullende psychiatrische zorg van ongeveer 10% naar 61%, bij vrouw-tot-man-patiënten van 22% naar 55%. Na correctie voor eerdere behandeling bleken meisjes met genderdysforie drie keer zo vaak en jongens vijf keer zo vaak toekomstige psychiatrische hulp nodig te hebben als leeftijdsgenoten zonder genderdysforie, ongeacht medische transitie.
De uitkomsten zetten vraagtekens bij richtlijnen waarin beperkte psychologische begeleiding vooraf wordt geadviseerd voor minderjarigen met genderdysforie die ingrijpende medische behandelingen krijgen. In landen als de Verenigde Staten wordt vaak gesteld dat snelle medische interventie nodig is om suïcide en andere ernstige klachten te voorkomen, maar de onderliggende wetenschappelijke basis daarvan ligt steeds meer onder een vergrootglas. Volgens psychiater Kurt Miceli, verbonden aan de medische ethiekorganisatie Do No Harm, laat de Finse studie zien dat "er een nog grotere behoefte is aan psychiatrische zorg bij mensen die deze medische interventies hebben ondergaan" en dat goede, vroege psychiatrische behandeling centraal zou moeten staan.
Ter illustratie (Afbeelding: Grok AI / FOK.nl)
Source: Fok frontpage