Frank Heinen is schrijver en columnist voor de Volkskrant.
Steeds opnieuw kijk ik naar dat fragment waarin PVV-senator Alexander van Hattem tegenover een gemengd boeket aan microfoons staat en zijn troebele beweegredenen zo helder mogelijk probeert over te brengen. De situatie is als volgt: hij moet het onverdedigbare verdedigen, hij moet uitleggen waarom de PVV zelf ingediende wetten saboteert. Daar is wel een uitleg voor, een heel plausibele zelfs, want de PVV is opgerezen uit een abstracte angst voor vreemdelingen. Iedere ‘oplossing’ die voor dat ‘probleem’ verzonnen wordt, moet gefrustreerd worden. Elke keer dat een xenofoob PVV-verzinsel mainstream wordt, komt het einde van Geert Wilders weer wat dichterbij, tot we op een dag een briefje in de etalage zien hangen: ‘PVV – wegens succes opgeheven’.
En dus staat Alexander van Hattem daar maar wat voor zich uit te stamelen. Een virtuoos staaltje verbaal tekortschieten. Tijdrekken door te ontkennen dat je tijdrekt. Hij doet nog het meest denken aan een klein kind dat steeds iets nieuws verzint zodra de bedtijd nadert: nog even dit, nog even dat. En dat terwijl het Europese Migratiepact, dat deze wetten grotendeels overbodig maakt, binnenkort ingaat.
Dit was de ene helft van de analyse. De vrolijke helft. De talkshow-helft. De circus-helft.
Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
De andere helft is die waarin regeringspartijen zich er al min of meer bij hebben neergelegd dat deze wetten onontkoombaar zijn. Dat ‘we het niet aankunnen’. Dat ‘de mensen’ er recht op hebben, zoals minister Yesilgöz twitterde. Dat ‘oorspronkelijke Nederlanders’ ook recht hebben op barmhartigheid, zoals Wierd Duk het in zijn tegenspraakvrije clubhuis op SBS formuleerde. Dat ondertussen de angst en onzekerheid onder mensen zonder verblijfsvergunning doelbewust worden opgevoerd. Dat de hele Nederlandse politiek, een belangrijk deel van het publieke debat, actualiteitenprogramma’s en kranten worden gevuld met een onwezenlijke angst en de idee-fixe dat die angst met boosaardige wetten kan worden weggenomen.
Ik dacht aan die alomtegenwoordigheid van angst bij het bericht dat de Russische dissident-kunstenaar Pavel Krisevitsj vanavond niet in De Balie zal worden geïnterviewd door journalist en schrijver Paul Alexander, omdat de IND hem geen visum wilde verlenen, uit angst dat Krisevitsj niet meer vertrekt. Krisevitsj, die jaren in Poetins gevangenissen en strafkampen zat en daar schreef en schilderde over wat hij zag, als een correspondent uit de hel.
In een artikel van Alexander in De Groene Amsterdammer beschreef Krisevitsj hoe de angst voor wat hem kon overkomen hem na vrijlating niet verliet: de angst is inmiddels overal binnengesijpeld, het hele land is ervan doordrongen. Voor wie wil weten hoe die angst, zowel van als voor de mensen die zich tegen het regime verzetten, eruitziet, kan deze weken terecht in De Balie, voor een expositie van Krisevitsj’ werk, en op NPO 2, bij Pasha Talankins Oscarwinnende documentaire Mr. Nobody Against Putin.
Angst is wat machthebbers en machtelozen delen. Angst is waar de oppervlakkige circus-helft en de onderliggende glijdende-schaal-helft elkaar raken. Die angst manifesteert zich in vele vormen: in moed en, vanwege de behoefte om tegenspraak de kop in te drukken, in heilloze procedures en formulieren, in dwangmatig ‘de mensen’ naar de mond praten, in zwaar vuurwerk naar politie smijten, in houterige ontkenningen voor de microfoon of in een eindeloos rekken en frustreren van een oplossing, omdat je leeft van het probleem. En er is die vrees dat elke dag opnieuw iets tot voor kort ondenkbaars eerst denkbaar wordt en uiteindelijk staande praktijk – een vorm daarvan heeft u zojuist gelezen.
Geen column meer missen?
Volg uw favoriete columnisten via de app. Klik op het belletje naast de auteursnaam.